De opkomst van de moderne popcultuur veranderde de rol van filmmuziek ingrijpend. Waar studio’s decennialang uitsluitend vertrouwden op klassieke orkestpartituren, bewezen vroege muziekfilms van Elvis en The Beatles dat popnummers een film naar ongekende commerciële hoogtes konden stuwen. Soundtracks als Saturday Night Fever, Pulp Fiction en Purple Rain groeiden zelfs uit tot autonome culturele mijlpalen die miljoenen keren over de toonbank gingen. Dit zijn de tien beste en meest invloedrijke soundtracks uit de filmgeschiedenis.
10. O Brother, Where Art Thou? (2000)
Toen de eigenzinnige regisseurs Joel en Ethan Coen hun komische odyssee door het Mississippi van de Grote Depressie planden, stelden ze een opmerkelijke eis: de muziek moest klaar zijn voordat het filmen begon. Samen met topproducer T-Bone Burnett doken de gebroeders Coen diep in de archieven van traditionele Amerikaanse bluegrass, gospel, country en blues.
Het fictieve muziekgroepje uit de film, The Soggy Bottom Boys (met de zangstem van bluegrass-veteraan Dan Tyminski voor hoofdrolspeler George Clooney), scoorde een onverwachte wereldhit met “I Am a Man of Constant Sorrow”. Tegen alle verwachtingen in versloeg het soundtrackalbum giganten als Bob Dylan en U2 tijdens de Grammy Awards van 2002 door de prestigieuze prijs voor Album van het Jaar binnen te slepen, wat een massale heropleving van authentieke Amerikaanse rootsmuziek ontketende.
9. The Harder They Come (1972)
De rauwe Jamaicaanse misdaadfilm The Harder They Come vertelt het verhaal van Ivanhoe Martin, een straatarme plattelandsjongen die naar Kingston trekt om zanger te worden, maar verstrikt raakt in een web van corrupte platenbazen en drugshandel. De hoofdrol werd vertolkt door reggaepionier Jimmy Cliff, die tevens het leeuwendeel van de muziek voor zijn rekening nam.
Hoewel Bob Marley later zou uitgroeien tot het wereldwijde gezicht van de reggae, was het de soundtrack van The Harder They Come die het genre voor het eerst introduceerde bij een breed internationaal publiek. Naast tijdloze nummers van Cliff zelf, zoals het opstandige titelnummer en “Many Rivers to Cross”, bevatte de plaat baanbrekende bijdragen van The Maytals en Desmond Dekker. Het album geldt nog altijd als het definitieve startpunt van de wereldwijde reggaegolf.
8. Trainspotting (1996)
De verfilming van Irvine Welsh’ spraakmakende roman over een hechte vriendengroep van heroïneverslaafden in Edinburgh betekende de internationale doorbraak voor regisseur Danny Boyle en hoofdrolspeler Ewan McGregor. De film vond de perfecte balans tussen grimmig sociaal realisme en uitzinnige zwarte humor, gedreven door een van de meest energieke soundtracks van de jaren negentig.
De iconische openingsscène, waarin Renton op de vlucht slaat voor winkeldetectives terwijl hij zijn cynische “Choose Life”-monoloog afsteekt, kreeg een ongekende stoot adrenaline dankzij Iggy Pop’s “Lust for Life”. De soundtrack bracht bovendien de opkomende Britse clubcultuur naar de bioscoop: een instrumentale remix van Underworlds “Born Slippy .NUXX” werd dankzij de slotscène van de film een gigantische anthem voor een hele generatie feestgangers.
7. Super Fly (1972)
In de vroege jaren zeventig ontstond in de Verenigde Staten het zogeheten blaxploitation-genre: actiefilms gemaakt door en voor Afro-Amerikanen, gesitueerd in de rauwe straten van grote steden. Voor Super Fly, het portret van een New Yorkse cocaïnedealer die een laatste grote slag wil slaan om uit het milieu te stappen, werd soul- en funkicoon Curtis Mayfield aangetrokken om de muziek te componeren.
Mayfield weigerde om de drugscultuur te verheerlijken. In plaats daarvan schreef hij geëngageerde sociaal-kritische teksten die via nummers als “Freddie’s Dead” en het funky titelnummer fungeerden als een vlijmscherp moreel geweten bij de beelden. Gekenmerkt door wah-wah-gitaren, pompende baslijnen en schetterend koperwerk werd het album een groter kassucces dan de film zelf, en legde het de muzikale basis voor talloze Amerikaanse en Nederlandse politieseries en vroege hiphopsamples.
6. Lost in Translation (2003)
Sofia Coppola’s tweede speelfilm groeide in 2003 uit tot een van de meest bejubelde onafhankelijke films van het decennium. De melancholische dynamiek tussen een uitgebluste filmster (Bill Murray) en een pasgetrouwde filosofiestudente (Scarlett Johansson) tegen het decor van een desoriënterend, neonverlicht Tokio werd versterkt door een intieme muzikale selectie.
Muziekbegeleider Brian Reitzell stelde samen met Coppola een dromerige docusoundtrack samen waarin ambient, dreampop en shoegaze naadloos in elkaar overvloeien, met sfeercomposities van onder meer Air, My Bloody Valentine en Phoenix. Het absolute sleutelmoment volgt tijdens het ontroerende afscheid op straat, waar de ruizige drums en gitaren van The Jesus and Mary Chain’s “Just Like Honey” exact de emotionele ontlading bieden die de gefluisterde woorden van Murray onhoorbaar laten.
5. Easy Rider (1969)
Met Easy Rider zette regisseur en acteur Dennis Hopper Hollywood op zijn kop. De roadmovie over twee langharige motorrijders die op hun choppers van Los Angeles naar New Orleans cruisen op zoek naar spirituele vrijheid, luidde het tijdperk van ‘New Hollywood’ in en gaf een ongefilterde stem aan de tegencultuur van de late jaren zestig.
In plaats van een componist in te huren, monteerde Hopper de film direct op de platen die hij zelf graag op de autoradio draaide. Steppenwolfs dampende hardrocknummer “Born to Be Wild” werd direct bij de openingsrit gekoppeld aan ronkende motoren en groeide uit tot het ultieme symbool van rebellie. Nummers van The Byrds en gitaarvirtuoos Jimi Hendrix maakten van de elpee een historisch tijdsdocument van de hippie-era.
4. Help! (1965)
Op het hoogtepunt van de Beatlemania besloot manager Brian Epstein om de Fab Four na het succes van A Hard Day’s Night opnieuw het witte doek op te sturen. Help! werd een uitzinnige komedie vol slapstick waarin John, Paul, George en Ringo achternagezeten worden door een geheimzinnige oosterse sekte die aanzit op Ringo’s offerring.
Hoewel de plot weinig om het lijf had, gold de soundtrackkant van de plaat als een gigantische artistieke sprong voorwaarts. Met klassiekers als het titelnummer “Help!” (waarin John Lennon zijn vroege persoonlijke wanhoop bezong), het stuwende “Ticket to Ride” en Paul McCartney’s tijdloze akoestische meesterwerk “Yesterday” leverden The Beatles een van de best verkochte en meest invloedrijke popsoundtracks uit de twintigste eeuw af.
3. Purple Rain (1984)
Toen Prince begin jaren tachtig eiste dat Warner Bros. een speelfilm rond zijn persoon zou financieren, verklaarden critici hem voor gek. De autobiografisch getinte film over ‘The Kid’, een worstelende muzikant in de clubscene van Minneapolis, had wellicht een eenvoudig dramatisch plot, maar muzikaal verpulverde Prince alle concurrentie.
De soundtrack werd een fenomeen: het album stond 24 weken onafgebroken op de eerste plaats van de Amerikaanse hitlijst en verkocht wereldwijd meer dan 25 miljoen exemplaren. Met krakers als “When Doves Cry”, “Let’s Go Crazy” en het epische titelnummer met zijn iconische gitaarsolo domineerde Prince gelijktijdig de bioscoopkassa’s, de radio en de MTV-schermen, wat hem datzelfde jaar de welverdiende Oscar voor Beste Originele Liedjesscore opleverde.
2. Pulp Fiction (1994)
Geen filmmaker heeft popmuziek zo doeltreffend gebruikt om het ritme van een misdaadfilm te dicteren als Quentin Tarantino. Voor zijn meesterwerk Pulp Fiction weigerde hij een traditionele filmcomponist in te huren; in plaats daarvan spitte hij maandenlang door zijn eigen vinylcollectie op zoek naar vergeten surfrock, obscure soul en rock-‘n-roll.
Door de rauwe gitaartwang van Dick Dale’s “Misirlou” direct na de overval in het wegrestaurant over het scherm te laten knallen, zette Tarantino de toon voor een filmrevolutie. Het soundtrackalbum werd een uniek kunstwerk op zichzelf doordat iconische filmdialogen: zoals Samuel L. Jacksons beruchte Ezekiel-monoloog, naadloos tussen de muziektracks werden gemonteerd. Nummers als “You Never Can Tell” van Chuck Berry beleefden dankzij de dansscène van Travolta en Thurman een wereldwijde hergeboorte.
1. Saturday Night Fever (1977)
Het openingsshot waarin John Travolta als Tony Manero in zijn strakke broek op het ritme van de muziek over de straten van Brooklyn paradeert met een verfblik in zijn hand, zette in 1977 een wereldwijde rage in gang. Saturday Night Fever was geen oppervlakkige dansfilm, maar een rauw sociaal drama over jongeren uit de arbeidersklasse die in het weekend hun uitzichtloze bestaan ontvluchtten onder de discobol.
Het bijbehorende dubbelalbum groeide uit tot een van de bestverkochte platen aller tijden, met wereldwijd ruim veertig miljoen verkochte exemplaren. De soundtrack werd gedomineerd door de onweerstaanbare falsettostemmen en strakke grooves van de Bee Gees. Monstersingles als “Stayin’ Alive”, “Night Fever”, “How Deep Is Your Love” en “More Than a Woman” voerden gelijktijdig de hitparades aan over de hele planeet en transformeerden disco van een undergroundclubcultuur tot een universeel popfenomeen.

Quadrophenia?
Into the wild?
La meglio gioventu?
Zabriskie point?
Two-lane blacktop?
Mis ik in de lijst Nederlanders in Amerika die het gemaakt hebben Herman Brood?