Nederlands is niet een taal die door zeer veel mensen wereldwijd wordt beheerst, en ons taaltje is ook zeker niet gemakkelijk te leren voor wie er niet mee is opgegroeid, denk maar aan de harde G. Toch zijn er wereldwijd al gauw zo’n 24 miljoen sprekers van het Nederlands. Dat lijkt wellicht weinig vergeleken met de meest gesproken talen op aarde, maar er zijn ook talloze talen die nog veel minder wijdverspreid zijn dan de onze.
Een taal wordt vaak vergeleken met een levend wezen, en kan dus groeien, krimpen en zelfs uitsterven. Sommige talen staan tegenwoordig inderdaad op de rand van uitsterven, vooral omdat steeds meer mensen overgaan op het delen van één grote taal, bijvoorbeeld Spaans, Engels of Chinees, in plaats van hun eigen oorspronkelijke taal te behouden. Andere talen zijn om deze reden al helemaal uitgestorven. Hoewel het spreken van één uniforme taal als het Engels handel en infrastructuur enorm vereenvoudigt, is het cultureel gezien vaak een groot verlies. Maar of het nu beter of slechter is, in deze top tien hebben we een aantal zeer bedreigde talen bijeengeraapt. Sommige zijn al uitgestorven, andere staan op het randje van de afgrond, en weer andere lijken langzaam terug te keren dankzij mensen die de taal willen behouden.
Voor we beginnen, eerst wat vaktermen die handig zijn om te kennen. Talen kunnen de titel “isolaat” dragen, wat betekent dat er geen enkele andere, ons bekende, taal verwant is aan de taal in kwestie. Verwante talen zijn terug te leiden naar één gemeenschappelijke oorsprong. Zowel het Nederlands als het Duits komen bijvoorbeeld van het Oudgermaans, dus die talen zijn verwant, wat ook duidelijk te zien is aan de overlap in woorden en betekenissen. Een isolaat heeft geen verwantschap met enige andere bekende taal en behoort dus niet tot een overkoepelende taalfamilie, een groep talen met een gedeelde voorouder. Dat maakt het extra moeilijk om zo’n isolaat te behouden zodra mensen het niet meer actief spreken: er is namelijk geen enkel vergelijkingsmateriaal. Wanneer een Nederlander Duits probeert te leren, wordt die enorm geholpen door de overlap tussen beide talen. Bij een isolaat ontbreekt die hulp volledig, wat het ongeveer even lastig maakt als wanneer een Nederlander Chinees zou proberen te leren.
Ethnologue, een instelling die talen over de hele wereld analyseert, categoriseert en bestudeert, gebruikt een classificatiesysteem om de mate van bedreiging van talen te bepalen. De categorieën die voor deze lijst van belang zijn:
Stervend en bijna uitgestorven (niveaus 8a en 8b): de taal wordt alleen nog gesproken door ouderen van de grootoudergeneratie of ouder. Bij niveau 8b ziet die oudere generatie bovendien weinig noodzaak of kans om de taal nog te gebruiken. Bij 8a wordt de taal door de oudere generatie nog wel actief gebruikt. In beide gevallen zijn de jongere generaties overgestapt op een andere taal.
Slapend (niveau 9): de taal wordt bewaard omwille van de culturele of spirituele identiteit van een etnische groepering, maar de sprekers beheersen hem niet beter dan strikt noodzakelijk is om tradities en riten uit te voeren. Een beetje zoals veel katholieken een handvol woorden Latijn kennen, genoeg om mee te kunnen zingen in de kerk.
De “ergste” kwalificatie is natuurlijk uitgestorven (niveau 10): er zijn geen sprekers meer, en ook niemand die nog kennis heeft van de taal. Vaak zijn er nog wel geschreven bronnen uit het verleden aanwezig, zodat er met enige moeite toch een idee gevormd kan worden over de taal, al blijft de exacte uitspraak vaak een mysterie, zeker als de taal langer dan een eeuw geleden is uitgestorven.
De beste kwalificatie, waar we het dus níet over hebben in deze top tien, is een taal die “internationaal” is (niveau 0). Alleen het Engels kwalificeert daarvoor.
Hier eindigt de taalles. Een laatste kanttekening: het aantal sprekers van dit soort kritiek bedreigde talen kan van jaar tot jaar sterk veranderen, soms letterlijk doordat de laatste spreker overlijdt. De cijfers hieronder zijn de meest betrouwbare die bekend zijn, maar bij een paar van deze talen is inmiddels bevestigd dat de allerlaatste spreker er niet meer is. Laten we beginnen met de lijst zelf: tien zeer bedreigde talen, van over de hele wereld.
10. Puelche, voorgoed verdwenen
We beginnen deze lijst met een taal die Puelche heet, of soms Gennaken, Noordelijk Tehuelche of Pampa. Veel namen dus voor een taal die helaas is uitgestorven. Bovendien is de taal een isolaat, zodat er geen enkele verwantschap te vinden is met andere talen. Een gemakkelijke reconstructie vanuit kennis van andere talen is dus niet mogelijk. De taal werd vroeger gesproken door de Puelche, die in de Pampa-regio in Argentinië woonden. De meesten in deze regio zijn inmiddels overgegaan op het veelgebruikte Spaans.
9. Qawasqar, een dozijn blijft over
Dit is de taal met de meeste alternatieve namen die we op deze lijst tegenkomen. Neem bijvoorbeeld Alacaluf, Halakwulup, Kaweskar, Alakaluf, Kawaskar, Kawesqar, Qawashqar, Halakwalip, Hekaine, Kaueskar, Aksana of Aksanás. In 2006 werden er nog 12 sprekers van deze taal geregistreerd, in West-Patagonië, op het eiland Wellington, vlak bij de kust in het zuiden van Chili. Omdat er nog maar zo weinig sprekers over zijn, die bovendien geneigd zijn Spaans te spreken omdat dat nu eenmaal makkelijker is wanneer er toeristen langskomen, staat de taal te boek als bijna uitgestorven (8b).
8. Tanema, nog een handjevol sprekers
Tanema wordt gesproken in een dorp genaamd Emua, op het eiland Vanikoro, in de meest oostelijk gelegen provincie (Temotu) van de Solomon Eilanden. In 2007 werden er nog vier sprekers gerapporteerd, maar in 2012 was er nog maar één bekende spreker over, terwijl bijna alle andere mensen in de regio die ooit de taal spraken zijn overgegaan op Pijin of Teanu. Deze talen zijn “populairder”, al moeten we daar voorzichtig mee zijn: dat betekent in dit geval 800 sprekers voor het Teanu, en zo’n 24.000 sprekers als eerste taal voor het Pijin. De Tanema-taal is, net als de andere talen hierboven genoemd, verwant aan een Oceanische talenfamilie.
7. Taushiro, de allerlaatste spreker
Taushiro, ook wel Pinche of Pinchi genoemd, is een isolaat, hoewel het mogelijk gerelateerd is aan de Zaparoaanse talen, dat als bijna uitgestorven (8b) geldt. De taal wordt gesproken in het Peruaanse deel van het Amazonegebied, in de buurt van Ecuador. Sinds het begin van deze eeuw is er nog maar één moedertaalspreker bekend: Amadeo García García, een man die volgens recente berichtgeving nog altijd in leven is en de taal nog altijd spreekt, al heeft hij naar eigen zeggen niemand meer om hem mee te spreken. Zijn vijf kinderen begrijpen de taal niet. Wanneer Amadeo overlijdt, zal Taushiro naar alle waarschijnlijkheid met hem verdwijnen.
6. Tinigua, twee sprekers over
Er zijn nog twee sprekers over van de Tinigua-taal, die oorspronkelijk werd gesproken door de inheemse bevolking van Colombia, in het riviergebied van de Yari. Het gebruik van de taal nam drastisch af in de negentiende eeuw, ten eerste omdat rubber werd ontdekt en er een heftige internationale markt voor ontstond, en ten tweede omdat de Tinigua, door hun alliantie met de Witoto’s, verwikkeld raakten in een stammenoorlog met de Muinane en de Carijona. Als gevolg daarvan moesten ze grote delen van hun oorspronkelijke territorium verlaten en zich terugtrekken naar het noorden. Tot slot werden ze in 1949 nog aangevallen door Europese kolonisten, met het uitsterven van het volk als zodanig tot gevolg. In 1994 bleken er nog twee broers te leven die de taal konden spreken. Zonder nieuwe sprekers is een classificatie als “uitgestorven” hier slechts een kwestie van tijd.
5. Tolowa, terug van de rand van de afgrond?
Gesproken door een handvol overgebleven Tolowa-indianen, die wonen bij de Smith River Rancheria, in de buurt van Crescent City, in Californië. De taal is bijna uitgestorven (8b). Desalniettemin zijn er jonge mensen geïnteresseerd in de taal en proberen hem te leren. Een goed voorbeeld dus van een taal die langzaam terugkrabbelt van de afgrond. Er is nog maar één spreker die de taal als moedertaal beheerst, maar wel verschillende mensen die de taal als tweede taal spreken, en daar behoorlijk goed in zijn. Er is dus nog hoop, zelfs voor een bijna uitgestorven taal als deze.
4. Vilela, uitgestorven
In Argentinië, in het gebied rond Resistencia in het oosten van de provincie Chaco, vlak bij de grens met Paraguay, woont een groep mensen genaamd de Vilela. Vilela is ook de naam van hun taal, en het is een isolaat: er is geen bekende verwante taal, hoewel sommige onderzoekers een mogelijke relatie met het Argentijnse Lule opperen.
Helaas is deze taal officieel bestempeld als uitgestorven, aangezien er geen sprekers meer over zijn. De overgebleven sprekers zijn opgegaan in de omringende Toba-groep en andere Spaanssprekende gemeenschappen. Er zijn nog wel twee zogeheten “semi-sprekers”, mensen met een rudimentair gevoel voor de taal.
3. Wintu-Nomlaki, slapend
Met een handvol sprekers is dit een taal die op de rand van de afgrond staat. De taal werd gesproken door de Wintu-indianen in Californië. De dubbele naam komt van het feit dat er eigenlijk twee dialecten zijn: het Wintu en het Nomlaki. De Nomlaki-sprekende mensen wonen aan de rand van de Sacramento-rivier, ten zuiden van Red Bluff; de Wintu-sprekers maken deel uit van een grotere groep die bekendstaat als de Wintuan. De grens tussen taal en stam loopt hier dus niet helemaal gelijk op.
De taal maakt deel uit van de Penutische talenfamilie en is als zodanig ernstig bedreigd met uitsterven. Bij de laatste telling was er nog maar één vloeiende spreker over, plus enkele sprekers met een middelmatig niveau. De classificatie van deze taal is 9, wat betekent dat we hem een “slapende” taal noemen: hij wordt niet meer actief gesproken, alleen nog bij rituele gelegenheden.
2. Yamana (Yaghan), inmiddels uitgestorven
Ook wel bekend onder de namen Tequenica, Yagán, Yaghan of Yahgan, is dit de inheemse taal van de Yagan, een bevolkingsgroep op Vuurland, in het zuiden van Chili. Vuurland, ook wel “Tierra del Fuego” genoemd, is een eilandengroep aan het zuidelijkste puntje van Zuid-Amerika, en pas in 1520 werd dit gebied door Europeanen “ontdekt”. Daarvoor woonden er natuurlijk al mensen, waaronder de Yagan.
Yamana is een isolaat: er is geen enkele taal aan verwant, hoewel sommige taalkundigen hebben geprobeerd het te koppelen aan het Kawésqar en het Chono. Belangrijke update ten opzichte van hoe dit verhaal lange tijd werd verteld: Cristina Calderón, de laatste moedertaalspreekster van het Yamana, overleed op 16 februari 2022 op 93-jarige leeftijd. Daarmee wordt de taal inmiddels officieel als uitgestorven beschouwd. Calderón werkte voor haar dood nog mee aan een woordenboek en cultuurdocumentatie, en er lopen inmiddels revitaliseringsinitiatieven om de taal, met haar nagelaten materiaal, weer nieuw leven in te blazen bij jongere generaties Yagan. Het levensdraadje van deze taal hangt dus niet meer aan een enkele spreker, maar aan de vraag of die revitalisering aanslaat.
1. Yarawi, een dialect van het Suena
In de provincie Morobe, in Papoea-Nieuw-Guinea (in de zogeheten “staart” van Nieuw-Guinea), wonen mensen die een subvorm van het Binandere spreken, genaamd Suena. Een dialectnaam hiervan is het Yarawi, gesproken door de Yarawi zelf. Deze taal werd in de twintigste eeuw nog regelmatig gesproken in Morobe. Tegenwoordig zijn echter bijna alle sprekers overgestapt op het Binandere, waardoor het Suena langzaam uitsterft. Er waren in 2000 zo’n 3.600 sprekers van het Suena, en in een latere meting uit 2007 bleken er zo’n 7.000 Binandere-sprekers te zijn. Van latere metingen van het Suena is weinig bekend, vermoedelijk door een gebrek aan overgebleven sprekers om te tellen.
Vond je dus dat er te weinig mensen de Nederlandse taal goed beheersen? Troost jezelf dan met deze gedachte: het kan veel erger. Er zijn wereldwijd naar schatting zo’n 24 tot 25 miljoen Nederlandssprekenden, van wie ruim 16 miljoen in Nederland zelf wonen. Dat levert Nederlands de score 1 op: een nationale taal, gebruikt in onderwijs, werk, massamedia en de overheid op nationaal niveau. Hoe dan ook, allerminst ernstig bedreigd met uitsterven. De Dikke Van Dale is dus voorlopig nog niet overbodig.

esperanto?!
“Over de hele wereld verspreidt”… De kennis van het Nederlands holt kennelijk toch achteruit. Het moet natuurlijk zijn: ‘verspreid’! Foei.
Die krijgt juist meer sprekers.
En hoe zit het dat met het Twents, Zeeuws, Fries, en de stuk of 20 Limburgse dialecten? Behalve het Fries wordt geen enkel ander herkende Nederlandse streektaal in het onderwijs gegeven, dus binnen een of twee generaties zal wellicht geen kind of jong volwassen meer echt Twents, Zeeuws of Limburgs spreken.
Wat erg! dit is poep!????????????????????????????????????????????????????????
Dat mag ik hopen
Het zijn natuurlijk 10 uitstervende TALEN, geen dialecten zoals Twents of Zeeuws. Onzin dus!!
Fries is niet de enige taal in Nederland die als een echte taal wordt gezien naast het Nederlands, ook Limburgs en Drents (ook wel Nedersaksisch genoemd) zijn ook officiele talen van Nederland. https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/erkende-talen/vraag-en-antwoord/erkende-talen-nederland