Met meer dan vijftig interlanddoelpunten voert Memphis Depay de lijst aan van topscorers aller tijden van het Nederlands elftal, op de voet gevolgd door Robin van Persie (50 goals) en Klaas-Jan Huntelaar (42 goals).
Door de decennia heen heeft Oranje talloze sierlijke balkunstenaars voortgebracht, maar op het allerhoogste internationale podium maken uiteindelijk alleen de knikkers op het scorebord het verschil. In dit overzicht telt de ranglijst af van nummer tien naar de absolute nummer één. Bij een gelijk aantal treffers geeft het hoogste doelpuntengemiddelde per wedstrijd de doorslag.
Dit zijn de tien meest trefzekere Oranje-internationals aller tijden.
10. Johan Cruijff (33 doelpunten, 48 interlands)

De legendarische nummer 14 had eigenlijk geen statistieken nodig om zijn genialiteit te onderstrepen, maar zijn cijfers voor Oranje zijn verbijsterend effectief. Met 33 doelpunten in slechts 48 interlands noteerde Johan Cruijff een gemiddelde van 0,69 doelpunt per wedstrijd. Daarmee was de spelbepaler koelbloediger voor het doel dan het overgrote deel van de rasechte centrumspitsen uit zijn tijdperk.
Bij zijn debuut in september 1966 tegen Hongarije (2-2) zette Cruijff direct de toon door vlak voor tijd de gelijkmaker binnen te schieten. Als dirigent van het ’totaalvoetbal’ leidde hij Nederland tijdens het WK van 1974 naar de finale in München, met memorabele treffers tegen onder meer Argentinië en Brazilië. Zijn abrupte afscheid van het Nederlands elftal in het najaar van 1977, mede ingegeven door een traumatische ontvoeringspoging in Barcelona, betekende dat zijn teller al op dertigjarige leeftijd stil kwam te staan.
9. Abe Lenstra (33 doelpunten, 47 interlands)

Abe Lenstra deelt met Cruijff het aantal van 33 treffers, maar had daar één wedstrijd minder voor nodig (47 interlands). Dat levert de Friese baltovenaar een minimaal hoger gemiddelde op van precies 0,70 doelpunt per duel. In de jaren veertig en vijftig was ‘ús Abe’ de eerste echte superster van het Nederlandse voetbal en een nationaal idool naar wie stadions volstroomden.
De eigenzinnige strateeg van sc Heerenveen weigerde lucratieve aanbiedingen van buitenlandse profclubs zoals Fiorentina en Nice om in Friesland te kunnen blijven wonen. Desondanks bleef hij nagenoeg twee decennia lang onmisbaar voor Oranje. Zijn interlandloopbaan overspande de periode van mei 1940 (de legendarische debuutwedstrijd tegen Luxemburg) tot april 1959. In die laatste wedstrijd tegen België scoorde Lenstra op 38-jarige leeftijd nog altijd met het grootste gemak.
8. Ruud van Nistelrooij (35 doelpunten, 70 interlands)
Geen enkele aanvaller in de moderne Oranje-historie beheerste het strafschopgebied zo meedogenloos als Ruud van Nistelrooij. ‘Van Gol’ leefde voor de zestienmeterlijn. Vrijwel al zijn 35 interlandtreffers vielen binnen het zestienmetergebied: intikkers uit de rebound, rake kopballen en klinische afrondingen uit de draai waar geen doelman op tijd bij kon zijn.
Na een zware knieblessure die hem het EK van 2000 kostte, ontpopte Van Nistelrooij zich tijdens Euro 2004 met vier treffers (waaronder de acrobatische volley tegen Duitsland) tot de absolute aanvalsleider. Ondanks felle concurrentie met Patrick Kluivert en botsingen met bondscoach Marco van Basten hield de Brabantse spits een ijzersterke balans over: precies één doelpunt per twee interlands.
7. Faas Wilkes (35 doelpunten, 38 interlands)

Faas Wilkes was een dribbelkoning van de buitencategorie. Met 35 doelpunten in slechts 38 interlands noteerde de Rotterdamse stylist een duizelingwekkend moyenne van 0,92 doelpunt per wedstrijd. Dat is een efficiëntie die door niemand in deze top tien wordt geëvenaard. Bij zijn debuut in maart 1946 tegen Luxemburg scoorde hij prompt vier keer.
Dat Wilkes niet op een nog veel hogere plek staat, heeft alles te maken met de toenmalige bekrompenheid van de KNVB. Toen Wilkes in 1949 naar Internazionale vertrok en de eerste grote Nederlandse profvoetballer in het buitenland werd, werd hij direct voor jaren verbannen uit het nationale elftal; profvoetbal was immers ’taboe’. Pas in 1955, na de invoering van het betaald voetbal in Nederland, mocht Wilkes na een afwezigheid van zes jaar terugkeren. Tussen 1959 en 1998 bleef hij bijna vier decennia lang de onaantastbare topscorer aller tijden van Oranje.
6. Arjen Robben (37 doelpunten, 96 interlands)
De vleugelaanvaller die zijn reputatie als breekbare speler omboog tot die van onverzettelijke matchwinner. Arjen Robben tartte jarenlang fysieke tegenslagen om uit te groeien tot een van de meest gevreesde buitenspelers op de internationale velden. Zijn handelsmerk was wereldwijd bekend, maar desondanks niet af te stoppen: vanaf de rechterflank met een verwoestende versnelling naar binnen trekken en de bal met links in de verre kruising krullen.
Robben was de drijvende kracht achter het bereiken van de WK-finale in 2010 en het veroveren van brons op het WK van 2014 in Brazilië. Zijn onnavolgbare sprint tegen Spanje, waarbij hij Sergio Ramos achter zich liet en doelman Iker Casillas doldraaide tijdens de legendarische 5-1 revanche, staat gegrift in het collectieve sportgeheugen. Zijn afscheid in oktober 2017 tegen Zweden was illustratief: Robben nam Oranje bij de hand en tekende voor beide treffers in zijn 96e en laatste interland.
5. Dennis Bergkamp (37 doelpunten, 79 interlands)
Dennis Bergkamp maakte geen doorsnee doelpunten; hij vervaardigde kunstwerken. De ‘Non-Flying Dutchman’ bezat een balbehandeling die tijd en ruimte deed stollen. Zijn fenomenale treffer in de kwartfinale van het WK 1998 tegen Argentinië geldt als een van de meest fijnzinnige momenten uit de complete WK-geschiedenis: een pass van Frank de Boer over zestig meter, een fluwelen aanname in de lucht, een kapbeweging voorbij Roberto Ayala en een wreeftrap in de kruising met buitenkant rechts.
Bergkamp was echter niet alleen de man van de esthetiek, maar ook van keiharde productie. In juni 1998 passeerde hij Faas Wilkes en kroonde zich met zijn 36e interlandgoal tijdelijk tot topscorer aller tijden van Nederland. Na Euro 2000 zwaaide hij af met 37 treffers in 79 wedstrijden, waarbij hij als schaduwspits evenzoveel assists leverde.
4. Patrick Kluivert (40 doelpunten, 79 interlands)
Als tiener schoot Patrick Kluivert Ajax in 1995 naar de Europese clubtitel, en die vroegrijpe genialiteit trok hij moeiteloos door naar het Nederlands elftal. Kluivert was de ideale moderne spits: lang, atletisch, technisch begaafd en levensgevaarlijk in de lucht. Hij kon fungeren als balvast aanspeelpunt, maar wist situaties voor het doel ook met één balcontact te beslissen.
Op grote toernooien gaf Kluivert vrijwel altijd thuis. Tijdens Euro 2000 in eigen land werd hij met vijf goals (inclusief een wervelende hattrick tegen Joegoslavië) gedeeld topscorer van het toernooi. In april 2003 schoot hij tegen Oostenrijk zijn veertigste interlandtreffer binnen, waarmee hij Dennis Bergkamp afloste als all-time topscorer van Oranje. Dit record hield ruim tien jaar stand.
3. Klaas-Jan Huntelaar (42 doelpunten, 76 interlands)
Weinig spitsen bezaten zo’n zuiver afrondend instinct als Klaas-Jan Huntelaar. ‘The Hunter’ had aan een halve meter ruimte of een fractie van een seconde genoeg om een bal binnen te schuiven, te koppen of hard tegen de touwen te jagen. Zijn debuut in augustus 2006 tegen Ierland was een voorbode van zijn trefzekerheid: twee doelpunten en twee assists in negentig minuten.
Wat de cijfers van Huntelaar extra indrukwekkend maakt, is dat hij zijn 42 doelpunten bijeen speelde in een tijdperk met moordende concurrentie in de spits. Vaak begon hij op de reservebank, maar als breekijzer leverde hij vrijwel altijd rendement op. Met 42 treffers in 76 duels (een gemiddelde van 0,55) is Huntelaar statistisch gezien effectiever geweest dan Van Persie, Kluivert en Bergkamp.
2. Robin van Persie (50 doelpunten, 102 interlands)
De vliegende Rotterdammer van Salvador. De zweefkopbal van Robin van Persie tegen Spanje op het WK van 2014 behoort tot de meest iconische beelden uit de internationale voetbalgeschiedenis. Van Persie, die zijn loopbaan begon als linksbuiten, evolueerde bij Arsenal en Manchester United tot een dodelijke en technisch complete aanvalsleider met een weergaloos linkerbeen.
Op 11 oktober 2013 schoot Van Persie zich definitief naar de top van de geschiedenisboeken. Met een hattrick in de met 8-1 gewonnen kwalificatiewedstrijd tegen Hongarije stootte hij Patrick Kluivert van de troon. Twee jaar later, in oktober 2015 tegen Kazachstan, werd hij de allereerste speler in het Oranje-shirt die de magische grens van vijftig doelpunten wist te slechten.
1. Memphis Depay (51 doelpunten, 105 interlands)
Memphis Depay debuteerde in 2013 onder bondscoach Louis van Gaal en bewees zich al op het WK van 2014 met beslissende treffers tegen Australië en Chili. Sindsdien ontwikkelde hij zich tot het aanvallende ankerpunt van Oranje. Waar het Nederlands elftal door transitiejaren en wisselende systemen ging, bleef Memphis de constante factor op wie elke bondscoach vertrouwde.
Met een aanhoudende stroom doelpunten in WK- en EK-kwalificatiereeksen en op eindtoernooien achterhaalde hij doelpuntenlegende Robin van Persie, om zich vervolgens als enige topschutter aller tijden van Oranje te kronen. Memphis is niet alleen een meedogenloze afmaker vanaf de stip of uit open spel, maar creëert met zijn fysieke kracht en techniek ook voortdurend kansen voor zijn medespelers. Zijn leiderschap in de voorhoede bezorgt hem een onbetwiste eerste plaats in de geschiedenis van het Nederlandse voetbal.

Reageren