The Rolling Stones maken sinds hun oprichting in 1962 vrijwel onafgebroken muziek. Waar ze in de jaren zestig met The Beatles wedijverden om de gunst van het publiek, wierpen Mick Jagger en Keith Richards zich doelbewust op als het gevaarlijke, rauwe en rebelse alternatief. Terwijl tijdgenoten sneuvelden of uit elkaar vielen, overleefden de Stones decennia aan muzikale trends, verslavingen en interne vetes.
Die ruim zestig jaar aan rockgeschiedenis leverde een indrukwekkende catalogus op van bezwerende bluesriffs, countryballads en opzwepende rockanthems. Dit zijn de tien beste. Toch?
10. Miss You
Eind jaren zeventig leken The Rolling Stones ingehaald door de energie van de punk en de opkomst van de disco. In plaats van de dansvloer te negeren, besloot Mick Jagger de vijand te omarmen. Geïnspireerd door zijn nachtelijke bezoeken aan de legendarische New Yorkse discotheek Studio 54 schreef hij tijdens jamsessies met toetsenist Billy Preston de basis voor Miss You, het openingsnummer van het album Some Girls (1978).
Bassist Bill Wyman en drummer Charlie Watts legden een strakke vierkwartsmaat neer, maar de echte magie kwam van straatmuzikant Sugar Blue. Jagger spotte de virtuoze mondharmonicaspeler terwijl hij in de Parijse metro speelde en nodigde hem direct uit in de studio. De jankende bluesharp van Sugar Blue en Jaggers lijzige voordracht maakten van Miss You een onweerstaanbare cross-over tussen rock en funk die de Stones opnieuw naar de top van de wereldhitlijsten schoot.
9. Angie
Hoewel The Rolling Stones hun reputatie bouwden op opzwepende gitaarriffs, scoorden ze een van hun grootste successen met een akoestische ballad. Angie, afkomstig van het in Jamaica opgenomen album Goats Head Soup (1973), stond in Nederland maar liefst vier weken op nummer een in de Top 40. De tedere pianobegeleiding van meesterpianist Nicky Hopkins en het emotionele snikje in Jaggers stem gaven het nummer een intimiteit die de band zelden eerder had laten horen.
Jarenlang deed het hardnekkige gerucht de ronde dat het liedje geschreven was voor Angela Barnett, de toenmalige echtgenote van David Bowie. Keith Richards ontkrachtte die mythe echter in zijn autobiografie Life. Hij bedacht het akkoordenschema en de titel eind 1972 in een Zwitserse ontwenningskliniek terwijl hij afkickte van heroïne, nog voordat zijn dochter Angela werd geboren. Het was simpelweg een fictieve naam die hij in zijn hoofd had geprent, waarna Jagger de tekst voltooide over een onafwendbare relatiebreuk.
8. Jumpin’ Jack Flash
Na het psychedelische zijspoor van Their Satanic Majesties Request keerde de band in 1968 met een knal terug naar de essentie van de rock-‘n-roll. De vonk voor Jumpin’ Jack Flash ontstond op een regenachtige ochtend op Keith Richards’ landgoed Redlands. Mick Jagger schrok wakker van zware voetstappen buiten het raam. Toen hij vroeg wat dat kabaal was, antwoordde Keith nuchter: ‘Oh, that’s Jack, jumping Jack’ – een verwijzing naar zijn tuinman Jack Dyer. Jagger greep direct pen en papier en dichtte ter plekke de openingszin ‘I was born in a crossfire hurricane’. Richards nam zijn akoestische gitaar op met een open-D-stemming via een goedkope draagbare Phillips-cassetterecorder om die kenmerkende, rauwe oversturing te forceren. Het resultaat was een bezwerende kraker die het startschot vormde voor de gouden creatieve piek van de groep.
7. Waiting on a Friend
Tussen alle seksuele bravoure en cynisme door toont Waiting on a Friend een zeldzaam ontspannen, kwetsbare kant van het duo Jagger en Richards. Het nummer beleefde een opmerkelijk lange ontstaansgeschiedenis: de instrumentale basissporen werden al in 1972 opgenomen tijdens sessies voor Goats Head Soup, maar bleven bijna een decennium op de plank liggen. Pas voor het restantenalbum Tattoo You (1981) voorzag Jagger de lome compositie van een tekst over ouder worden en de waarde van echte vriendschap boven vluchtige affaires.
De muzikale kroon op het werk is de magnifieke saxofoonsolo van jazzlegende Sonny Rollins, die na lang aandringen van de band naar de studio kwam en de melodie van een gouden rand voorzag. De bijbehorende videoclip toont Jagger zittend op een trap in St. Mark’s Place in New York, waar hij wacht tot Richards de hoek om komt wandelen, met een gedenkwaardig gastoptreden van reggaester Peter Tosh op de stoep.
6. Sweet Virginia
Exile on Main St. (1972) geldt onder critici en fans als het meesterwerk van The Rolling Stones, geboren uit pure chaos. Op de vlucht voor de torenhoge Britse belastingdienst vestigde de band zich in Villa Nellcote aan de Franse Riviera, waar ze in de klamme kelder tussen drugsgebruikers en nachtelijke feestgangers een rauwe plaat in elkaar timmerden. Sweet Virginia is de kroon op die sessies: een ongepolijste, swingende countryblues met een prominente saxofoonsolo van Bobby Keys en mondharmonica van Jagger. De onverholen vloek in het meezingrefrein (‘got to scrape that shit right off your shoes’) zorgde voor controverse bij radiostations, maar typeert de ongekamde sfeer van het legendarische dubbelalbum.
5. (I Can’t Get No) Satisfaction
In mei 1965 ontwaakte Keith Richards in zijn hotelkamer in Clearwater, Florida, met een melodie in zijn hoofd. Hij greep zijn akoestische gitaar, drukte de opnameknop van zijn cassetterecorder in en viel prompt weer in slaap. De volgende ochtend vond hij op het bandje twee minuten aan ruw gitaargetik, gevolgd door veertig minuten luid gesnurk. Die schets bevatte de riff die de rockmuziek voorgoed zou veranderen.
In de RCA Studios in Hollywood nam de band het nummer op met behulp van een Gibson Maestro Fuzz-Tone pedaal. Richards zag het overstuurde gitaargeluid louter als een noodgreep: hij wilde de riff later laten inspelen door een blazerssectie in de stijl van Otis Redding. Manager Andrew Loog Oldham en de overige bandleden stemden Richards echter weg en brachten de versie met de zoemende fuzzgitaar direct uit als single. Het werd de eerste wereldwijde nummer een-hit van de groep en het universele volkslied van tienerfrustratie.
4. Brown Sugar
Het openingsnummer van Sticky Fingers (1971) werd in december 1969 binnen drie dagen vastgelegd in de roemruchte Muscle Shoals Sound Studio in Alabama. Gedreven door Richards’ kenmerkende open-G-stemming op zijn gitaar en een vlammende saxofoonpartij van Bobby Keys swingt Brown Sugar vanaf de eerste tel met een ongekende vaart. Het leverde de band hun vierde Nederlandse nummer een-hit op.
Achter de feestelijke melodie schuilt echter een van de meest controversiële teksten uit de rockcanon. Jagger reeg thema’s als slavenhandel, zweepslagen, interraciale verlangens en heroïne aan elkaar tot een provocerend geheel. In recentere jaren besloten de Stones het nummer niet langer live te spelen omdat de tekst over slavernij en uitbuiting niet meer aansluit bij het hedendaagse tijdsgewricht, maar muzikaal blijft het een van hun krachtigste bluesrocktracks.
3. Gimme Shelter
Gimme Shelter, het openingsnummer van Let It Bleed (1969), vangt als geen ander de dreiging van een tijdperk dat op instorten stond. Terwijl de Vietnamoorlog escaleerde en de idealen van de ‘Summer of Love’ verdampten, bouwde Keith Richards een onheilspellende gitaarintro die langzaam aanzwelt tot een apocalyptische storm. Het dramatische hoogtepunt van het nummer is de gastbijdrage van zangeres Merry Clayton. Midden in de nacht hoogzwanger uit bed gebeld arriveerde ze in haar nachtkleding in de studio om het refrein in te zingen. Haar uithalen bij de regels ‘Rape, murder, it’s just a shot away’ zijn zo intens dat haar stem hoorbaar overslaat, wat in de studio een spontane kreet van bewondering ontlokte aan Jagger. Slechts enkele dagen na de release voltrok zich het noodlottige Altamont-festival, waarmee Gimme Shelter definitief de soundtrack werd van het einde van de jaren zestig.
2. You Can’t Always Get What You Want
Als passend contrapunt voor het duistere geweld van Gimme Shelter sluit Let It Bleed af met een monumentaal epos van ruim zeven minuten. You Can’t Always Get What You Want opent plechtig met het koorgezang van het London Bach Choir, waarna een eenzame hoornsolo van multi-instrumentalist Al Kooper de overgang markeert naar een akoestische gitaar van Jagger.
Omdat de vaste drummer Charlie Watts grote moeite had om de complexe driedelige swingmaat onder de knie te krijgen, kroop producer Jimmy Miller zelf achter het drumstel om de opzwepende groove in te spelen. Tekstueel fungeert het lied als een nuchtere afrekening met de utopische dromen van de jaren zestig: je krijgt niet altijd wat je wilt, maar als je probeert, vind je misschien precies wat je nodig hebt.
1. Sympathy for the Devil
Geen enkel nummer vat het gevaar, het charisma en het theatrale genie van The Rolling Stones beter samen dan Sympathy for the Devil. Het openingsnummer van Beggars Banquet (1968) werd geboren nadat actrice Marianne Faithfull aan Mick Jagger het Russische meesterwerk De Meester en Margarita van Michail Boelgakov cadeau gaf. Geïnspireerd door die roman kroop Jagger in de huid van Lucifer om een sinistere geschiedenisles te geven over de kruisiging van Jezus, de Russische Revolutie en de moord op de gebroeders Kennedy.
De transformatie van het nummer in de Olympic Studios in Londen werd minutieus vastgelegd door de Franse nouvelle vague-regisseur Jean-Luc Godard voor zijn documentaire One Plus One. In de beelden is te zien hoe de band dagenlang worstelde met een logge folkversie, totdat Richards en percussionist Rocky Dijon het idee kregen om er een bezwerend Afro-Cubaans sambaritme onder te leggen. Anita Pallenberg en Marianne Faithfull sloten zich aan bij het achtergrondkoor om de iconische ‘whoo-whoo’-kreten in te zingen.
Wanneer Richards halverwege het nummer invalt met een venijnige, scheurende gitaarsolo die als een zweep door de percussie snijdt, bereikt het nummer een koortsachtig kookpunt. Sympathy for the Devil transformeerde The Rolling Stones definitief van een talentvolle rhythm-and-bluesgroep tot de gevaarlijkste rockband ter aarde.

paint it black?
Paint it black hoort er ook tussen.
Sue’s a rainbow
A fool to cry ?