Wie op dievenpad gaat, probeert doorgaans zo geruisloos mogelijk te opereren om onopgemerkt met de buit te verdwijnen. Toch zijn er criminelen die na hun daad juist wereldfaam verwierven. Soms dankzij een technisch meesterwerk of een brutale vermomming, maar minstens zo vaak door slimme zelfpromotie en romantiserende volksverhalen.
Dit zijn de tien bekendste dieven uit de geschiedenis.
10. Doris Marie Payne (geboren 1930)

De Amerikaanse Doris Payne bouwde in ruim zes decennia een reputatie op als een van de meest ongrijpbare juwelendieven ter wereld. Haar werkwijze begon in 1952 en veranderde sindsdien nauwelijks: elegant gekleed stapte ze binnen bij exclusieve juwelierszaken, waar ze zich voordeed als een welgestelde klant die op zoek was naar een kostbare diamanten ring.
Door de juwelier te vragen telkens nieuwe traytjes met ringen te laten zien en ondertussen een charmant gesprek aan te knopen, bracht ze het winkelpersoneel in verwarring. Zodra de verkoper de tel kwijtraakte over het aantal sieraden op de toonbank, verdween er ongezien een ring in haar handtas of jaszak. Ondanks tientallen arrestaties sloeg ze tot op hoge leeftijd toe. Haar opmerkelijke criminele loopbaan vormde in 2013 het onderwerp van de documentaire The Life and Crimes of Doris Payne.
9. Dick Turpin (1705 – 1739)

De Britse struikrover Dick Turpin geniet in Engeland een bijna mythische status als ridderlijke bandiet te paard, maar de historische feiten schetsen een beduidend grimmiger beeld. Turpin maakte deel uit van de gewelddadige Essex Gang, handelde in gestolen vee en schuwde marteling en moord niet tijdens zijn overvallen op afgelegen boerderijen.
Toen de grond hem te heet onder de voeten werd, vluchtte hij naar Yorkshire onder het pseudoniem John Palmer. Zijn ware identiteit kwam pas aan het licht toen hij vanuit de cel van York Castle een brief streef naar zijn zwager, wiens postzegel niet betaald was; een vroegere onderwijzer herkende het handschrift van Turpin. In 1739 eindigde hij aan de galg wegens paardendiefstal. Zijn heroïsche imago ontstond pas een eeuw later, toen victoriaanse romans en theaterstukken zijn wandaden ombogen tot romantische avonturen.
8. Albert Spaggiari (1932 – 1989)
Albert Spaggiari verwierf internationale bekendheid als het brein achter een van de meest spectaculaire bankroven uit de twintigste eeuw. In juli 1976 sloeg zijn bende tijdens het feestweekend van Quatorze Juillet toe bij het hoofdkantoor van Société Générale in Nice. Maandenlang hadden zijn handlangers vanuit het openbare rioolstelsel een tunnel van acht meter gegraven om recht onder de zwaarbeveiligde kluisruimte uit te komen.
Eenmaal binnen kraakten ze honderden kluisjes en buitten naar schatting 60 miljoen Franse franken aan contanten en edelstenen buit. Voor ze vertrokken, kalkte Spaggiari de beroemd geworden leus op de kluismuur: Sans armes, ni haine, ni violence (Zonder wapens, noch haat, noch geweld).
Toen de Franse politie de daders later toch op het spoor kwam, zorgde Spaggiari voor een nieuw spektakelstuk: tijdens zijn verhoor in het gerechtsgebouw sprong hij uit het raam op de tweede verdieping, landde op het dak van een auto en ontsnapte achterop een klaarstaande motor. Hij werd bij verstek tot levenslang veroordeeld, maar dook onder, liet zijn gezicht chirurgisch aanpassen en sleet zijn resterende levensjaren op de vlucht in Zuid-Amerika en Spanje.
7. François Villon (1431 – verdwenen in 1463)

François Villon geldt als een van de belangrijkste Franse dichters van de late middeleeuwen, maar leidde daarnaast het turbulente bestaan van een zwerver en dief. Hij studeerde al op twaalfjarige leeftijd aan de universiteit van Parijs en behaalde de titel van magister artium, maar raakte al snel verzeild in studentenrellen, dodelijke vechtpartijen en inbraken.
Rond de kerstdagen van 1456 kraakte Villon samen met een dievenbende de kapel van het Collège de Navarre, waarbij vijfhonderd gouden kronen werden buitgemaakt. Nadat een medeplichtige de bendeleden verraadde, sloeg de dichter op de vlucht. Tijdens zijn omzwervingen sloot hij zich vermoedelijk aan bij de beruchte dievengilde der Coquillards. Zelfs in gevangenschap bleef hij schrijven; meesterwerken zoals Le Testament en de Ballade des pendus danken hun ontstaan aan zijn verblijf achter de tralies. Na een omgezette doodstraf in 1463 werd hij voor tien jaar uit Parijs verbannen, waarna elk historisch spoor van hem ontbreekt.
6. Vincenzo Peruggia (1881 – 1925)

De Italiaanse glazenmaker Vincenzo Peruggia pleegde in 1911 de brutaalste kunstroof aller tijden door de Mona Lisa op klaarlichte dag uit het Louvre te ontvreemden. Peruggia had eerder in het Parijse museum gewerkt en kende de beveiliging en vluchtroutes van binnenuit.
Op zondag 20 augustus verstopte hij zich in een opslagruimte van het museum, wetende dat het gebouw de volgende dag voor publiek gesloten bleef. Gekleed in een witte werkkiel die ook door het museumpersoneel werd gedragen, lichtte hij het schilderij van de haak, verwijderde de lijst in het trappenhuis en wandelde met het paneel onder zijn arm naar buiten. Peruggia bewaarde het meesterwerk ruim twee jaar lang in een houten kist in zijn bescheiden Parijse kamer.
Zijn val volgde eind 1913, toen hij naar Florence reisde om het doek te verkopen aan de Italiaanse kunsthandelaar Alfredo Geri. Peruggia verklaarde dat hij uit patriottisme handelde en het schilderij wilde teruggeven aan Italië, in de veronderstelling dat Napoleon het destijds had gestolen. De rechtbank toonde zich mild: na een korte celstraf kwam hij vrij, terwijl zijn daad de Mona Lisa definitief bombardeerde tot het beroemdste schilderij ter wereld.
5. John Dillinger (1903 – 1934)

John Dillinger groeide tijdens de Grote Depressie uit tot de meest beruchte bankrover van de Verenigde Staten. Zijn criminele loopbaan begon bescheiden: in 1924 overviel hij een kruidenier in Indiana, waarna hij een opvallend zware celstraf van bijna tien jaar uitzat. In de gevangenis leerde hij het vak van doorgewinterde overvallers.
Na zijn vrijlating in 1933 zette Dillinger een reeks uiterst georganiseerde bankovervallen op touw in het Midden-Westen. Samen met zijn bende beroofde hij tientallen banken en politiebureaus, waarbij hij tweemaal wist te ontsnappen uit zwaarbewaakte gevangenissen, eenmaal zelfs met behulp van een uit hout gekerfd neppistool. De pas opgerichte FBI bestempelde hem tot staatsvijand nummer één. In juli 1934 liep Dillinger in Chicago in een hinderlaag: toen hij bioscoop Biograph Theater verliet, werd hij door federale agenten op straat doodgeschoten.
4. Bill Mason (geboren 1940)
Waar de meeste juwelendieven winkels viseren, specialiseerde de Amerikaanse meesterdief Bill Mason zich in de zwaarbeveiligde penthouses van de rijken der aarde. In zijn autobiografie Confessions of a Master Jewel Thief beschreef hij hoe hij over een periode van dertig jaar voor ruim 35 miljoen dollar aan edelstenen ontvreemdde in Florida en New York.
Mason observeerde zijn doelwitten grondig en klom vaak ’s nachts langs balkons en regenpijpen omhoog naar de bovenste etages van luxe appartementencomplexen, terwijl de bewoners lagen te slapen. Onder zijn slachtoffers bevonden zich beroemdheden als komiek Phyllis Diller, industrieel Armand Hammer en olympisch zwemkampioen Johnny Weissmuller. Bij die laatste ontvreemdde Mason diens gouden medailles, maar stuurde die maanden later per post anoniem terug omdat hij de sentimentele waarde voor de atleet te groot vond.
3. Jesse James (1847 – 1882)

In de nasleep van de Amerikaanse Burgeroorlog maakte Jesse James furore als meedogenloze bank- en treinrover. Als voormalig geconfedereerd guerrillastrijder zette hij samen met zijn broer Frank en de gebroeders Younger een bende op die jarenlang het Midden-Westen terroriseerde. Bij hun overvallen schoten ze regelmatig ongewapende caissières en omstanders dood.
James begreep de macht van publiciteit als geen ander. Hij liet geregeld brieven en verklaringen achter voor lokale krantenredacties, waarin hij zichzelf neerzette als een nobele strijder die opkwam voor de verarmde zuidelijke bevolking. Die zorgvuldig geregisseerde mythevorming maakte hem ongekend populair bij het grote publiek. Aan zijn rooftochten kwam in 1882 een abrupt einde toen bendelid Robert Ford hem van achteren neerschoot voor de federale beloning. Zijn geboorteplaats en het plaatsje Northfield herdenken de berovingen nog jaarlijks met grootschalige historische festivals.
2. Bonnie en Clyde (1910 en 1909 – 1934)
Het jonge liefdespaar Bonnie Parker en Clyde Barrow sprak tijdens de crisisjaren van de jaren dertig sterk tot de verbeelding van de Amerikaanse pers. Het duo trok samen met wisselende bendeleden door Texas, Oklahoma en Missouri, waarbij ze overvallen pleegden en herhaaldelijk aan politieblokkades ontsnapten.
Hoewel latere Hollywoodfilms hen afschilderden als glamoureuze bankrovers, bestond hun dagelijkse realiteit vooral uit overvallen op eenvoudige dorpswinkels, tankstations en kleine plattelandsbankjes. De bende liet een bloedig spoor na en schoot minstens negen politieagenten en vier burgers dood. Toen de politie na een inval achtergelaten foto’s vond waarop Bonnie poseerde met een revolver en een sigaar, werd het tweetal een nationale sensatie. Op 23 mei 1934 kwam aan hun vlucht een einde toen een politie-eenheid in Louisiana hun Ford V8 doorzeefde met meer dan honderd kogels.
1. Frank Abagnale jr. (geboren 1948)
Frank Abagnale jr. werd wereldberoemd dankzij zijn memoires en Steven Spielbergs verfilming Catch Me If You Can, waarin Leonardo DiCaprio gestalte gaf aan zijn vermeende wonderjaren als meestervervalser. Volgens zijn eigen relaas vloog hij als tiener miljoenen kilometers gratis mee in de cockpit als Pan Am-piloot, werkte hij maandenlang als hoofdassistent kinderarts in een ziekenhuis en slaagde hij voor het toelatingsexamen van de advocatuur.
Historisch en journalistiek onderzoek heeft dat spectaculaire levensverhaal inmiddels grotendeels ontkracht. Abagnale bleek tussen zijn zeventiende en twintigste voornamelijk in gevangenissen in Texas en New York vast te zitten voor kleinschalige oplichting en het uitschrijven van ongedekte cheques. Van een baanbrekende samenwerking met de FBI als tiener was evenmin sprake. Zijn allergrootste meesterzet als bedrieger bleek uiteindelijk zijn autobiografie zelf, waarmee hij het publiek decennialang overtuigde van een leven vol fictieve heldendaden.

Ik snap niet dat de grootste crimineel er niet instaat, 10 van de 10 kende ik niet en hun daden zijn NIKS vergeleken met misdadigers die ik ken , Pablo escobar. Alleen maar mensen uit de verleden tijd
Pablo Escobar was een drugsbaron, geen dief, in het lijstje van grootste drugsbazen is het uiteraard de nummer één.
In theorie gezien is het wel een bandiet-crimineel menno
waarom staat piet hein er niet bij. hij was een kaper,dus een dief
hij was een kaper, maar hij had een kapersbrief gekregen
Waarom staat el chapi er niet in
waar zijn de zware jongens?