10 Redenen waarom je eigen geheugen niet altijd betrouwbaar is!

7 min lezen
Maak ons je Google favoriet
geheugen voor de gek

We vertrouwen ons geheugen alsof het een perfect archief is, een foutloos systeem dat nauwkeurig vastlegt wat we hebben gezien, gehoord en meegemaakt. Maar niets is minder waar. Je geheugen is geen harde schijf die gebeurtenissen objectief opslaat, het is eerder een dynamisch, onbetrouwbaar en soms ronduit misleidend verhaal dat je brein je vertelt.

Onderzoek heeft keer op keer aangetoond dat ons geheugen vol zit met gaten, vervormingen en pure fictie. Soms veranderen details onbewust, soms herinneren we ons dingen die nooit zijn gebeurd. En in sommige gevallen kan een hele groep mensen collectief dezelfde foutieve herinnering hebben.

Hier zijn tien redenen waarom je je eigen geheugen niet kunt vertrouwen, en waarom dat best zorgwekkend is.

1. Het Mandela-effect: duizenden mensen herinneren zich hetzelfde verkeerd

Denk je dat je een ijzersterk geheugen hebt? Wat als duizenden mensen zich dezelfde gebeurtenis herinneren die nooit heeft plaatsgevonden? Dat fenomeen heet het Mandela-effect, genoemd naar Nelson Mandela, omdat veel mensen zich menen te herinneren dat hij in de jaren tachtig in de gevangenis overleed. In werkelijkheid kwam hij in 1990 vrij, werd hij in 1994 president van Zuid-Afrika en stierf hij pas in 2013.

mandela

Een ander beroemd voorbeeld is de kinderboekenreeks The Berenstain Bears. Duizenden mensen herinneren zich die als The Berenstein Bears en zweren dat de spelling ooit anders was. Dat is nooit zo geweest. Onze hersenen maken de fout collectief, waarschijnlijk omdat de uitgang -stein in namen veel vaker voorkomt dan -stain.

Dit laat zien dat herinneringen geen objectieve weergaven van de werkelijkheid zijn. Ze worden beïnvloed door anderen en passen zich zelfs aan gedeelde misverstanden aan.

2. Het Google-effect: wat je kunt opzoeken, vergeet je sneller

Ken jij nog telefoonnummers uit je hoofd? Waarschijnlijk niet. Vroeger kenden we de nummers van vrienden en familie, maar nu we alles kunnen opzoeken is dat niet meer nodig. Dat verschijnsel heet het Google-effect: de neiging van ons brein om informatie niet op te slaan wanneer we weten dat we die ergens anders kunnen vinden.

Het idee komt uit een veelbesproken studie uit 2011, waarin proefpersonen feiten slechter onthielden als ze wisten dat die op de computer bewaard bleven. Wel een kanttekening: latere pogingen om dat onderzoek te herhalen leverden zwakkere of tegenstrijdige resultaten op, dus het effect is minder rotsvast dan de populaire versie doet vermoeden. Dat we onze telefoon inzetten als extern geheugen, herkent vermoedelijk wel iedereen.

3. Cryptomnesie: vergeten ideeën die later als je eigen voelen

Heb je ooit een briljant idee gehad, om later te ontdekken dat het eigenlijk uit een boek of film kwam die je jaren geleden zag? Dat heet cryptomnesie, oftewel onbewust plagiaat.

Je hersenen slaan iets op maar vergeten de bron. Later duikt het weer op als een origineel idee. Dat is waarom sommige schrijvers en componisten per ongeluk werk van anderen kopiëren: niet uit opzettelijke diefstal, maar omdat hun brein hen voor de gek houdt. George Harrison verloor er zelfs een rechtszaak door, toen bleek dat zijn “My Sweet Lord” sterk leek op een nummer dat hij jaren eerder had gehoord. De rechter oordeelde dat hij het onbewust had gedaan.

4. Je oog is geen camera

Mensen denken vaak dat ze de wereld objectief waarnemen, maar onze ogen functioneren niet als camera’s. Wanneer je iets ziet, registreert je brein slechts fragmenten van de werkelijkheid en vult het de rest automatisch in.

blauwe ogen 3

Stel dat je iemand ontmoet en zijn opvallende jas onthoudt. De kleur van zijn schoenen? Grote kans dat je die niet eens hebt geregistreerd. Je brein selecteert bepaalde details en vult de rest achteraf in, soms correct en soms volledig fout.

Daarom leggen ooggetuigen in rechtszaken vaak onbetrouwbare verklaringen af. Psycholoog Elizabeth Loftus toonde in een reeks klassieke experimenten aan hoe makkelijk dat misgaat: door proefpersonen na een filmpje van een auto-ongeluk te vragen hoe hard de auto’s “tegen elkaar knalden” in plaats van “elkaar raakten”, schatten ze de snelheid hoger in en meenden sommigen zelfs gebroken glas te hebben gezien dat er nooit was. Eén woord verschil in de vraagstelling was genoeg.

5. Het illusoire-waarheidseffect: herhaling maakt waarheid

Herhaling is krachtig. Niet alleen in de reclamewereld, maar ook in hoe we waarheid interpreteren. Het illusoire-waarheidseffect beschrijft hoe je iets eerder als waar beschouwt simpelweg omdat je het vaak hebt gehoord. Het werd al in 1977 aangetoond en blijkt zelfs te werken bij stellingen waarvan mensen weten dat ze niet kloppen.

Dat is waarom desinformatie zo gevaarlijk is. Hoor je een onwaarheid vaak genoeg, dan gaat die als een feit voelen. Politici, marketeers en propagandisten van allerlei signatuur maken hier gretig gebruik van.

Wil je objectief blijven? Vraag jezelf af: geloof ik dit omdat het waar is, of omdat ik het zo vaak heb gehoord?

6. Je hersenen onthouden kleuren slecht

Je hersenen zijn belabberd in het onthouden van exacte kleuren.

Wil je een kamer opnieuw schilderen en vertrouw je op je geheugen om de juiste tint te kiezen, dan zit je er vrijwel zeker naast. Je onthoudt lichtblauw, maar niet de precieze schakering. Sterker nog, je geheugen trekt kleuren onbewust naar de meest typische versie van die kleurcategorie. Neem dus altijd een kleurstaal mee in plaats van erop te vertrouwen dat je brein het correct reproduceert.

7. Hoe ouder je wordt, hoe meer je vergeet

Dementie

Het is geen verrassing dat het geheugen achteruitgaat met de leeftijd. De hippocampus, het hersengebied dat een sleutelrol speelt bij het vormen van herinneringen, krimpt naarmate we ouder worden. Minder doorbloeding en veranderingen in de hormoonhuishouding maken het lastiger om herinneringen op te slaan en op te roepen.

Sommige herinneringen vervagen, andere raken vervormd. En nee, het is niet alleen ouderdom: ook jongeren merken dat sommige herinneringen gewoon niet betrouwbaar zijn.

8. De pijn van nare herinneringen slijt sneller dan de vreugde van fijne

Heb je ooit veel stress gehad op vakantie, maar kijk je er later met warme gevoelens op terug? Dat komt door wat psychologen het fading affect bias noemen.

Belangrijk is wat er precies vervaagt. Het gaat niet om de herinnering zelf, maar om de emotie die eraan vastzit. Nare gebeurtenissen onthouden we vaak juist scherp, alleen doet de bijbehorende emotie na verloop van tijd veel minder pijn dan destijds. Bij positieve herinneringen blijft het goede gevoel beduidend langer overeind. In onderzoek waarin mensen hun eigen herinneringen beoordeelden, verloor ongeveer dertig procent van de negatieve herinneringen zijn emotionele lading, tegen zo’n twaalf procent van de positieve. Nog opvallender: gebeurtenissen die destijds negatief voelden slaan vaker om naar een positief gevoel dan andersom.

Dat verklaart waarom we de goede oude tijd vaak als mooier herinneren dan hij werkelijk was. Het effect treedt al binnen een etmaal na de gebeurtenis op en wordt met de jaren sterker.

9. Déjà vu

Déjà vu voelt alsof je een situatie al eerder hebt meegemaakt, maar het is een kortsluiting in je geheugen.

Lang was de gangbare uitleg dat de hersenen nieuwe informatie per ongeluk direct als langetermijngeheugen wegschrijven. Recenter onderzoek wijst eerder op herkenning zonder herinnering: je komt in een ruimte die qua indeling sterk lijkt op een plek die je ooit hebt gezien, maar je kunt die oorspronkelijke plek niet meer oproepen. Je brein signaleert wel bekendheid, maar levert er geen bron bij, en dat gat voelt griezelig. Déjà vu komt het vaakst voor bij jonge mensen en neemt af met de leeftijd, wat erop wijst dat het eerder een teken van een alert geheugensysteem is dan van een haperend brein.

10. Hersenletsel kan je geheugen volledig verwoesten

Een harde klap op je hoofd kan blijvende gevolgen hebben voor je geheugen. Zelfs een lichte hersenschudding kan ervoor zorgen dat je bepaalde periodes niet meer kunt oproepen.

Mensen met ernstig hersenletsel kunnen permanente schade oplopen, met kortetermijngeheugenverlies, verwardheid en soms het onvermogen om gezichten te herkennen. Bij sporters die jarenlang klappen tegen het hoofd krijgen, zoals boksers en American footballspelers, is een specifiek ziektebeeld beschreven: chronische traumatische encefalopathie, waarbij geheugenproblemen en gedragsveranderingen pas jaren later opduiken.

Je geheugen is niet zo betrouwbaar als je denkt. Je hersenen spelen trucs met je, vullen details in die nooit zijn gebeurd en veranderen herinneringen met de tijd. Dat betekent niet dat je je geheugen helemaal moet wantrouwen, maar wel dat je het met een korrel zout moet nemen.

Dus als je ooit in een discussie verzeild raakt over hoe het écht was: misschien heeft niemand gelijk. En misschien heeft iedereen het fout.

Meer in Psychologie

Reageren

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *