10 Beroemde Kunstvervalsers wiens werken de kunstwereld shockeerden

8 min lezen
Maak ons je Google favoriet
vervalser

Kunst is altijd een bron van fascinatie geweest, niet alleen door de esthetische schoonheid maar ook door de verhalen erachter. Soms blijken die verhalen echter pure fictie en zijn de meesterwerken geschilderd door gewiekste oplichters. Van valse Vermeers die aan nazikopstukken werden verkocht tot doeken die gerenommeerde veilinghuizen miljoenen kostten: dit zijn tien beruchte kunstvervalsers en de ingenieuze manieren waarop ze uiteindelijk door de mand vielen.

10. Pei-Shen Qian

Een ongedocumenteerde Chinese immigrant die op straat in New York portretjes tekende: Pei-Shen Qian leek een onwaarschijnlijke spil in een miljoenenfraude. In de jaren negentig werd hij op straat aangesproken door kunsthandelaar Glafira Rosales. In zijn bescheiden garage in Queens schilderde Qian vervolgens tientallen doeken in de stijl van abstract expressionisten zoals Mark Rothko, Jackson Pollock en Willem de Kooning.

Rosales bracht de schilderijen onder bij Knoedler & Company, een van de oudste en meest prestigieuze kunstgaleries van Manhattan. Tussen 1994 en 2011 verkocht de galerie ruim zestig van Qians doeken voor meer dan 80 miljoen dollar aan vermogende verzamelaars. Qian zelf ontving slechts enkele duizenden dollars per schilderij. De fraude stortte in toen forensisch laboratoriumonderzoek moderne synthetische pigmenten aantoonde die in de jaren vijftig nog niet bestonden. De 165 jaar oude galerie sloot per direct de deuren en Qian vluchtte terug naar Shanghai, buiten het bereik van de Amerikaanse justitie.

9. Tom Keating

Waar de meeste vervalsers handelen uit pure hebzucht, zag de Britse restaurateur Tom Keating zichzelf als een socialistische wreker. Hij koesterde een diepe wrok tegen kunsthandelaren en veilinghuizen, die hij beschouwde als parasieten die over de ruggen van arme kunstenaars woekerwinsten maakten. Om de markt te ontregelen, bracht hij naar eigen zeggen meer dan tweeduizend vervalsingen in omloop van meer dan honderd verschillende schilders, onder wie Turner, Constable en Gainsborough.

Keating voorzag zijn doeken van wat hij ’tijdbommen’ noemde: hij schreef met loodwit scheldwoorden op het doek die pas onder röntgenstraling zichtbaar werden, of gebruikte bewust anachronistische verfmaterialen. Na zijn ontmaskering in 1976 door The Times werd hij door zijn openhartige motieven en kwakkelende gezondheid niet zwaar gestraft. Keating groeide in Engeland zelfs uit tot een geliefde televisiepersoonlijkheid, die in zijn eigen tv-programma kijkers de fijne kneepjes van de oude meesters bijbracht.

8. Shaun Greenhalgh

Een eenvoudig tuinhuisje in het Engelse stadje Bolton vormde bijna twee decennia lang het decor voor een van de meest veelzijdige kunstzwendels van de twintigste eeuw. Zonder enige academische kunstopleiding slaagde Shaun Greenhalgh erin om kunstwerken uit een tijdspanne van vierduizend jaar te imiteren: van Romeins zilverwerk en beelden van Paul Gauguin tot schilderijen van L.S. Lowry en Angelsaksische relikwieën.

Zijn bejaarde ouders George en Olive speelden het spel overtuigend mee als naïeve erfgenamen die zogenaamd oude familiebezittingen van de hand deden. Zijn grootste meesterstuk was de Amarna Princess, een albasten beeldje dat doorging voor een 3300 jaar oud Egyptisch meesterwerk. Het lokale Bolton Museum trapte er met open ogen in en kocht het beeldje in 2003 voor 440.000 pond aan.

De familieoperatie liep in 2006 spaak toen Greenhalgh drie stenen reliëfs uit het oude Assyrische Rijk aanbood aan het British Museum. Conservatoren ontdekten een historische fout in het spijkerschrift en zagen dat het paardentuig niet klopte met de historische periode, waarna een inval in de schuur van de familie volgde.

7. John Myatt

Als alleenstaande vader en worstelend tekenleraar plaatste John Myatt in 1986 een advertentie in het tijdschrift Private Eye waarin hij ‘legitieme kopieën van meesters’ aanbood voor 150 pond. De advertentie trok de aandacht van John Drewe, een uiterst geraffineerde oplichter die Myatts talent zag en hem overhaalde om op grote schaal doeken te fabriceren in de stijl van onder anderen Marc Chagall, Alberto Giacometti en Ben Nicholson.

Wat deze zaak uniek maakte, was de brutale werkwijze van Drewe. Hij wist binnen te dringen in de archieven van toonaangevende instituten zoals de Tate Gallery en het Victoria and Albert Museum. Daar stal hij originele documenten en verving hij pagina’s in oude tentoonstellingscatalogi door vervalste exemplaren, waardoor Myatts werk een onberispelijke herkomstgeschiedenis kreeg. Myatt zelf gebruikte opmerkelijke materialen: hij mengde gewone huismuurverf met K-Y glijmiddel om de textuur van oude olieverf na te bootsen. Na zijn veroordeling keerde Myatt terug naar het schildersdoek en verkoopt hij zijn werk vandaag de dag legaal als ‘genuine fakes’.

6. Wolfgang Beltracchi

De Duitse schilder Wolfgang Beltracchi beging nooit de beginnersfout om bestaande museumstukken na te schilderen. Samen met zijn vrouw Helene bestudeerde hij verloren gewaande werken van expressionisten en surrealisten zoals Max Ernst, Heinrich Campendonk en Fernand Léger, om vervolgens compleet nieuwe composities in hun stijl te creëren.

Om experts te misleiden, fabriceerde het echtpaar een complete familiegeschiedenis. Helene beweerde dat de doeken afkomstig waren uit de vooroorlogse kunstcollectie van haar grootvader Werner Jägers. Ze ging zelfs zo ver dat ze zich hulde in historische kleding uit de jaren dertig en poseerde voor geënsceneerde sepiafoto’s, met de pas geschilderde doeken aan de wand. De vervalsingen waren zo virtuoos dat zelfs de weduwe van Max Ernst een van Beltracchi’s doeken prees als het mooiste werk dat haar man ooit had gemaakt.

De miljoenenfraude strandde in 2010 op een piepklein chemisch detail. Voor het werk Rotes Bild mit Pferden (Campendonk), dat voor 2,8 miljoen euro werd verkocht, gebruikte Beltracchi een tube zinkwit van een Nederlandse verffabrikant. Het lab ontdekte dat deze verf minieme sporen van titaanwit bevatte, een pigment dat in 1914 nog niet commercieel werd toegepast. De ontdekking leidde in 2011 tot zijn arrestatie en veroordeling.

5. Elmyr de Hory

Met meer dan duizend vervalste tekeningen en schilderijen op zijn naam zette de Hongaarse aristocraat Elmyr de Hory de internationale kunstwereld decennialang voor schut. Vanuit zijn luxueuze villa op Ibiza produceerde hij aan de lopende band pastiches van Picasso, Matisse, Modigliani en Renoir, die door zijn flamboyante tussenpersoon Fernand Legros voor grof geld werden gesleten aan Amerikaanse verzamelaars en musea. Toen de Texaanse oliemagnaat Algur Meadows ontdekte dat bijna zijn voltallige privécollectie uit De Hory-kopieën bestond, barstte de bom. Regisseur Orson Welles raakte zo gefascineerd door De Hory’s dubbelzinnige spel met echtheid dat hij hem vereeuwigde in zijn befaamde filmessay F for Fake (1973). Toen Spanje in 1976 instemde met zijn uitlevering aan Frankrijk, maakte De Hory met een overdosis slaaptabletten een einde aan zijn leven.

4. Walter Keane (en Margaret Keane)

De miljoenenfraude rond de wereldberoemde schilderijen van kinderen met reusachtige, melancholische ogen was geen klassieke kunstvervalsing, maar een van de meest schaamteloze gevallen van diefstal van auteurschap. Walter Keane vergaarde in de jaren zestig wereldfaam en een enorm fortuin door de immens populaire Big Eyes-reeks aan te prijzen als zijn eigen werk. In werkelijkheid zat zijn verlegen echtgenote Margaret Keane opgesloten in een afgesloten atelier, waar ze dagen van zestien uur maakte om de productielijn draaiende te houden.

Na hun scheiding onthulde Margaret in 1970 tijdens een radio-uitzending dat zij al die jaren het enige creatieve brein was geweest. Walter deed haar af als leugenares, wat in 1986 leidde tot een geruchtmakende rechtszaak in Honolulu. De federale rechter maakte korte metten met het moddergooien: hij liet twee schildersezels in de rechtszaal plaatsen en gaf beiden 53 minuten de tijd om ter plekke een kind met grote ogen te schilderen. Margaret voltooide haar doek ruim binnen de tijd, terwijl Walter weigerde een penseel aan te raken met het excuus dat hij een acute schouderblessure had opgelopen bij het tennissen. De jury wees Margaret een schadevergoeding van vier miljoen dollar toe.

3. Geert Jan Jansen

Ruim twintig jaar lang manoeuvreerde de Nederlander Geert Jan Jansen ongemerkt door het internationale kunstcircuit. Als voormalig kunsthistoricus en galeriehouder kende hij de zwakke plekken van de markt als geen ander. Vanuit een afgelegen kasteeltje in Frankrijk imiteerde hij moeiteloos het handschrift van grootheden zoals Picasso, Matisse, Miró en de voltallige CoBrA-beweging.

Jansens imitatievermogen was zo verbluffend dat kunstkenners blindelings echtheidscertificaten uitschreven. Zelfs meester Karel Appel bekeek ooit een selectie van Jansens nagemaakte doeken en slaagde er niet in ze van zijn eigen werk te onderscheiden, waarna hij de legendarische woorden sprak: “Als ik het niet geschilderd heb, heeft die jongen een gouden handje.”

Zijn ondergang werd in 1994 ingeluid door een knullige taalfout. Jansen bood via een galerie in München een gouache aan van Marc Chagall. Het Chagall-comité in Parijs werd ingeschakeld voor verificatie en zag direct dat het bijgevoegde Franse certificaat vol grammaticale fouten stond. De Franse politie deed daarop een inval in zijn landhuis en nam meer dan 1600 vervalste kunstwerken en honderden valse herkomststempels in beslag.

2. Eric Hebborn

Met een grondige opleiding aan de Royal Academy of Arts en een ongeëvenaarde kennis van historische recepten voor inkt en papier was de Brit Eric Hebborn de schrik van musea wereldwijd. Hij specialiseerde zich in oude meestertekeningen van genieën als Rubens, Michelangelo, Van Dyck en Piranesi, die hij moeiteloos liet passeren bij vooraanstaande kunsthandelaren zoals Colnaghi in Londen. Zijn ontmaskering volgde in 1978 niet door een fout in zijn tekenstijl, maar doordat conservator Konrad Oberhuber opmerkte dat twee tekeningen van totaal verschillende zestiende-eeuwse meesters op exact hetzelfde antieke papier waren vervaardigd. Geheel onberouwvol publiceerde Hebborn in 1991 zijn memoires waarin hij openlijk de spot dreef met de arrogantie van kunstexperts. In januari 1996 werd hij in Rome op straat met ingeslagen schedel aangetroffen; een gewelddadige dood die volgens velen een afrekening was vanuit het gedupeerde kunstmilieu.

1. Han van Meegeren

De absolute aartsvader van alle kunstvervalsers is de Nederlandse schilder Han van Meegeren. Gefrustreerd door kunstcritici die zijn traditionele stijl in de jaren twintig als ouderwets en zielloos bestempelden, zwoer hij wraak op het kunstestablishment. Hij besloot te bewijzen dat recensenten het verschil niet zagen tussen een authentiek meesterwerk en zijn eigen creaties. Jarenlang experimenteerde hij met historische pigmenten vermengd met bakeliet (een vroege kunsthars), waarna hij de doeken in een oven bakte om de eeuwenoude hardheid van zeventiende-eeuwse olieverf te imiteren.

Zijn meesterproef uit 1937, De Emmaüsgangers, werd door de autoriteit Abraham Bredius enthousiast onthaald als het mooiste schilderij dat Johannes Vermeer ooit had gemaakt. Museum Boijmans kocht het doek direct aan voor het astronomische bedrag van 540.000 gulden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog verkocht Van Meegeren een andere ‘Vermeer’ (Christus en de overspelige vrouw) voor 1,65 miljoen gulden aan de beruchte nazileider Hermann Göring.

Na de bevrijding in mei 1945 werd Van Meegeren gearresteerd op verdenking van collaboratie en verraad, een misdrijf waarop de doodstraf stond. Omdat hij weigerde als landverrader voor het vuurpeloton te sterven, biechtte hij verbouwereerd op: “Dwazen, ik heb helemaal geen nationaal erfgoed aan de vijand verkocht, ik heb het zelf geschilderd!” Om zijn verhaal te bewijzen, werd hij onder politiebewaking in een Amsterdams atelier geplaatst, waar hij voor het oog van internationale getuigen en experts zijn allerlaatste ‘Vermeer’ schilderde. Van Meegeren werd op slag een nationale volksheld omdat hij de nazi’s had opgelicht, en overleed in 1947 aan een hartaanval voor hij zijn celstraf van één jaar kon uitzitten.

Meer in Kunst

Reageren

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Populair in Boeken, Kunst & Games