“Doe eens even normaal” roepen we naar iemand die zich raar gedraagt, maar wat normaal precies is, kan niemand hard maken. De gemiddelde Nederlander bestaat niet, en veel gedrag dat op de ene plek doodgewoon is, valt elders volledig uit de toon. Pas als gedrag schadelijk wordt voor de persoon zelf of zijn omgeving, spreekt de medische wereld van een aandoening.
De DSM-5-TR is daarbij de internationale richtlijn voor het stellen van psychiatrische diagnoses. Autisme, ADHD en angststoornissen zijn inmiddels bij vrijwel iedereen bekend, maar daarnaast bestaan er beelden die zelfs psychiaters zelden of nooit tegenkomen. Hieronder tien van die zeldzame syndromen, in willekeurige volgorde.
1. Klinische lycantropie

Lycantropie komt van de Griekse woorden lykos (wolf) en anthropos (mens) en staat voor de mythische gedaanteverwisseling van mens naar wolf. Gaat het om andere dieren, dan spreken artsen van zoantropie. Wie klinische lycantropie heeft, is er rotsvast van overtuigd daadwerkelijk in een dier te veranderen, terwijl de spiegel iets heel anders laat zien.
Het is een waanbeeld dat vrijwel nooit op zichzelf staat. In de vakliteratuur duikt het op als symptoom bij schizofrenie, een bipolaire stoornis of een zware depressie met psychotische kenmerken. Patiënten gaan grommen, krabben of op handen en voeten lopen. Het bijbelverhaal over koning Nebukadnezar, die als een os in het gras zou hebben geleefd, wordt vaak als vroegste beschrijving aangehaald.
2. Alice in Wonderland-syndroom
De officiële naam is het syndroom van Todd, naar de Britse psychiater John Todd die het in 1955 beschreef. Het is een neurologische waarnemingsstoornis waarbij de hersenen de grootte van voorwerpen verkeerd verwerken. Een kopje lijkt ineens reusachtig, een auto juist speelgoedformaat. Met de ogen is niets mis.
Naast die vervormingen hebben patiënten vaak migraine en een verstoord tijdsbesef. Ook het eigen lichaam kan enorm groot of piepklein aanvoelen. De aanvallen komen in vlagen en worden vooral bij kinderen en tieners gezien, waarbij de klachten meestal afnemen met de leeftijd. Soms zit er een infectie achter, zoals het Epstein-Barr-virus.
3. Het syndroom van Cotard

De Franse neuroloog Jules Cotard beschreef dit beeld in 1880 als délire des négations. De bijnaam wandelende lijk syndroom vat de kern goed samen: patiënten verkeren in de waan dat ze dood zijn, niet bestaan of dat hun organen zijn weggerot. Het gaat om een nihilistische waan die vrijwel altijd samengaat met een zware depressie.
Mensen met dit syndroom weigeren soms te eten, want een lijk heeft geen voedsel nodig. Ze verwaarlozen hun hygiëne en trekken zich emotioneel volledig terug. Ze zien de wereld gewoon zoals hij is, maar de betekenis die hun brein eraan geeft klopt niet meer. Antidepressiva en in ernstige gevallen elektroconvulsietherapie kunnen helpen.
4. Derealisatie
Bij derealisatie voelt de wereld om je heen onwerkelijk of nep aan, alsof er een glazen wand tussen jou en de rest staat. Mensen omschrijven het als leven in een mist, of als kijken naar een film waarvan de kleuren zijn weggetrokken. Het kan het zicht raken, maar ook geluid en geur.
De DSM kent het als onderdeel van de depersonalisatie- of derealisatiestoornis. Wie het meemaakt, weet meestal donders goed dat er iets mis is met de waarneming, en juist dat besef onderscheidt het van een psychose. Extreme stress, trauma en paniekstoornissen zijn de bekendste aanleidingen. De hersenen dempen de emotionele impact van de buitenwereld als een soort noodrem.
5. Hybristofilie

De term werd in 1986 bedacht door seksuoloog John Money en komt van het Griekse hubrizein, dat zoiets betekent als iemand geweld aandoen. In de volksmond heet het het Bonnie en Clyde-syndroom. Het gaat om seksuele aantrekkingskracht tot mensen die zware misdrijven hebben gepleegd, van moord tot gewapende overvallen.
Het is geen masochisme, want de hybristofiel wil zelf geen slachtoffer worden. Moordenaars als Ted Bundy en Richard Ramirez kregen in de gevangenis stapels liefdesbrieven, en Ramirez trouwde zelfs met een bewonderaarster. Onderzoekers wijzen op de drang om een ongetemd persoon te redden. De aandoening staat overigens niet als aparte diagnose in de DSM-5-TR.
6. Synesthesie
Bij synesthesie lopen zintuiglijke waarnemingen door elkaar heen. De naam komt van het Griekse syn (samen) en aisthesis (waarneming). Mensen horen kleuren, zien letters in vaste tinten of proeven woorden. Een ziekte is het niet, eerder een afwijkende bedrading in de hersenen die naar schatting bij enkele procenten van de bevolking voorkomt.
De bekendste vorm koppelt cijfers en letters aan kleuren, waarbij een vier bijvoorbeeld altijd rood is. Hersenscans laten zien dat bij deze mensen de kleurgebieden in de hersenschors daadwerkelijk actief worden bij het zien van cijfers. Het is dus geen aangeleerde associatie, maar een vaste ervaring die levenslang hetzelfde blijft. Componist Olivier Messiaen en schrijver Vladimir Nabokov beschreven het allebei.
7. Capgraswaan
De Franse psychiater Joseph Capgras beschreef in 1923 patiënten die geloofden dat een naaste was vervangen door een bedrieger of dubbelganger. Soms gaat het verder en denkt iemand dat de partner een robot of een buitenaards wezen is. Dat leidt tot flinke achterdocht en angst, en soms tot agressie richting degene die niet vertrouwd wordt.
Neurologen wijzen op een verstoorde verbinding tussen het gezichtsherkenningssysteem en het emotionele centrum in de hersenen. Het gezicht wordt gewoon herkend, maar de vertrouwde emotionele klik blijft uit. Het brein verzint vervolgens de meest logische verklaring die overblijft: dit moet een namaakversie zijn. De waan komt vaak voor bij dementie, schizofrenie en na hersenletsel.
8. Fregoli-waan
De Fregoli-waan is min of meer het spiegelbeeld van Capgras. Patiënten geloven dat allerlei verschillende mensen in werkelijkheid één en dezelfde persoon zijn die zich steeds vermomt. Twee Franse psychiaters beschreven het beeld in 1927 en vernoemden het naar Leopoldo Fregoli, een Italiaanse artiest die beroemd was om zijn bliksemsnelle kostuumwissels.
Paranoia hoort er vrijwel altijd bij, want de patiënt voelt zich achtervolgd door die ene gedaanteverwisselaar. Het brein herkent te veel in plaats van te weinig en koppelt willekeurige gezichten aan één bron van dreiging. Net als bij Capgras zit er een storing in het herkenningssysteem achter, meestal door schizofrenie of een hersenaandoening.
9. Parijs-syndroom

De Japanse psychiater Hiroaki Ota, werkzaam in Parijs, muntte de term in de jaren tachtig. Het gaat om Japanse toeristen die na jaren van geïdealiseerde beelden van de stad van de liefde volledig instorten wanneer ze de rauwe realiteit van een drukke wereldstad tegenkomen. De symptomen lopen van duizeligheid en hartkloppingen tot hallucinaties en achtervolgingswaan.
Het is een extreme vorm van cultuurshock, aangewakkerd door de taalbarrière en het grote verschil in omgangsvormen. Het gaat om zeer kleine aantallen, ongeveer een tiental gevallen per jaar op meer dan een miljoen Japanse bezoekers. Het veelgenoemde verhaal dat de Japanse ambassade een speciale 24-uurs hulplijn zou hebben, is door de ambassade zelf tegengesproken.
10. Stendhal-syndroom

Het Stendhal-syndroom, ook wel hyperkulturemie genoemd, overkomt mensen die emotioneel overweldigd raken door kunst of architectuur. Een versnelde hartslag, verwarring, duizeligheid en soms flauwvallen horen bij het beeld. Florence heeft er de twijfelachtige eer van, omdat de concentratie meesterwerken daar zo hoog is dat toeristen letterlijk onderuitgaan bij de David of in de Uffizi.
De naam verwijst naar de Franse schrijver Stendhal, die zijn overweldiging bij de Santa Croce in 1817 opschreef. Psychiater Graziella Magherini van het Florentijnse ziekenhuis Santa Maria Nuova doopte het beeld in 1979 en documenteerde ruim honderd gevallen. Een vergelijkbare reactie is het Jeruzalem-syndroom, waarbij bezoekers van de heilige stad in een religieuze psychose belanden.
Het woord syndroom betekent in feite een verzameling symptomen die nog niet door één duidelijk fysiek proces te verklaren zijn. Een naam lost het probleem niet op, maar zorgt wel voor erkenning van het lijden van de patiënt. Of het nu gaat om het zien van kleuren bij muziek of de overtuiging dat je een wolf bent: de menselijke geest blijft een van de lastigst te doorgronden gebieden van de wetenschap.

Synethesie lijkt mij eerder een gave dan een aandoening. Diegenen die er aan ‘lijdt’ kan er juist veel voordeel van hebben. B.v. Daniel Tammet kan mede zoveel cijfers achter het getal pi onthouden vanwege zijn synesthesie.
mensen met een psygische stoornis , of ziekten worden , in deze maatschappij , opgeborgen in grote krankzinnige instellingen en met medicatie gedrogeerd met de daarbij behorende bijwerkingen van de medicatie worden zijn niet beter ,maar zijn de psygoten en andere gevaarlijke Geeestelijk gestoorden zieken mensen opgeborgen in deze,,, psygiatrische zieken huizen ,,,,, .waar zij anoniem hun leven slijten en zullen overlijden
Ike heb convertiestoornis dat is dat mijn hersens mijn lichaam niet meer aan wilt sturen alleen het rotte is mijn psycholoog weet niet hoe je het moet behandelenen.
Dat is erg Romero
Ik vraag me af of jij niet een geestelijke of mentale afwijking hebt. Zelf heb ik een oom gehad die in zo’n instelling heeft gezeten en hij is er toentertijd enorm op vooruitgegaan. Ik ben benieuwd wat jij met psychoten zou doen als je een land aan kon sturen?
Instellingen bestaan niet meer en dat is verouderd. Hol klinkende gangen zoals on de Valiriuskliniek, en Santpoort Noord, Vogelenzang, en Groot Lankum, Licht en kracht, en Noorder sanatorium. Ze konden er veel mensen in herbergen en zaten verstopt in de bossen. Slaapzalen met zes personen of drie of twee en nu hebben ze slaapkamer voor een persoon met keukenblokje en sanitaire voorzieningen maar toen moest je dat delen met een hele groep waar je mee op die afdeling zat. Nu wonen en leven ze meer in de maatschappij. Dit doen ze om hospitalisatie te voorkomen. Zo vinden zij het gezonder dat iemand opgenomen wordt in de maatschappij. Meestal hebben ze wel een passend netwerk om zich heen en zo niet dan zal er hoop ik een oplossing voor te vinden zijn. Er zijn ook woonzorgcentra met ieder een kamer en hal keukenblok en eigen sanitair en op de kamer een t.v. met eigen meubels en een bed. Ze hebben daar meer privacy dan in een vroeger psychiatrisch ziekenhuis waar je de kamer moest delen. Dan was er een gezamenlijke woonkamer en dan sliep je op zaal met meer mensen en soms waren dit zes of drie of twee. Je krijgt nogal vlug een label en dit heeft niet zo”n goede invloed. Op den duur denk je dat iedereen dat denkt en je vertrouwen gaat er niet op vooruit als je telkens al bij voorbaat zo behandeld wordt. Ze zijn dan niet meer objectief en zonder vooroordelen. Nu kan men acuut worden opgenomen op een psychiatrische afdeling in een algemeen ziekenhuis en ook wel voor langere opname en daarna wordt er bekeken of je weer zelfstandig kunt wonen of in een woonzorgcentrum of beschut wonen of in een beschermde woonvorm met ieder een eigen kamer en keukenblok hal en sanitaire voorzieningen en meubels in de kamer en een bed. de kamers zijn ruim opgezet en hebben meer privacy dan vroeger het geval was. je moest dan een slapkamer met anderen delen met een nachtkastje en een kledingkast en de douches werden door de hele afdeling in gebruik genomen. Er was dan ook een gezamenlijke huiskamer maar die hebben ze in een woonzorgcentrum ook en hebben een bibliotheek. je kunt je eten ook op je kamer op eten maar op een afdeling in het algemeen ziekenhuis hebben ze wel een gezamenlijke eetkamer. . .
ja
Sinds die oudere psychiatrische ziekenhuizen er niet meer zijn zwerven er meer op straat. Nu is er een aanjaagteam voor verwarde personen. Als iemand met een rechtelijke macht opgenomen was en . probeerde te ontvluchten dan ging de politie er achter aan zoeken naar die persoon. Vroeger kregen ze hun natje en droogje en iedere dag te eten maar nu valt dit weg. Met een goed netwerk zullen ze er wel iets voor zoeken en als het niet gaat een andere oplossing zoeken. Beschut wonen, of beschermde woonvorm en dan leren ze woonvaardigheden. Voor de mensen die medicijnafhankelijk zijn blijven daar wonen. Kwetsbare groepen verdienen bescherming en een leefbaar en waardig bestaan. Als je op straat moet leven leef je in slechte omstandigheden. Er zijn mensen waar waarschijnlijk niemand meer naar omkijkt en die gaan passend of sluitend netwerk hebben of voelen zich onbegrepen. .
boring
Ik ken ’n Morroccanse vrouw en die doet heel raar. Ze hou ineens op met wat ze aan het doen bent en blijfd dan staren en dan valt ze en gaat schreeuwen. Ik denk dat het toneelspel is om haar Nederlandse man gek te maken, want die durft haar nu niet meer alleen te laten. Haar psigiater wil haar ook niet meer behandelen.
Haar man is nu dood en ze heefd hem niet gereanimeerd en de vorige avond ook niet het ziekewagen besteld toen hy heel erg ziek was. Kennen julie dit soort gedrag. Ik moet het gewoon weten aub.