Wie tegenwoordig een psychologisch experiment wil uitvoeren, moet eerst langs een ethische commissie. Deelnemers moeten vrijwillig meedoen, weten waar ze aan beginnen, op elk moment kunnen stoppen en achteraf te horen krijgen wat er werkelijk werd onderzocht.
Halverwege de vorige eeuw bestond dat allemaal niet. In die periode zijn experimenten uitgevoerd die tot op de dag van vandaag in elk inleidend handboek staan, en die nu geen enkele commissie meer zou goedkeuren. Bij een aantal ervan is bovendien inmiddels gebleken dat het verhaal in die handboeken niet klopt.
10. Het Stanford-gevangenisexperiment
Philip Zimbardo bouwde in 1971 een namaakgevangenis in de kelder van de psychologiefaculteit in Stanford. Vierentwintig gezonde studenten kregen vijftien dollar per dag en werden door een muntworp verdeeld in bewakers en gevangenen. Na een paar dagen vernederden de bewakers hun gevangenen, sloten ze hen op in een bezemkast en werd het experiment na zes dagen afgeblazen in plaats van de geplande twee weken.
Zo staat het in de boeken. Sinds 2018 ligt dat anders. Onderzoekers die de originele geluidsopnames en aantekeningen uit het archief opvroegen, ontdekten dat de bewakers vooraf uitdrukkelijk waren geïnstrueerd om hard op te treden, en dat de onderzoeksleider tijdens het experiment bijstuurde wanneer ze te vriendelijk bleven. De gevangene wiens instorting het beroemdst werd, vertelde later dat hij die had gespeeld omdat hij naar buiten wilde om te studeren. Een Britse replicatie in 2002 leverde een compleet ander verloop op.
Wat overblijft is geen bewijs dat rollen ons gedrag bepalen, maar een demonstratie van hoe ver mensen gaan als een autoriteit hun duidelijk maakt wat er van hen verwacht wordt. Ook interessant, alleen iets anders dan wat er decennialang is onderwezen. De BBC maakte er een documentaire over, deze is hier te bekijken.
9. Blauwe ogen, bruine ogen
Op de dag na de moord op Martin Luther King in april 1968 deelde onderwijzeres Jane Elliott haar klas met achtjarigen in Riceville, Iowa, op naar oogkleur. Blauwogige kinderen kregen die dag extra pauze, mochten voorin zitten en hoorden dat ze slimmer waren. Bruinogige kinderen moesten een kraag om.
Binnen een dag gedroegen de bevoorrechte kinderen zich hooghartig, gingen de anderen slechter presteren en werden er scheldwoorden gebruikt die er eerder niet waren. De volgende dag draaide Elliott de rollen om, met hetzelfde resultaat.
Een experiment was het niet: geen controlegroep, geen metingen, geen toestemming van ouders, en de kinderen werden voorgelogen. Elliott was ook geen psycholoog. Als lesmateriaal is het beroemd geworden en wordt het nog steeds gebruikt in trainingen, al waarschuwen critici dat je kinderen hiermee ook echt kunt beschadigen. Bekijk hier een video van dit experiment.
8. De monsterstudie
Wendell Johnson van de universiteit van Iowa vermoedde in 1939 dat stotteren ontstond doordat ouders normale haperingen in de spraak van hun kind gingen benoemen. Om dat te testen liet hij zijn promovenda Mary Tudor tweeëntwintig weeskinderen onderzoeken. De ene helft kreeg maandenlang complimenten over hun spraak, de andere helft kreeg voortdurend te horen dat ze stotterden en dat ze beter hun mond konden houden tot ze het goed konden zeggen.
Stotteraars werden ze niet. Wat wel gebeurde, was dat verschillende kinderen uit de negatieve groep stiller werden, moeite kregen met spreken in de klas en dat lang bleven houden. Johnson publiceerde de resultaten nooit, waarschijnlijk uit vrees voor de reactie zo kort na de oorlog.
Collega’s noemden het achteraf de monsterstudie. In 2007 betaalde de staat Iowa 925.000 dollar aan zes voormalige deelnemers.
7. Het Robbers Cave-experiment
Muzafer Sherif bracht in 1954 tweeëntwintig elfjarige jongens naar een zomerkamp in Oklahoma, verdeeld over twee groepen die aanvankelijk niets van elkaars bestaan wisten. Zodra de onderzoekers wedstrijden om prijzen organiseerden, ontstond binnen dagen een vijandschap met scheldpartijen, vlaggen verbranden en nachtelijke overvallen op elkaars hut.
Daarna draaide Sherif het om. Hij verzon problemen die alleen samen op te lossen waren, zoals een lekkende watervoorziening en een vrachtwagen die vastzat. Na een paar van die klussen wilden de jongens op de terugweg in dezelfde bus zitten.
Er is een addertje dat pas in 2018 breed bekend werd. Sherif had het jaar ervoor een vrijwel identieke poging gedaan in de staat New York, en daar liep het anders: de jongens weigerden elkaar te haten en keerden zich in plaats daarvan tegen de onderzoekers, die ze doorhadden. Die eerste poging heeft Sherif nooit gepubliceerd. Van Robbers Cave weten we dus vooral dat het een tweede keer wél lukte.
6. Aangeleerde hulpeloosheid
Martin Seligman en Steven Maier gaven in 1967 honden elektrische schokken waar geen ontsnappen aan was. Daarna zetten ze diezelfde honden in een bak met een lage tussenwand: één stap opzij was genoeg om de schok te ontlopen. Veel van de dieren deden dat niet. Ze gingen liggen en lieten het over zich heen komen, terwijl honden die de eerste fase niet hadden meegemaakt meteen wegsprongen.
Aangeleerde hulpeloosheid werd een van de invloedrijkste begrippen uit de psychologie en de basis voor een van de belangrijkste depressiemodellen. Seligman zelf richtte zich later op het tegenovergestelde en werd de grondlegger van de positieve psychologie.
In 2016 herzagen Maier en Seligman hun eigen theorie op basis van vijftig jaar hersenonderzoek. Passiviteit blijkt de standaardreactie op langdurige stress; wat dieren leren is niet hulpeloosheid maar juist controle, en dat leerproces zit in de prefrontale schors. Het bekendste voorbeeld uit de psychologie werd dus door de bedenkers zelf omgekeerd.
5. De apen van Harlow
In de jaren vijftig gold in de psychologie de opvatting dat een baby zijn moeder vooral waardeert als voedselbron, en dat te veel knuffelen slecht was voor de ontwikkeling. Harry Harlow haalde dat idee onderuit met een experiment dat je vandaag niet meer mag doen.
Hij scheidde pasgeboren resusaapjes van hun moeder en gaf ze twee vervangers: een van kaal ijzerdraad met een melkfles, en een van hout omwikkeld met zachte badstof zonder voedsel. De aapjes dronken bij de draadmoeder en brachten de rest van de dag, zestien tot achttien uur, bij de stoffen moeder door. Bij schrik renden ze altijd naar het zachte exemplaar.
Later isoleerde hij jonge apen maandenlang volledig, in kooien die hij zelf de put van de wanhoop noemde. Die dieren herstelden nooit volledig. Harlows werk veranderde wel hoe er in ziekenhuizen en kindertehuizen met kinderen werd omgegaan, en gaf de hechtingstheorie een empirische basis. Tegelijk geldt het als een van de aanleidingen voor de opkomst van de dierenrechtenbeweging. Harlow stierf in 1981.
4. Het Milgram-experiment
Stanley Milgram wilde in 1961 begrijpen hoe gewone mensen konden meewerken aan de Holocaust. Zijn deelnemers kregen de rol van leraar en moesten een leerling in de kamer ernaast steeds zwaardere elektrische schokken toedienen bij foute antwoorden. Die leerling was een acteur, de schokken bestonden niet en het geschreeuw kwam van een bandje. Zien konden de deelnemers hem niet, alleen horen.
De schaal liep tot 450 volt. Milgram had psychiaters vooraf laten schatten hoeveel mensen zo ver zouden gaan; zij hielden het op ongeveer één op de duizend. In werkelijkheid ging vijfenzestig procent in de bekendste variant helemaal door tot het einde, terwijl de proefleider herhaalde dat het experiment vereiste dat men doorging.
Bij dat cijfer horen kanttekeningen. Milgram voerde ruim twintig varianten uit en die vijfenzestig procent is de hoogste; gemiddeld lag de gehoorzaamheid flink lager. Zat de proefleider in een andere kamer, dan zakte het naar ongeveer twintig procent. Archiefonderzoek liet bovendien zien dat de proefleider vaak van het script afweek met extra aandrang, en dat een deel van de deelnemers doorhad dat de schokken nep waren. Wat overeind blijft is dat vrijwel niemand gewoon opstond en wegliep, ook al protesteerden ze bijna allemaal.
3. Het omstanderseffect
John Darley en Bibb Latané lieten in 1968 deelnemers een vragenlijst invullen in een kamer waar langzaam rook binnenkwam. Wie alleen zat, meldde het meestal binnen twee minuten. Zat er nog iemand bij die er niets van zei, dan bleef driekwart gewoon zitten invullen tot de kamer blauw stond. Bij een geënsceneerde epileptische aanval in de kamer ernaast gebeurde hetzelfde: hoe meer mensen er volgens de deelnemer meeluisterden, hoe kleiner de kans dat iemand hielp.
De aanleiding was de moord op Kitty Genovese in 1964, waarover The New York Times schreef dat achtendertig buren toekeken zonder iets te doen. Dat verhaal klopt niet. Later onderzoek toonde aan dat vrijwel niemand het volledige verloop kon zien, dat meerdere mensen de politie belden en dat een buurvrouw naar buiten rende en Genovese in haar armen hield tot de ambulance kwam.
De experimenten zelf zijn talloze keren herhaald en het effect is er. Toch relativeerde een analyse van bewakingsbeelden van echte straatconflicten uit 2019 het beeld aanzienlijk: in negen van de tien gevallen greep er wel degelijk iemand in, en hoe meer omstanders er waren, hoe groter de kans dat iemand dat deed.
2. Het conformiteitsexperiment van Asch
Solomon Asch bedacht rond 1951 een taak die niemand kan verknoeien. Op een kaart staat één lijn, op een tweede kaart staan drie lijnen, en je hoeft alleen aan te wijzen welke van de drie even lang is als de eerste. Alleen aan een tafel haalt vrijwel iedereen het foutloos.
Asch zette er zeven acteurs omheen die om beurten hardop antwoordden, met de echte deelnemer als voorlaatste. Bij twaalf van de achttien rondes gaven die acteurs unaniem hetzelfde overduidelijk foute antwoord. Ongeveer driekwart van de deelnemers ging minstens één keer mee, en over alle kritieke rondes samen was ruim een derde van de antwoorden fout.
De verklarende vervolgstap is minstens zo interessant. Liet Asch één van de acteurs het juiste antwoord geven, dan stortte de conformiteit vrijwel volledig in. Eén medestander bleek genoeg. Achteraf zeiden de meeste deelnemers dat ze wel degelijk zagen welke lijn de goede was, maar dat ze niet voor gek wilden staan.
1. De kleine Albert
John Watson, grondlegger van het behaviorisme, wilde in 1920 aantonen dat angsten aangeleerd zijn. Zijn proefpersoon was een baby van ongeveer negen maanden die in de literatuur Albert heet. De jongen was nergens bang voor en speelde rustig met een witte rat.
Watson en zijn assistente Rosalie Rayner sloegen vervolgens met een hamer op een stalen staaf achter zijn hoofd, telkens wanneer hij naar de rat greep. Na een handvol herhalingen begon Albert te huilen zodra hij de rat zag. De angst breidde zich uit naar een konijn, een hond, een bontkraag en een kerstmanmasker met baard.
Ongedaan is het nooit gemaakt. Albert verdween uit beeld voordat Watson daaraan toekwam, en Watson zelf werd datzelfde jaar ontslagen vanwege zijn verhouding met Rayner, waarna hij een succesvolle reclameman werd. Wie Albert was, is nog steeds onderwerp van discussie: twee onderzoeksteams kwamen op verschillende jongens uit, van wie de een op zesjarige leeftijd overleed. Bekijk je de originele filmbeelden, dan valt bovendien op dat Alberts reacties veel wisselvalliger zijn dan het handboekverhaal doet vermoeden. Het experiment is nooit succesvol herhaald.
Wat deze tien gemeen hebben, is dat ze allemaal een groot verhaal opleverden dat precies vertelde wat mensen wilden horen: dat wij allemaal beulen kunnen worden, dat een groep ons verlamt, dat een rol ons overneemt. Dat maakte ze onweerstaanbaar voor handboeken en tv-programma’s, en het maakte ook dat er decennialang niemand goed keek naar wat er werkelijk in de archieven lag. De les die de psychologie er uiteindelijk uit trok gaat niet alleen over ethiek, maar net zo goed over hoe voorzichtig je moet zijn met een uitkomst die te mooi is om waar te zijn.

ns
Over nr. 10 is een film gemaakt genaamd ‘The Experiment’, aanrader! Bizar idee hoe beïnvloedbaar mensen zijn.
Pff… Dit gaat enkel over Amerikaanse experimenten. Volgens mij de meest beïnvloedbare mensen ter wereld. Als iemand met genoeg (gespeelde) autoriteit zegt dat de aarde plat is, of dat de aarde bewoond is aan de binnenkant, of dat de wereld in 7 dagen geschapen is of dat Irak massavernietigingswapens heeft, dan zijn er direkt massa’s volgelingen. Een deel van die experimenten zou in Europa anders uitdraaien. Hier houden we niet zo van autoritaire personen.
trump zou die ook ingezet zijn door Milgram? hihi
Waarop is die uitspraak gebaseerd? Heb je daar een grotere basis voor dan die enkele voorbeelden? Ik vind het een interessante kwestie maar vroeg me af of ze ook echt te staven is. Bedankt.
Er is nu ook zo’n experiment aan de gang in de vorm van mondkapjes.
Een “autoritair” persoon geeft aan dat je het moet dragen anders een boete en de mensen hobbelen er als makke lammetjes achteraan zonder zelf na te denken wat er nu daadwerkelijk gaande is.
Dit gaat straks ook gebeuren met het vaccin.
en ook hier worden sancties aan gekoppeld, geen vaccin niet meer kunnen reizen, omhelzen, uitgaan, winkelen, boodschappen doen etc. etc.
Wie denkt er dan zelf na en denk wat gebeurd hier nu daadwerkelijk.
Zonder te weten zijn we met z’n alle in een experiment beland en het erge is, de overheid heeft het nog gezegd ook “nu kunnen we gelijk monitoren hoe het loopt met het dragen van mondkapjes”
Aha, een laptop held!
Da van met die schokken, das vreselijk
Nederlandse vlag LOL