Waar sport doorgaans draait om universele spelregels zoals een bal in een net schieten of als snelste over de finishlijn rennen, kent de menselijke vindingrijkheid ook opmerkelijk buitenissige uitwassen. Sommige van deze disciplines zijn geworteld in eeuwenoude volkstradities die de tand des tijds op wonderbaarlijke wijze hebben doorstaan. Andere ontstonden als kunstproject, experimentele televisiesensatie of als bizar aristocratisch tijdverdrijf dat tegenwoordig ondenkbaar zou zijn. Van elektrische schokken op een zaalvoetbalveld tot diepzeeduikers die met blote handen een inktvis te lijf gaan: dit zijn tien van de vreemdste sporten uit de geschiedenis en het heden.
10. Octopusworstelen
Zonder zuurstofflessen afdalen naar de rotsachtige zeebodem om een reuzenoctopus van veertig kilo met blote handen uit zijn hol te trekken: in de Amerikaanse staat Washington was het begin jaren zestig een serieuze publiekstrekker. Duikers werkten in teams van twee of drie personen. De kunst bestond eruit om de tentakels een voor een los te wrikken van de rotswand en het dier naar de oppervlakte te manoeuvreren zonder verstrikt te raken in de zuignappen.
Het hoogtepunt van de rage vond plaats in april 1963 aan Titlow Beach in Tacoma, waar het Wereldkampioenschap Octopusworstelen duizenden toeschouwers trok en zelfs live op televisie werd uitgezonden. Punten werden toegekend op basis van het gewicht van het gevangen dier. Na de weging werden de reuzeninktvissen overgedragen aan lokale aquaria of weer vrijgelaten in Puget Sound.
Tegen het einde van de jaren zestig ebde de belangstelling weg, en in 1976 stelde de staat Washington het wettelijk strafbaar om octopussen voor sportieve doeleinden lastig te vallen.
9. Bo-taoshi
Een kluwen van honderdvijftig cadetten die over elkaars schouders klauteren, trappen uitdelen en met brute mankracht een houten mast belagen. Wie voor het eerst beelden ziet van Bo-taoshi, denkt eerder aan een middeleeuwse belegering dan aan een officiële sportwedstrijd. Toch is dit een vast onderdeel van de jaarlijkse introductie op de Nationale Verdedigingsacademie van Japan in Yokosuka.
De regels zijn eenvoudig, maar de uitvoering is meedogenloos. Twee teams van 75 aanvallers en 75 verdedigers strijden gelijktijdig om elkaars paal. Het doel is om de mast van de tegenstander binnen tweeënhalve minuut in een hoek van dertig graden ten opzichte van de grond te kantelen. Bovenop de paal balanceert traditiegetrouw een zogeheten paalrijder of ‘ninja’, die wanhopig probeert belagers met gerichte trappen van zich af te schudden en het evenwicht te bewaren.
8. Vosgooien
Europese vorstenhoven stonden in de zeventiende en achttiende eeuw bol van etiquette en pracht, maar achter de paleismuren vermaakte de elite zich met een uiterst wreed ritueel: Fuchsprellen. Op een binnenplaats of afgesloten terrein stonden paren van edellieden opgesteld, waarbij ieder koppel een meterslange doek of net strak over de grond spande met een tussenruimte van enkele meters.
Zodra jachtknechten een vos, haas, das of wild zwijn het terrein op joegen, wachtte het tweetal tot het dier over hun doek rende. Met een krachtige, gecoördineerde ruk aan de uiteinden werd de doek omhoog getrokken, waardoor het dier tot wel zeven meter de lucht in werd gekatapulteerd. De val op de kasseien overleefden de meeste dieren niet. Beroucht was een toernooi in Dresden, georganiseerd door koning Augustus II van Polen, waarbij op één dag honderden vossen en andere bosdieren het leven lieten voor het aristocratische vermaak.
7. Sepak takraw
Stel je traditioneel volleybal voor, maar dan zonder gebruik van armen of handen en met een speelbal van gevlochten rotan of hard kunststof. Sepak takraw, een sport die diepgeworteld is in Maleisië, Thailand en Indonesië, dwingt spelers tot acrobatische hoogstandjes die biomechanisch nauwelijks mogelijk lijken.
Twee teams van drie spelers (de ‘regu’) staan tegenover elkaar op een badmintonveld. Punten worden gescoord door de bal met voeten, knieën, schouders of het hoofd over het net te werken. De absolute specialiteit van de sport is de zogenaamde ‘sunback spike’: een achterwaartse salto op twee meter hoogte waarbij de aanvaller de bal via een snoeiharde volley over het net rost en vervolgens weer op zijn voeten landt. De sport is al sinds 1990 een officieel medaille-onderdeel op de Aziatische Spelen.
6. Robot sumo
Met het blote oog is de openingsactie nauwelijks te registreren. Binnen een fractie van een seconde na het startsein stormen twee compacte machines met brute acceleratie op elkaar af op een cirkelvormig strijdtoneel, de dohyo. Het doel is identiek aan de traditionele Japanse vechtsport: de tegenstander uit de ring duwen.
De sport ontstond eind jaren tachtig in Japan onder impuls van technologiebedrijf Fujisoft en kent inmiddels wereldwijd toernooien. Er zijn twee categorieën: radiografisch bestuurde machines en volledig autonome robots. Vooral de autonome klasse dwingt respect af bij ingenieurs. Deze machines beschikken over geavanceerde sensoren en algoritmes waarmee ze in milliseconden de positie van de tegenstander peilen, tactisch ontwijken en met magneten aan de onderzijde enorme neerwaartse druk genereren om grip op het stalen speelvlak te behouden.
5. Spinvechten
In verschillende delen van Azië hoeft een sportarena niet groter te zijn dan een dunne bamboestok. Zowel op de Filippijnen (onder de naam sabong sa gagamba) als in het zuiden van Japan (waar het bekendstaat als Kumo Gassen) kent het organiseren van duels tussen spinnen een lange geschiedenis.
In de Japanse stad Aira, gelegen in de prefectuur Kagoshima, wordt deze traditie al sinds het einde van de zestiende eeuw in ere gehouden met tijgerspinnen (Argiope amoena). Twee vrouwelijke exemplaren worden op elkaars pad gezet op een houten spies. Het gevecht kent duidelijke regels: een spin wint wanneer ze de tegenstander van het stokje werpt, het achterlijf van de rivaal weet in te spinnen met zijdedraad of wanneer de tegenstander op de vlucht slaat. In tegenstelling tot de illegale gokvarianten op de Filippijnen, waarbij spinnen elkaar geregeld dodelijk verwonden, grijpt een Japanse scheidsrechter direct in zodra een partij beslist is.
4. Bull-baiting
De moderne Engelse bulldog dankt zijn kenmerkende bouw, brede borstkas en krachtige onderbeet aan een bloedig volksvermaak dat eeuwenlang populair was in Groot-Brittannië. Bij bull-baiting werd een stier aan een zware paal vastgeketend met een touw van zo’n vier meter lang, waardoor het dier zich beperkt kon bewegen maar wel de ruimte had om aanvallers op de hoorns te nemen.
Vervolgens werden speciaal gefokte honden een voor een op het dier afgestuurd. De bedoeling was dat de hond laag bij de grond bleef, de stoot van de hoorns ontweek en zich vastbeet in de zachte neus of lip van het dier tot de stier tegen de grond werd gewerkt. Toeschouwers sloten massaal weddenschappen af op welke hond het langst standhield. Na decennialange protesten van dierenbeschermers maakte het Britse parlement in 1835 via de Cruelty to Animals Act definitief een einde aan deze praktijk.
3. Ultimate Tazer Ball
Voeg zaalvoetbal, rugby en handwapens samen en je krijgt Ultimate Tazer Ball (UTB). Deze discipline werd in 2012 in Californië bedacht door een drietal ondernemers die op zoek waren naar een extreme contactsport die viraal kon gaan op internet.
Twee teams van vier spelers probeerden een extra grote medicijnbal van zestig centimeter doorsnee in het doel van de tegenstander te werken. De verdedigers mochten de baldrager echter afstoppen met een zogeheten stun device: een handzaam stroomstootwapen dat een elektrische schok van enkele milliampères toediende. De ontlading was niet dodelijk, maar veroorzaakte wel onmiddellijke spiercontracties waardoor spelers direct tegen de vloer gingen. Hoewel de spectaculaire videobeelden miljoenen keren werden bekeken, verdween de sport wegens medische risico’s en het uitblijven van officiële sponsors al snel weer van het toneel.
2. Scheenschoppen
Twee mannen die elkaar stevig bij de kraag van hun witte jas grijpen en vervolgens met alle kracht elkaars scheenbenen bewerken tot er eentje omvalt van de pijn: scheenschoppen, in Engeland bekend als shin-kicking of purring, is geen uit de hand gelopen kroegruzie maar een traditie die al ruim vier eeuwen meegaat.
De oorsprong ligt in 1612, toen advocaat Robert Dover in de heuvels van Gloucestershire de Cotswold Olimpick Games in het leven riep. De regels schrijven voor dat deelnemers zachte schoenen moeten dragen, al proppen de meesten hun broekspijpen vol met stro om de impact van de trappen enigszins te verzachten. Een scheidsrechter, de ‘stickler’, let erop dat de deelnemers elkaar niet loslaten tijdens de partij. Wie als eerste twee rondes wint door zijn tegenstander vloeren, mag zich kampioen noemen.
1. Schaakboksen
De ultieme combinatie van denkkracht en brute spierkracht ontstond niet in een sportbond, maar op de tekentafel. Striptekenaar Enki Bilal bedacht het concept in 1992 in zijn sciencefictionstrip Froid Équateur. Elf jaar later, in 2003, besloot de Nederlandse kunstenaar Iepe Rubingh de fictieve sport daadwerkelijk tot leven te wekken in Berlijn en Amsterdam.
Een wedstrijd in het schaakboksen telt maximaal elf rondes: zes rondes snelschaak van vier minuten worden afgewisseld met vijf boksrondes van drie minuten, met steeds één minuut rust ertussen. Deelnemers moeten na een uitputtende bokspartij met bonkend hart en suizende oren binnen enkele seconden omschakelen naar uiterste concentratie achter het schaakbord. Een partij kan worden gewonnen door een knock-out in de ring, maar net zo goed door schaakmat of een tijdsoverschrijding op de schaakklok.
“`

heeeeeeeeel raar
heeeeeeeeel raar mnbnmnvcdsza
“Extreme Ironing” wordt gezien als Sport
https://en.wikipedia.org/wiki/Extreme_ironing