De wereldkaart lijkt een statisch gegeven, maar de grenzen van soevereine staten zijn voortdurend in beweging. Waar naties zoals San Marino, Frankrijk of Japan bogen op eeuwenlange ononderbroken staatsvorming, zijn sommige landen op de wereldkaart nog opvallend jong. Het uiteenvallen van koloniale rijken, het instorten van het Oostblok en bloedige onafhankelijkheidsoorlogen hebben alleen al in de afgelopen decennia geleid tot het ontstaan van tientallen nieuwe staten.
Het vaststellen van de exacte ‘geboortedatum’ van een land kan juridisch ingewikkeld zijn: telt het moment van een eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring, de uitslag van een referendum, of de formele toelating tot de Verenigde Naties? Dit zijn de tien jongste landen ter wereld, gerangschikt van oud naar jong op basis van hun officiële soevereiniteitsdatum.
10. Kroatië: 25 juni 1991

Kroatië riep op 25 juni 1991, tegelijkertijd met buurland Slovenië, de onafhankelijkheid uit van de Socialistische Federale Republiek Joegoslavië. Aan dit besluit ging een nationaal referendum vooraf waarin ruim 93 procent van de kiezers voor afscheiding stemde. Om escalerende spanningen te bezweren sloot Zagreb onder Europese bemiddeling het Akkoord van Brioni, waardoor de feitelijke inwerkingtreding drie maanden werd opgeschort. Op 8 oktober 1991 verbrak het Kroatische parlement definitief alle constitutionele banden met Belgrado.
De onafhankelijkheidsverklaring ontketende een bittere oorlog die tot 1995 zou duren, waarbij het Joegoslavische leger en lokale milities grote delen van het land bezetten. Pas na Operatie Storm herwon Kroatië de volledige controle over zijn grondgebied. Strikt chronologisch gezien zijn buurlanden zoals Bosnië en Herzegovina (maart 1992) en voormalige Sovjetrepublieken zoals Kazachstan (december 1991) nog iets later ontstaan, maar Kroatië markeert in veel internationale ranglijsten het startpunt van de recente golf nieuwe Europese staten. Tegenwoordig is het land een stabiele democratie en volledig geïntegreerd in de Europese Unie, de NAVO, het Schengengebied en de eurozone.
9. Slowakije: 1 januari 1993

Op de eerste dag van 1993 hield Tsjechoslowakije na 74 jaar officieel op te bestaan. De opsplitsing in twee soevereine staten staat in de geschiedenisboeken bekend als de ‘Fluwelen Scheiding’, omdat het uiteenvallen volkomen vreedzaam en zonder geweld verliep. Dit stond in schril contrast met de gelijktijdige gruwelen van de Joegoslavische oorlogen elders op het continent.
Opmerkelijk genoeg werd er over de ontbinding van het land nooit een volksraadpleging gehouden; de scheiding werd aan de onderhandelingstafel beklonken door de Tsjechische premier Václav Klaus en zijn Slowaakse ambtgenoot Vladimír Mečiar. Voor Slowakije betekende 1 januari 1993 de eerste keer in de moderne geschiedenis dat het land een volledig soevereine, democratische republiek vormde met Bratislava als hoofdstad. Na een turbulente politieke overgangsperiode trad Slowakije in 2004 toe tot de Europese Unie en de NAVO, gevolgd door de invoering van de euro in 2009.
8. Tsjechië: 1 januari 1993

Tegelijkertijd met Slowakije zag ook de Tsjechische Republiek op 1 januari 1993 het levenslicht als soevereine staat. Hoewel Praag historisch gezien altijd het economische en politieke zwaartepunt van Tsjechoslowakije was geweest, moesten de Tsjechen plotseling een eigen grondwet, munt en diplomatiek apparaat optuigen. Schrijver en voormalig dissident Václav Havel, die eerder al president van Tsjechoslowakije was, werd gekozen tot de allereerste president van de nieuwe republiek.
Dankzij een sterke industriële traditie en de geografische nabijheid van West-Europa wist Tsjechië de omschakeling naar de markteconomie vlot te maken. Het land trad al in 1999 toe tot de NAVO en werd in 2004 lid van de Europese Unie. Hoewel de Fluwelen Scheiding destijds door veel burgers met weemoed werd bekeken, onderhouden Tsjechië en Slowakije vandaag de dag een van de meest hechte en probleemloze bilaterale relaties in Europa.
7. Eritrea: 24 mei 1993

Na een van de langste gewapende conflicten op het Afrikaanse continent verwierf Eritrea in mei 1993 zijn onafhankelijkheid van Ethiopië. Het land aan de Rode Zee was van oudsher een Italiaanse kolonie en werd na de Tweede Wereldoorlog door de Verenigde Naties ondergebracht in een federatie met Ethiopië. Toen de Ethiopische keizer Haile Selassie de Eritrese autonomie in 1962 eenzijdig introk en het gebied annexeerde als veertiende provincie, ontbrandde een bevrijdingsstrijd die dertig jaar zou aanhouden.
Pas na de val van het communistische Derg-regime in Addis Abeba in 1991 kon het Eritrese Bevrijdingsfront de controle over het land consolideren. In een door de VN georganiseerd referendum in april 1993 stemde maar liefst 99,8 procent van de bevolking voor onafhankelijkheid, wat op 24 mei 1993 leidde tot de officiële soevereiniteitsverklaring en toelating tot de VN. De gehoopte democratisering bleef echter uit: president Isaias Afwerki trok alle macht naar zich toe en veranderde Eritrea in een van de meest gesloten en gemilitariseerde dictaturen ter wereld.
6. Palau: 1 oktober 1994

De eilandnatie Palau, gelegen in de Stille Oceaan ten oosten van de Filipijnen, sloot in 1994 een lange periode van buitenlandse overheersing af. Na eeuwenlang achtereenvolgens door Spanje, Duitsland en het Japanse Keizerrijk te zijn bestuurd, kwam de archipel na de Tweede Wereldoorlog onder toezicht van de Verenigde Naties als onderdeel van het trustgebied van de Pacifische Eilanden, bestuurd door de Verenigde Staten.
Waar omliggende eilandgroepen kozen voor aansluiting bij de Federale Staten van Micronesia, besloten de circa twintigduizend inwoners van Palau om een zelfstandige staat te vormen. Op 1 oktober 1994 werd de republiek officieel soeverein onder een zogeheten Compact of Free Association met de Verenigde Staten. Dit verdrag houdt in dat Washington de defensie van het land waarborgt en financiële steun levert, in ruil voor exclusieve militaire toegang tot de strategische wateren rond de eilandengroep.
5. Oost-Timor: 20 mei 2002

Oost-Timor (officieel Timor-Leste) werd op 20 mei 2002 de eerste nieuwe soevereine staat van de 21e eeuw. De weg naar zelfbeschikking was buitengewoon zwaar en gewelddadig. Na eeuwen van Portugees koloniaal bestuur riep de bevolking in november 1975 kortstondig de onafhankelijkheid uit, maar slechts enkele dagen later viel het Indonesische leger binnen. De daaropvolgende bezetting door het regime van dictator Soeharto kostte naar schatting aan meer dan honderdduizend mensen het leven door gevechten, hongersnood en repressie.
Pas na de val van Soeharto kregen de Oost-Timorezen in 1999 de kans om zich in een VN-referendum uit te spreken: bijna tachtig procent koos ondanks zware intimidatie door pro-Indonesische milities voor onafhankelijkheid. Na een internationale vredesmissie onder leiding van Australië en een overgangsbestuur van de Verenigde Naties werd Timor-Leste in mei 2002 officieel soeverein. Verzetsleider Xanana Gusmão werd de eerste president van het land, dat inmiddels op het punt staat toe te treden tot de Zuidoost-Aziatische landenorganisatie ASEAN.
4. Montenegro: 3 juni 2006

Na het bloedige uiteenvallen van Joegoslavië in de jaren negentig bleven Servië en Montenegro als enigen over in een federatie, die in 2003 werd omgevormd tot de lossere Staatsunie van Servië en Montenegro. De Montenegrijnse bevolking raakte echter steeds sterker verdeeld over de vraag of ze binnen de unie met Belgrado moesten blijven. Op 21 mei 2006 werd onder strikte voorwaarden van de Europese Unie een historisch referendum gehouden: pas bij een meerderheid van minstens 55 procent ja-stemmers zou de afscheiding geldig zijn.
Met een enorme opkomst stemde uiteindelijk 55,5 procent van de kiezers voor onafhankelijkheid: een flinterdunne marge van iets meer dan tweeduizend stemmen boven de strenge EU-drempel. Op 3 juni 2006 proclameerde het parlement in Podgorica formeel de soevereiniteit. De scheiding verliep zonder incidenten en werd direct door Belgrado erkend. Sindsdien vaart Montenegro een prowesterse koers: het trad in 2017 toe tot de NAVO en geldt als een van de verst gevorderde kandidaat-lidstaten voor de Europese Unie.
3. Servië: 5 juni 2006

Het ontstaan van de moderne Republiek Servië voltrok zich op een ongebruikelijke manier. Waar de meeste landen ontstaan door zichzelf actief af te scheiden, werd Servië in feite soeverein doordat zijn laatste federale partner vertrok. Twee dagen nadat Montenegro op 3 juni de unie had verlaten, stelde het Servische parlement op 5 juni 2006 vast dat de gezamenlijke staatsunie officieel had opgehouden te bestaan.
Volgens de grondwet van de ontbonden unie trad Servië op als de officiële rechtsopvolger van de federatie. Hierdoor behield Belgrado de zetel bij de Verenigde Naties en alle internationale verdragen, maar werd het land voor het eerst sinds het Congres van Berlijn in 1878 weer een zelfstandige staat zonder banden met buurvolkeren. De afscheiding van Montenegro betekende overigens ook dat Servië zijn directe toegang tot de Adriatische Zee verloor en een binnenstaat werd.
2. Kosovo: 17 februari 2008

Op 17 februari 2008 las premier Hashim Thaçi in het parlement in Pristina de eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo voor. De voormalige Servische autonome provincie met een overwegend etnisch Albanese bevolking had eind jaren negentig een zware oorlog meegemaakt, die pas eindigde na militair ingrijpen door de NAVO. Vanaf 1999 stond het gebied onder toezicht van een civiele VN-missie (UNMIK) en een internationale troepenmacht (KFOR).
Jarenlange diplomatieke onderhandelingen over een compromis tussen Belgrado en Pristina liepen op niets uit, waarna de Kosovaarse leiders besloten op eigen kracht de onafhankelijkheid uit te roepen. Deze stap leidde tot een diplomatieke scheidslijn: ruim honderd VN-lidstaten, waaronder de Verenigde Staten en het merendeel van de EU-landen, erkennen Kosovo als soevereine staat. Servië, Rusland, China en vijf EU-landen (waaronder Spanje en Griekenland) weigeren deze erkenning echter categorisch, waardoor Kosovo tot op de dag van vandaag geen zetel heeft in de Verenigde Naties.
1. Zuid-Soedan: 9 juli 2011

Zuid-Soedan is met ruime voorsprong het jongste internationaal erkende land ter wereld. De geboorte van de natie op 9 juli 2011 was het resultaat van het historische vredesakkoord uit 2005, dat een einde maakte aan een van de langste en dodelijkste burgeroorlogen op het Afrikaanse continent. Meer dan twee decennia lang vochten het overwegend christelijke zuiden en het Arabisch-islamitische bewind in Khartoem een verwoestende strijd uit, waarbij ruim twee miljoen mensen omkwamen.
In januari 2011 mocht de bevolking zich uitspreken in een referendum: maar liefst 98,8 procent stemde voor afscheiding. Zes maanden later werd de onafhankelijkheid feestelijk uitgeroepen in de hoofdstad Juba, waarna Zuid-Soedan direct toetrad als 193e lidstaat van de Verenigde Naties. Salva Kiir Mayardit werd beëdigd als president en leidt het land tot op heden. De enorme vreugde sloeg echter al snel om in een humanitaire crisis toen in 2013 een interne burgeroorlog uitbrak. Ondanks verschillende vredesakkoorden blijft het jongste land op aarde kampen met ernstige armoede, politieke spanningen en herhaaldelijk uitgestelde verkiezingen.
“`

Reageren