Heb je je wel eens afgevraagd waarom wij Europeanen denken dat Fransozen alleen maar wijn drinken en beschimmelde kaas eten, terwijl Duitsers bier naar binnen gieten alsof het water is en de Engelsen vette worstjes voor ontbijt naar binnen werken zonder een kik te geven? Zijn die vooroordelen wel gegrond in werkelijkheid, of is het gewoon een (onzinnig) waandenkbeeld van (sommigen onder) ons? Misschien is onze zoektocht naar zulke vooroordelen wel een reactie op de eenheid van de Europese Unie. We moeten allemaal gelijk aan elkaar zijn, maar op sommige aspecten willen we juist verschillen van elkaar. Zulke verschillen geven ons een soort van identiteit. En waarom zou zo’n identiteit niet deels bestaan uit culinaire eigenaardigheden?
Lees ook deel 1 uit de serie Europeanen, daarin onder andere de langste, dikste, oudste Europeanen.
Het ligt voor de hand deze vooroordelen te gebruiken, omdat ieder land (zelfs iedere regio) zijn culinaire tradities heeft. Soms komt dit omdat bepaalde producten gewoon beter groeien in bepaalde regio’s (wijndruiven, bijvoorbeeld, groeien niet zo goed (of beter gezegd, totaal niet) in Noord Europa, terwijl er in West Europa maar weinig ruimte is voor groot wild). Vaak is het tegenwoordig, door de onstopbare voortgang in technologie en ontwikkeling, mogelijk om wijndruiven te laten groeien waar dat voorheen niet kon en dat geldt ook voor de productie van vele andere producten. Echter, als een regio eenmaal traditioneel bekend staat om een bepaald product, is het vaak niet zo gemakkelijk (of wenselijk) om die traditie te stoppen. En vaak is dat ook helemaal niet nodig. Frankrijk maakt nog altijd uitstekende wijnen, hoewel het elders ook gedaan kan worden. Er is zelfs een hele goede reden om producten te blijven produceren in hun oorspronkelijke regio, ook al kan het ergens anders goedkoper. Niet alleen het product namelijk, maar ook de producent en zijn expertise, wonen in bepaalde regio’s. Wijn groeit niet aan een boom, het is een lang en moeilijk proces waar in Frankrijk de juiste experts voor aanwezig zijn. Geen wonder dat daar nog altijd goeie wijnen geproduceerd worden!
Het is dus niet vreemd dat bepaalde landen en regio’s in de wereld nog altijd bekend staan om bepaalde producten, of dit nou geografisch noodzakelijk is of niet. Om hier een beetje zicht in te brengen, geven wij hier van vijf producten de top tien meest producerende landen, binnen Europa. Alles om de identiteit van verschillende landen te behouden. Hoewel de eenheid van Europa ook zijn voordelen heeft. Import van Franse wijnen en kazen, en export van Gouda, wordt namelijk aanzienlijk gemakkelijker met open grenzen… Afijn, we hebben hieronder top tiens van Kaaskoppen, Carnivoren en Zoetekauwen.
Top tien kaaskoppen

We beginnen met een product dat veel Nederlanders wel lusten, en iets waar we zelf internationaal bekend om staan, namelijk kaas. Hoewel we als Nederlanders een reputatie hebben als producenten van bekende kazen als Gouda (uitgesproken als Goeda door de meeste buitenlanders), zijn we geenszins de grootste consumenten. Wellicht exporteren we zoveel van onze kazen, dat er niet genoeg overblijft voor onze interne markt? Of we zijn na het maken van al die kaas de smaak gewoon een beetje beu… Maar waar zitten dan de échte kaaskoppen in Europa? We geven hier de kaasconsumptie per bevolkingshoofd per jaar aan, gebaseerd op cijfers van de International Dairy Federation. Dat is echter zo’n abstract getal, dat we, om lezers een beetje te helpen, ook aangeven hoeveel die jaarlijkse consumptie is in ‘camembertjes’ (van 250 gram) en de bekende ronde Edammer kazen in rode verpakking (1,5 kilogram).
10. Oostenrijk. De Oostenrijkers openen deze lijst met een kaasconsumptie van ruim 21 kilogram per jaar.
9. Italië. Ricotta, Gorgonzola en Mascarpone, allemaal bekende kaasnamen die uit Italië afkomstig zijn. De Italianen hebben een oeroude traditie wat betreft kaas maken, die terug dateert tot de Romeinse tijd. Met 21,5 kilogram per jaar per Italiaan zit dit land nét onder Nederland en Zwitserland.
8. Nederland. We moeten eerlijk zijn: met 21,6 kilogram per jaar staan wij Nederlanders niet eens in de kaas-subtop van Europa. We staan waarschijnlijk internationaal bekend als kaaskoppen omdat we een van de grootste exporteurs zijn in kazen. De interne kaasconsumptie valt dus reuze mee.
7. Zwitserland. De Zwitsers eten 22,2 kilogram per jaar. Gruyère en Emmentaler zijn bekende Zwitserse kazen. Emmentaler wordt overigens voornamelijk gebruikt als toevoeging voor recepten.
6. Duitsland. Hoewel ze er niet bepaald om bekend staan, zijn onze Oosterburen fervente kaaskoppen. Meer dan wij zelf, blijkbaar. Er worden wel degelijk regionale kazen gemaakt in Duitsland, maar geen van deze kaassoorten wordt zo goed internationaal herkend als de onze. Dat maakt voor de Duitsers zelf niets uit: ze lusten hun kaas (en importkaas) net zo goed. Zowel eigen kaas als import is goed voor 24,7 kilogram per jaar per persoon.
5. Cyprus. Dankzij de populariteit van halloumi, dat op het eiland zelf in grote hoeveelheden wordt gegeten, komt Cyprus uit op 26,7 kilogram kaas per jaar.
4. Frankrijk. Frankrijk staat bekend als het land van de duizend-en-een kazen: Camembert, Roquefort, Brie. Toch is het al een aantal jaren niet meer de onbetwiste Europese koploper. De Fransen eten 27,2 kilogram kaas per jaar, ruim 100 camembertjes, of bijna 1,5 Edammer kaasbol per maand.
3. Finland. Finnen consumeren zo’n 27,3 kilogram kaas per jaar. Als we dat uitdrukken in camembertjes, dan zijn dat er ruim 109 per jaar. Bijna drie camembertjes per week.
2. IJsland. IJsland eet 27,7 kilogram kaas per jaar, mede dankzij hun eigen bijzondere kaassoort genaamd Skyr. Skyr is een soort kwark, vloeibare verse kaas die men met een lepel eet. Oorspronkelijk komt de bereidingswijze uit Noorwegen, maar daar is dit product inmiddels uitgestorven, en IJsland is lange tijd de enige plek op aarde geweest waar Skyr werd gemaakt.
1. Denemarken. De Denen zijn de nieuwe koplopers van Europa, met een kaasconsumptie van 28,1 kilogram per jaar per persoon. Dat is ruim 112 camembertjes, of bijna 19 Edammer kaasbollen. Een groot deel daarvan is te danken aan Deense klassiekers als Havarti en de blauwschimmelkaas Danablu.
Deze top tien ging enkel om Europese landen, maar wereldwijd verandert er weinig aan deze lijst. Vrijwel alle grote kaasconsumenten zitten in Europa; het eerste niet-Europese land in de mondiale kaastop volgt pas ver daarna. De conclusie? Niet zozeer Nederlanders, maar Denen, IJslanders en Finnen zijn de echte kaaskoppen van Europa.
Top tien carnivoren

Dus, hoe zit dat dan met vlees? De meeste mensen weten dat de mensheid geen diersoort is die carnivoor is, we leven dus niet uitsluitend van vlees. We zijn echter biologisch gezien ook geen vegetariërs. De mens is gemaakt op een beetje vlees, maar vooral niet teveel. Echter, sommige mensen vinden het moeilijk om matig te zijn met vleesconsumptie, het is simpelweg té lekker om niet te eten. Anderen (vooral vegetariërs en veganisten) krijgen vlees juist niet af geslikt, omdat het smerig is, of omdat het ethisch gewoon helemaal verkeerd voelt. Hier presenteren we de top tien vleesetende EU-landen op basis van recente FAO-cijfers over 2023, uitgedrukt in gemiddelde kilo’s vlees per persoon per jaar. Als er een bepaald aantal vegetariërs in een land weigert om vlees te eten, is het gemiddelde dat we hier geven een onderschatting van de hoeveelheid die de vleeseters per land écht eten!
Even terzijde, voor we los branden: het Europese gemiddelde ligt inmiddels rond de 78 kilogram per jaar, en dat gemiddelde daalt de laatste jaren gestaag door veranderende eetgewoonten en een groeiend bewustzijn van gezondheids- en milieukwesties.
10. Griekenland. 82 kilogram vlees eet een gemiddelde Griek per jaar, ruim 224 gram per dag.
9. Tsjechië. De Tsjechen doen er nog iets bovenop, met 82,3 kilogram per jaar.
8. Letland. Met 82,7 kilogram per jaar zit Letland dicht bij zijn Tsjechische collega’s.
7. Luxemburg. De ooit onbetwiste vleeskampioen van Europa is flink gezakt. Luxemburgers eten tegenwoordig 83 kilogram vlees per jaar, tegen bijna 108 kilogram nog niet zo lang geleden.
6. Polen. De Polen eten 83,3 kilogram vlees per jaar, net iets meer dan de Luxemburgers.
5. Ierland. Met 98,4 kilogram per jaar is Ierland het eerste land in deze lijst dat de grens van 90 kilo ruimschoots passeert.
4. Portugal. De Portugezen komen uit op 99,3 kilogram per jaar, omgerekend zo’n 272 gram per dag.
3. Kroatië. Verrassend genoeg is Kroatië, een van de minder welvarende EU-landen, de op-een-na grootste vleeseter van Europa. Met 99,7 kilogram per jaar zitten de Kroaten vlak achter de top twee.
2. Spanje. Spanje eet gemiddeld 100,8 kilogram vlees per persoon per jaar, ruim 276 gram per dag.
1. Denemarken. De absolute vleeseters van Europa zijn tegenwoordig de Denen. Gemiddeld eet een Deen zo’n 101,3 kilogram vlees per jaar, ofwel 277 gram per dag: ongeveer een standaardpak spek uit de supermarkt.
Top tien zoetekauwen

Naast een respectabele vleesconsumptie en een schitterende kaasconsumptie, lusten de Europeanen ook wel een klontje suiker (of zoetstof). Deze laatste top gaat over onze suikerconsumptie per jaar, gebaseerd op recente FAO-cijfers. En we drukken het, net als vlees, uit in kilogrammen. Maar om het makkelijker te maken, drukken we het ook uit in suikerklontjes per dag. Een suikerklontje weegt ongeveer 5 gram. Klaar voor de (suiker)shock?
10. Finland. De Finnen vertimmeren zo’n 33 kilogram suiker per jaar, omgerekend ruim 91 gram per dag, ofwel 18 suikerklontjes.
9. Verenigd Koninkrijk. De Britten komen uit op 34 kilogram per jaar, zo’n 93 gram per dag.
8. Ierland. Met 35 kilogram per jaar eten de Ieren net iets meer suiker dan de Britten.
7. Nederland. Wij Nederlanders zitten met 37 kilogram per jaar dichter bij de top dan we zelf misschien verwachten. Dat is ruim 100 gram per dag.
6. Duitsland. De Duitsers komen uit op een vergelijkbare 38 kilogram suiker per jaar.
5. Zwitserland. In Zwitserse huishoudens is de suikerconsumptie een van de hoogste van Europa: zo’n 40 kilogram per jaar, meer dan het dubbele van de door de Wereldgezondheidsorganisatie aanbevolen hoeveelheid.
4. Denemarken. Ook de Denen zijn stevige suikerliefhebbers, met 40,4 kilogram per jaar, ofwel 22 suikerklontjes per dag.
3. Malta. De Maltezen komen uit op 43,8 kilogram suiker per jaar, ruim 24 suikerklontjes per dag.
2. Polen. Met 45,7 kilogram per jaar zijn de Polen de op-een-na grootste zoetekauwen van Europa.
1. België. De Belgen zijn de suikerkoningen van Europa. Met een jaarlijkse consumptie van 48,3 kilogram eten zij per dag ruim 26 suikerklontjes, ofwel 132 gram. Daarmee laten ze zelfs klassieke suikerlanden als Malta en Denemarken achter zich.
Nederland wist met 37 kilogram per jaar overigens net niet de top vijf te halen, maar zit ruim boven het wereldwijde gemiddelde.
Dus kaaskoppen, carnivoren en zoetekauwen, we hebben ze allemaal in Europa. Als het gaat om kaas, zitten de Scandinaviërs inmiddels aan de top. Bij vlees en suiker moeten we onze kroon delen met nieuwe kopstukken als Denemarken, Spanje en België. Het zou natuurlijk heel anders uit zien als we keken naar bijvoorbeeld bananen-consumptie of rijst-inname. Dat is wellicht een onderwerp voor een andere top tien, ooit.

Ik ben een belg en eet liever vlees dan snoep
ik ben Chefke
af fikie ! af
ik vind vlees heel lekker!! ik ben net een leeuw
Het
Gert
Hbvl
Ik kom ui belgje en eet heel veel zoete dingen. Ik ben fan van De Mol Belgie. Joke is de mol
hoi ik ben pietje bent welkom ik heb nog lekkere worst over
faggot
max is een grote beer en eet veel kaas mag dat een ander soort land zijn en dan nummer een thx
Ik heet Sander, Ik ben vroeger gepest en heb een boot. Ik loop 7 kilometer hard per dag. Ook ben ik een vleesman. s’ Avonds drink ik graag een glaasje druivensap. Mijn Oma heeft Sonja en heeft een hersenvlies ontsteking. Pindakaas vind ik niet lekker.
He waarom staat nederland er niet tusse
hey petje gedraag je een beetje,eet je worste maar zelf op pfff