Top 10 Oudste volksliederen in de wereld

9 min lezen
Maak ons je Google favoriet

Een volkslied is het muzikale visitekaartje van een soevereine staat. Het fenomeen ontstond grotendeels in de achttiende en negentiende eeuw, toen het moderne nationalisme opkwam en pasgeboren staten zochten naar een herkenbaar symbool om hun burgers te verenigen.

Wat een hymne precies tot een officieel volkslied maakt, leidt onder historici regelmatig tot discussie. Telt het moment waarop de melodie voor het eerst op papier werd gezet, de datum van de tekst, of het officiële koninklijke besluit waarin het tot staatssymbool werd uitgeroepen? Wie kijkt naar de ontstaansgeschiedenis van melodie en tekst samen, ziet dat een handvol hymnes de tand des tijds al eeuwenlang doorstaat.

Dit zijn de tien oudste nog altijd gebruikte volksliederen ter wereld.

10. Der er et yndigt land (Denemarken, 1835)

Denemarken heeft een bijzondere status binnen de heraldiek: het land heeft twee officiële volksliederen met een gelijke juridische status. Wanneer het koningshuis of de strijdkrachten een ceremonie houden, klinkt het koninklijke lied Kong Christian stod ved højen mast, dat al in 1780 werd opgetekend. Voor alle burgerlijke en sportieve gelegenheden gebruiken de Denen echter Der er et yndigt land.

De tekst van dit burgerlijke volkslied werd in 1819 geschreven door dichter Adam Oehlenschläger tijdens de Deense romantiek. In tegenstelling tot veel andere strijdlustige hymnes zingt het lied over zacht glooiende heuvels, beukenbossen aan de Oostzee en de vreedzame aard van het Deense landschap.

De melodie die vandaag de dag in stadions klinkt, werd in 1835 gecomponeerd door Hans Ernst Krøyer. Hoewel gerespecteerde Deense componisten als Carl Nielsen en Thomas Laub later nieuwe melodieën schreven voor het gedicht, hield de Deense bevolking koppig vast aan de eenvoudige, volkse compositie van Krøyer.

9. Hino Nacional Brasileiro (Brazilië, 1831)

Toen Brazilië zich in 1822 afscheidde van Portugal, schreef de eerste keizer van het land, Pedro I, persoonlijk een hymne om de onafhankelijkheid te vieren. Zijn populariteit brokkelde snel af, en toen de keizer in april 1831 gedwongen aftrad ten gunste van zijn minderjarige zoon, wilde de bevolking ook direct van zijn muziek af.

Muzikant Francisco Manuel da Silva greep dat historische moment aan. Op 13 april 1831, amper een week na de troonsafstand, voerde een militair orkest in Rio de Janeiro zijn nieuwe, wervelende mars voor het eerst op. De energieke compositie met haar opera-achtige overgangen sloeg direct aan bij het publiek.

Opmerkelijk genoeg bleef het lied daarna bijna een eeuw lang zonder definitieve tekst. Tijdens het keizerrijk zong men verschillende officieuze versies, en na het uitroepen van de republiek in 1889 werd de melodie vaak puur instrumentaal gespeeld. Pas in 1922, ter gelegenheid van honderd jaar onafhankelijkheid, legde president Epitácio Pessoa de huidige, poëtische tekst van dichter Joaquim Osório Duque-Estrada officieel bij wet vast.

8. De Brabançonne (België, 1830)

De geboorte van het Belgische volkslied voltrok zich in het heetst van de strijd. Op 25 augustus 1830 brak in de Brusselse Muntschouwburg na de opvoering van de opera La Muette de Portici een opstand uit tegen het bewind van de Nederlandse koning Willem I, wat leidde tot de Belgische Revolutie.

De Franse toneelspeler en revolutionair Louis Alexandre Dechet, beter bekend onder zijn artiestennaam Jenneval, schreef de tekst in september 1830 tijdens de straatgevechten in Brussel. De muziek werd gecomponeerd door François van Campenhout, een zanger en dirigent van de Muntschouwburg. Jenneval zou de triomf van zijn lied overigens zelf niet meemaken: hij sneuvelde een maand later bij Lier tijdens een vuurgevecht met Nederlandse troepen.

De oorspronkelijke tekst van Jenneval was nog opvallend verzoenend naar het Huis van Oranje en viel vooral de ministers aan, maar na de definitieve breuk met Nederland werd de tekst snel militanter gemaakt. In 1860 schrapte premier Charles Rogier alle anti-Nederlandse scheldwoorden en gaf hij de Brabançonne haar huidige, vreedzamere woorden. Omdat België drie officiële landstalen kent, heeft de hymne een Nederlandse, Franse en Duitse tekst.

7. Himno Nacional de Chile (Chili, 1828)

Na het uitroepen van de onafhankelijkheid van Chili in 1818 liet vrijheidsstrijder Bernardo O’Higgins een eerste nationaal lied componeren door Manuel Robles. Het lied werd enthousiast gezongen in cafés en kazernes, maar de Chileense elite vond het muzikaal te eenvoudig en te lokaal van karakter voor officiële staatsbezoeken.

Tijdens een verblijf in Londen ontmoette de Chileense diplomaat Mariano Egaña de Catalaanse operacomponist Ramón Carnicer, die op dat moment in ballingschap leefde vanwege zijn liberale opvattingen. Egaña vroeg hem om een waardiger melodie te schrijven voor Chili. Carnicer voltooide de partituur in 1828 in Engeland en stuurde de muziek per schip naar Zuid-Amerika, zonder ooit zelf een voet op Chileense bodem te hebben gezet.

De nieuwe compositie werd op 23 december 1828 voor het eerst uitgevoerd in het theater van Santiago. Twintig jaar later, in 1847, herschreef de jonge dichter Eusebio Lillo de oorspronkelijke coupletten. De reden was diplomatiek: de oorspronkelijke tekst bevatte harde beledigingen aan het adres van Spanje, terwijl Chili en het voormalige moederland inmiddels diplomatieke vriendschapsbanden hadden gesloten.

6. Himno Nacional del Perú (Peru, 1821)

Nadat generaal José de San Martín in juli 1821 Lima had bevrijd van het Spaanse koloniale leger, schreef hij een openbare wedstrijd uit om een nationale hymne te kiezen. Zeven vooraanstaande componisten dienden een partituur in. Volgens de overlevering luisterde San Martín in stilte naar de eerste zes inzendingen. Toen de zevende compositie van José Bernardo Alcedo weerklonk, sprong de generaal enthousiast overeind en riep: dit is zonder twijfel het volkslied van Peru. De tekst werd geleverd door dichter José de la Torre Ugarte.

Op 23 september 1821 zong de sopraan Rosa Merino het lied voor het eerst in het Teatro Principal van Lima in het bijzijn van San Martín en het bevrijdingsleger. Het begin van het refrein, Somos libres, seámoslo siempre (Wij zijn vrij, laten we dat voor altijd blijven), werd een van de krachtigste leuzen in de Latijns-Amerikaanse onafhankelijkheidsstrijd.

5. Himno Nacional Argentino (Argentinië, 1813)

Tijdens de woelige Meirevolutie van 1810 verklaarde de bevolking van Buenos Aires zich onafhankelijk van het Spaanse gezag. De revolutionaire Algemene Vergadering nam op 11 mei 1813 een decreet aan waarin de Marcha Patriótica werd aangewezen als het enige officiële lied van de Verenigde Provincies van de Río de la Plata.

De tekst was geschreven door advocaat en politicus Vicente López y Planes, terwijl de Catalaanse musicus Blas Parera de muziek componeerde. De oorspronkelijke versie duurde ruim twintig minuten en bevatte furieuze strofen waarin Spanje werd afgeschilderd als een bloeddorstige tiran en een gevallen iberische leeuw.

Toen Argentinië aan het eind van de negentiende eeuw diplomatieke en economische banden aanknoopte met Madrid, zorgden die felle anti-Spaanse passages voor diplomatieke schaamte. President Julio Argentino Roca vaardigde in 1900 een decreet uit waarin werd vastgelegd dat bij officiële plechtigheden voortaan alleen het eerste en laatste couplet en het refrein mogen worden gezongen, waardoor alle haatdragende regels uit het protocol verdwenen.

4. La Marseillaise (Frankrijk, 1795)

In de nacht van 25 op 26 april 1792 verklaarde revolutionair Frankrijk de oorlog aan Oostenrijk. De burgemeester van Straatsburg, baron Philippe-Frédéric de Dietrich, klaagde tijdens een diner dat de Franse troepen aan de Rijn geen fatsoenlijk patriottisch marslied hadden. De aanwezige legerkapitein en amateurcomponist Claude Joseph Rouget de Lisle ging diezelfde nacht aan de slag en schreef het Chant de guerre pour l’armée du Rhin.

Het lied verspreidde zich als een lopend vuur door Frankrijk. Toen een bataljon vrijwilligers uit Marseille in juli 1792 naar Parijs marcheerde om het koninklijk paleis van de Tuilerieën te bestormen, zongen zij de opzwepende mars onophoudelijk. De Parijse bevolking doopte het lied al snel om tot La Marseillaise.

Op 14 juli 1795 riep de Nationale Conventie het lied uit tot het officiële volkslied van de Republiek. Zowel Napoleon Bonaparte als de latere Bourbon-koningen verboden het lied wegens de revolutionaire lading, maar sinds 1879 is La Marseillaise definitief de nationale hymne van Frankrijk.

3. Marcha Real (Spanje, 1761)

De Spaanse Marcha Real is een zeldzaamheid in de muziekgeschiedenis: het is een van de weinige officiële volksliederen ter wereld dat geen enkele officiële tekst heeft. Wie een Spaanse sporter bij een medailleceremonie uit volle borst mee ziet neuriën, hoort enkel lalala.

De oudste vermelding van de melodie staat in het Libro de la Ordenanza de los Toques de Pífano y Tambor uit 1761, een militair reglement voor fluit- en trommelsignalen samengesteld door Manuel de Espinosa de los Monteros. Het stuk heette destijds de Marcha Granadera en werd gespeeld om het ritme van de grenadiers van het leger te bepalen.

In 1770 verklaarde koning Karel III de mars tot officiële eremars voor de koninklijke familie bij openbare plechtigheden, waarna het volk het stuk spontaan Marcha Real ging noemen. Onder dictator Franco werd decennialang een nationalistische tekst van dichter José María Pemán gebruikt, maar na de terugkeer van de democratie in 1978 werd die tekst geschrapt. Pogingen van het Spaans Olympisch Comité in 2007 om via een wedstrijd een nieuwe tekst te kiezen strandden op politieke verdeeldheid tussen de verschillende Spaanse regio’s.

2. God Save the King (Verenigd Koninkrijk, 1745)

God Save the King is de moeder van alle vorstelijke hymnes. Het lied dient als nationaal volkslied van het Verenigd Koninkrijk en fungeert tevens als koninklijke hymne in landen als Canada, Australië en Nieuw-Zeeland. De melodie bleek zo krachtig dat tientallen andere landen de muziek door de eeuwen heen leenden, waaronder Liechtenstein (Oben am jungen Rhein), de Verenigde Staten (My Country, ‘Tis of Thee) en vroeger ook het Duitse en Russische keizerrijk.

De precieze oorsprong van de melodie is gehuld in nevelen. Een populair Frans verhaal beweert dat componist Jean-Baptiste Lully het lied schreef voor Lodewijk XIV ter gelegenheid van een geslaagde heelkundige ingreep, maar muziekhistorici hebben aangetoond dat dit berust op een negentiende-eeuwse apocriefe grap. De melodie gaat terug op Engelse dansen en hymnes uit de vroege zeventiende eeuw van componisten als John Bull en Henry Purcell.

Het lied brak definitief door in september 1745 in het Londense Drury Lane Theatre. Nadat het leger van koning George II bij Prestonpans was verslagen door de Schotse jakobieten onder leiding van Bonnie Prince Charlie, zong de zaal na afloop van het toneelstuk spontaan een gebed voor de vorst: God save great George our King. Binnen enkele maanden werd het lied een vaste patriottische traditie in theaters door het hele land.

1. Het Wilhelmus (Nederland, 1574)

Met afstand het oudste volkslied ter wereld is het Nederlandse Wilhelmus. Waar de meeste volksliederen stammen uit de achttiende en negentiende eeuw, ontstond het Wilhelmus al in de begintijd van de Tachtigjarige Oorlog, tussen 1568 en 1572.

Het lied is geschreven als een acrostichon: de eerste letters van de vijftien coupletten vormen samen de naam Willem van Nassov. De tekst fungeert als een openbare verantwoording van Willem van Oranje, die uitlegt waarom hij in opstand komt tegen de Spaanse landvoogden terwijl hij trouw blijft aan zijn geweten en de koning van Hispanje altijd heeft geëerd. De openingsregel benoemt dat hij van Duitsen bloed is, wat in het zestiende-eeuwse Nederlands simpelweg Diets betekende: behorend tot het Dietse of Nederduitse volk van de Lage Landen.

De melodie is ontleend aan een Frans spotlied van katholieke soldaten tijdens het beleg van de stad Chartres in 1568 (O la folle entreprise du prince de Condé). De geuzen namen de melodie over en vertraagden het tempo tot een plechtige hymne, die in 1574 voor het eerst in druk verscheen in een geuzenliedboek.

Eeuwenlang schreven historici de tekst toe aan de diplomaat Filips van Marnix van Sint-Aldegonde. Recent computeronderzoek met stylometrie van het Meertens Instituut en universiteiten in Antwerpen en Leuven toonde echter aan dat de schrijfstijl opvallend veel overeenkomsten vertoont met de theoloog Petrus Datheen, al blijft het auteurschap voer voor debat.

Hoewel het Wilhelmus al vanaf de zestiende eeuw werd gezongen, verving het pas op 10 mei 1932 bij koninklijk besluit het officiële lied Wien Neêrlands Bloed als het officiële volkslied van het Koninkrijk der Nederlanden.

Meer in Muziekweetjes

Reageren

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Populair in Muziek