Top 10 Beste Tennissers Aller Tijden (Mannen)

7 min lezen
Maak ons je Google favoriet
djokovic

De wortels van het tennis liggen in Franse kloosters uit de twaalfde eeuw, waar monniken bij het zogeheten jeu de paume een bal met de blote hand over een touw sloegen en bij het serveren “Tenez!” (‘Pak aan!’) riepen. Het moderne grastennis met rackets en een rechthoekig veld ontstond echter pas in december 1873, toen de Britse majoor Walter Clopton Wingfield de spelregels vastlegde voor zijn gasten op een landgoed in Wales.

Sinds de start van het Open Tijdperk in 1968, toen profs en amateurs voor het eerst samen mochten deelnemen aan de grote toernooien, is de sport fysieker en sneller geworden dan Wingfield ooit had kunnen bedenken. Op basis van Grand Slam-zeges, het aantal weken op de eerste plaats van de wereldranglijst en historische mijlpalen zijn dit de tien beste mannelijke tennissers aller tijden.

Bekijk hier ook de top 10 Beste Vrouwelijke tennisters aller tijden

10. John McEnroe

John McEnroe

Scheidsrechters op Wimbledon kregen begin jaren tachtig regelmatig de woorden “You cannot be serious!” naar het hoofd geslingerd wanneer de linkshandige New Yorker John McEnroe het oneens was met een lijnrechter. Achter dat opvliegende temperament schuilde een speler met een balgevoel aan het net dat sindsdien zelden is geëvenaard. McEnroe veroverde zeven Grand Slam-titels in het enkelspel (drie op Wimbledon en vier op de US Open) en voegde daar nog eens negen Grand Slam-titels in het herendubbel aan toe.

Zijn beste tennis liet hij zien in het kalenderjaar 1984. In dat seizoen won McEnroe 82 van zijn 85 gespeelde enkelspelpartijen: een winstpercentage van 96,5 procent, wat nog altijd het officiële record is in het mannentennis sinds de invoering van het profcircuit.

9. Andre Agassi

andre agassi

Met zijn geblondeerde matje, spijkerbroekshorts en roze fietsbroekjes was Andre Agassi eind jaren tachtig de nachtmerrie van de conservatieve tennisbonden, totdat hij halverwege de jaren negentig zijn leven omgooide en de meest veelzijdige baselinespeler van zijn generatie werd. Nadat hij in 1997 door persoonlijke problemen en een polsblessure was weggezakt naar de 141e plek op de wereldranglijst, vocht de Amerikaan uit Las Vegas zich via kleine Challenger-toernooien terug naar de eerste plaats van de wereld. Met zijn eindzege op Roland Garros in 1999 werd Agassi de eerste man in het moderne tijdperk die alle vier de Grand Slams én olympisch goud (Atlanta 1996) op drie verschillende ondergronden wist te winnen. In totaal sloot hij zijn loopbaan in 2006 af met acht Grand Slam-titels en zestig toernooizeges.

8. Jimmy Connors

Meer dan twee decennia lang weigerde de linkshandige Amerikaan Jimmy Connors op de baan ook maar één millimeter toe te geven. Die dadendrang leverde hem twee records op die zelfs door de latere generaties van Federer, Nadal en Djokovic nooit zijn gebroken: 109 gewonnen ATP-titels en 1.274 gewonnen enkelspelpartijen op het hoogste niveau.

Connors won in zijn carrière acht Grand Slam-titels en presteerde op de US Open iets unieks in de sportgeschiedenis. Omdat het toernooi in New York in de jaren zeventig twee keer van ondergrond wisselde, werd Connors de enige speler ooit die hetzelfde Grand Slam-toernooi wist te winnen op gras (1974), op gravel (1976) én op hardcourt (1978, 1982 en 1983).

7. Ivan Lendl

Wie wil begrijpen waar het hedendaagse powertennis met zware topspin en ijzeren conditie vandaan komt, komt uit bij de in Tsjecho-Slowakije geboren Ivan Lendl. In een tijdperk waarin veel collega’s nog leunden op serve-and-volley en talent, introduceerde Lendl in de jaren tachtig wetenschappelijke voedingsschema’s, dagelijkse krachttraining en een genadeloze forehand vanaf de achterlijn.

Hoewel het gras van Wimbledon hem ondanks twee verloren finales altijd bleef dwarszitten, bereikte Lendl in zijn loopbaan negentien Grand Slam-finales, waarvan hij er acht in winst omzette. Hij voerde in totaal 270 weken de wereldranglijst aan en legde met 94 toernooizeges de blauwdruk voor het moderne baselinetennis.

6. Björn Borg

Björn Borg

Tussen mei en juli moesten spelers in de jaren zeventig binnen enkele weken overschakelen van het trage rode gravel van Parijs naar het spiegelgladde gras van Londen.

De Zweed Björn Borg beheerste die twee uitersten als geen ander. Met zijn houten Donnay-racket, dat zo strak bespannen was dat de snaren ’s nachts in zijn hotelkamer soms spontaan knapten, en zijn ijzige kalmte won hij tussen 1974 en 1981 zes keer Roland Garros én vijf keer op rij Wimbledon.

Nog voor zijn zesentwintigste verjaardag stond zijn teller al op elf Grand Slam-titels. Opgebrand door de enorme media-aandacht en een conflict met de tennisbond over verplichte kwalificatiewedstrijden hing Borg begin 1983 op het hoogtepunt van zijn fysieke kunnen plotseling zijn racket aan de wilgen.

5. Rod Laver

In de volledige geschiedenis van het mannentennis is slechts één speler erin geslaagd om in het Open Tijdperk alle vier de Grand Slam-toernooien in hetzelfde kalenderjaar te winnen: de roodharige Australiër Rod Laver in 1969. Nog opmerkelijker is dat de man met de bijnaam The Rocket datzelfde kunststukje zeven jaar eerder, in 1962, ook al had geflikt toen hij nog als amateur speelde.

Dat zijn totaal op ‘slechts’ elf Grand Slam-titels bleef steken, heeft een eenvoudige historische reden. Tussen 1963 en 1967, toen Laver tussen zijn 24e en 29e op het toppunt van zijn kunnen verkeerde, gold hij als betaald beroepsspeler en was hij door de internationale bond uitgesloten van deelname aan de vier grote toernooien. Op het toenmalige profcircuit was hij in die vijf tussenliggende jaren eveneens de nummer één van de wereld.

4. Pete Sampras

sampras
Max Herman / Shutterstock.com

Met een vrijwel onleesbare opslagbeweging, een gevreesde tweede service en een acrobatische sprongsmash regeerde de Amerikaan Pete Sampras in de jaren negentig over de snelle banen. Tussen 1993 en 2000 won Pistol Pete zeven van de acht edities van Wimbledon en sloot hij zes kalenderjaren op rij af als de nummer één van de wereld, een reeks die nooit meer is herhaald. Zijn veertiende en laatste Grand Slam-titel won hij in september 2002 op de US Open tegen zijn eeuwige rivaal Andre Agassi, waarna hij nooit meer een officiële profwedstrijd speelde.

3. Roger Federer

federer
Ricardo Trida / Shutterstock.com

Als tiener stond de Zwitser Roger Federer nog bekend als een heethoofd die regelmatig zijn rackets aan diggelen sloeg, totdat hij zijn temperament onder controle kreeg en vanaf zijn eerste Wimbledon-titel in 2003 uitgroeide tot het gezicht van zijn sport. Met een schijnbaar moeiteloze voetenwerktechniek en een enkelhandige backhand bleef hij tussen februari 2004 en augustus 2008 maar liefst 237 weken onafgebroken de nummer één van de wereld, een record dat nog altijd overeind staat.

Federer was in 2009 de eerste man die het oude record van Sampras verbrak en eindigde zijn loopbaan met twintig Grand Slam-titels, waaronder een recordaantal van acht eindzeges op het gras van Wimbledon. Nadat hij op zijn zesendertigste nog twee keer de Australian Open won, nam hij in september 2022 op 41-jarige leeftijd afscheid met 103 gewonnen toernooien achter zijn naam.

2. Rafael Nadal

nadal
Leonard Zhukovsky / Shutterstock.com

Honderdtwaalf overwinningen en slechts vier nederlagen: de statistieken van Rafael Nadal op het Parijse gravel van Roland Garros behoren tot de meest extreme cijfers uit de gehele sportgeschiedenis. Tussen zijn debuut in 2005 en 2022 won de linkshandige Spanjaard uit Mallorca het toernooi veertien keer, waarbij zijn zware topspinforehand de bal op schouderhoogte bij zijn tegenstanders liet opspringen.

Nadal weigerde zich echter te laten vastpinnen als pure gravelspecialist. Hij paste zijn opslag en positie op de baan aan en won ook twee keer Wimbledon (waaronder de beroemde finale van 2008 tegen Federer in de invallende duisternis), twee keer de Australian Open, vier keer de US Open en olympisch goud in zowel het enkel- als het dubbelspel. Met in totaal tweeëntwintig Grand Slam-bekers zette hij in november 2024 een punt achter zijn carrière.

1. Novak Djokovic

djokovic
lev radin / Shutterstock.com

Toen Novak Djokovic rond 2007 doorbrak op de tour, leek het mannentennis al verdeeld tussen publiekslievelingen Roger Federer en Rafael Nadal. Twee decennia later heeft de Serviër uit Belgrado vrijwel elk belangrijk record van zijn twee grootste rivalen overgenomen.

Met een elastische verdediging, de beste return uit de tennisgeschiedenis en een ijzeren mentale weerbaarheid bracht Djokovic zijn totaal op 24 Grand Slam-titels, waaronder tien eindzeges op de Australian Open. Hij stond een recordaantal van 428 weken op de eerste plaats van de wereldranglijst, is de enige speler die elk van de vier Grand Slams minstens drie keer heeft gewonnen én de enige die alle negen Masters 1000-toernooien minstens tweemaal op zijn naam schreef.

Bovendien sloot hij zijn onderlinge duels met zowel Federer als Nadal met een positief saldo af. In de zomer van 2024 vulde hij op zevenendertigjarige leeftijd in Parijs de allerlaatste leemte op zijn erelijst in door ten koste van Carlos Alcaraz olympisch goud in het enkelspel te veroveren.

Meer lijstjes over tennis

Meer in Sport

Reacties (13)

13 reacties

  1. Vreemd om in een lijst vrouwen en mannen bij elkaar te zetten.
    Over de plaatsen kan je eindeloos discussies houden, dat doe ik niet, maar het ontbreken van de tennisser met het meeste ATP-overwinningen ooit (!) lijkt mij toch niet reëel.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Populair in Sport