Top 10 Steden met de meeste grote voetbalprijzen van Nederland (mannenvoetbal)

7 min lezen
Maak ons je Google favoriet
feyenoord

In het Nederlandse mannenvoetbal zijn er drie grote nationale prijzen te winnen: de kampioensschaal, de KNVB-beker en de Johan Cruijff-schaal. De wedstrijd om de Johan Cruijff-schaal wordt traditioneel aan het begin van het seizoen gespeeld tussen de landskampioen en de bekerwinnaar. In totaal zijn er in de Nederlandse voetbalgeschiedenis bijna 280 grote prijzen verdeeld over 51 clubs en 30 plaatsen. In dit lijstje zetten we de tien steden met de meeste grote voetbalprijzen in het Nederlandse mannenvoetbal op een rij.

10. Heemstede: 4 prijzen

RCH
Joop van Bilsen / Anefo /CC BY-SA 3.0 nl

De eerste verrassing van dit lijstje is Heemstede, dat vier grote voetbalprijzen wist te verzamelen. Die werden allemaal binnengehaald door één club: RCH (Racing Club Heemstede). RCH werd twee keer landskampioen (1923 en 1953) en won twee keer de KNVB-beker (1918 en 1928).

Heemstede wacht dus al sinds 1953 op een nieuwe hoofdprijs en de kans is verwaarloosbaar dat daar nog verandering in komt, aangezien RCH inmiddels in de lagere regionen van het amateurvoetbal speelt. Overigens speelde de club tot 1932 nog in buurgemeente Haarlem (als Racing Club Haarlem) en werd dus alleen de landstitel van 1953 daadwerkelijk in Heemstede gevierd, maar tegenwoordig staan alle vier de bekers en schalen op het conto van Heemstede.

9. Deventer en Utrecht: 5 prijzen

Op de negende plaats staan Deventer en Utrecht gebroederlijk naast elkaar met elk vijf grote prijzen. In Deventer was het meer dan negentig jaar lang stil na de vier vooroorlogse landstitels van Go Ahead Eagles (1917, 1922, 1930 en 1933). Aan dat lange wachten kwam in april 2025 een spectaculair einde: in De Kuip versloegen de Deventenaren AZ na strafschoppen in de finale van de KNVB-beker, waarmee Go Ahead voor het eerst in de clubhistorie de dennenappel mee naar de IJssel mocht nemen.

In Utrecht staat de teller eveneens op vijf prijzen. Eén keer ging de landstitel naar de Domstad dankzij DOS (1958). Opvolger FC Utrecht (ontstaan uit de fusie van DOS, Elinkwijk en Velox in 1970) won daarnaast drie keer de KNVB-beker (1985, 2003 en 2004) en één keer de Johan Cruijff-schaal (2004). In 2020 bereikte FC Utrecht nog wel de bekerfinale tegen Feyenoord, maar die eindstrijd werd destijds geschrapt vanwege de coronapandemie.

8. Tilburg: 6 prijzen

In Tilburg prijken zes grote voetbalprijzen in de vitrines. Willem II werd drie keer landskampioen (1916, 1952 en 1955) en won twee keer de KNVB-beker (1944 en 1963). Stadsgenoot TSV LONGA voegde daar in 1926 nog één KNVB-beker aan toe.

Sinds de bekerwinst van 1963 heerst er in Tilburg een lange prijzendroogte. Willem II kwam in 2019 nog dicht bij eremetaal, maar verloor de bekerfinale in Rotterdam met 0-4 van Ajax. TSV LONGA is in 2017 na een fusie opgegaan in FC Tilburg, waardoor Willem II de enige profclub van de stad is.

7. Enschede: 7 prijzen

SC Enschede
SC Enschede – foto: Harry Pot / Anefo /CC0

In Enschede werden tot nu toe zeven grote prijzen binnengehaald, waaronder twee landstitels: SC Enschede won de eerste kampioensschaal voor de stad in 1926, en FC Twente herhaalde dat kunststukje in 2010 onder trainer Steve McClaren.

FC Twente is een van de weinige Nederlandse clubs die alle drie de grote nationale prijzen minstens één keer heeft gewonnen: naast de landstitel pakten de Tukkers drie keer de KNVB-beker (1977, 2001 en 2011) en twee keer de Johan Cruijff-schaal (2010 en 2011). Na die gouden jaren belandde de club in zwaar financieel weer met de degradatie in 2018 als dieptepunt, maar na de directe terugkeer groeide FC Twente weer uit tot een vaste subtopper in de Eredivisie.

SC Enschede fuseerde in 1965 overigens met de Enschedese Boys tot FC Twente, maar bleef als amateurvereniging zelfstandig bestaan.

6. Alkmaar: 9 prijzen

az
Anefo/CC0

Lange tijd stond Alkmaar op gelijke hoogte met Enschede, maar in 2026 liep de kaasstad uit naar negen grote prijzen. Al dat zilverwerk kwam op naam van één club: AZ. De Alkmaarders werden twee keer landskampioen (1981 en 2009), wonnen vijf keer de KNVB-beker (1978, 1981, 1982, 2013 en 2026) en veroverden twee keer de Johan Cruijff-schaal (2009 en 2026).

Nadat AZ in het afgebroken coronaseizoen 2019/2020 een mogelijke landstitel op doelsaldo aan Ajax zag voorbijgaan en in 2025 de bekerfinale na strafschoppen verloor van Go Ahead Eagles, sloeg de club in het voorjaar en de zomer van 2026 dubbel toe. Eerst werd N.E.C. in de bekerfinale met 5-1 verslagen, waarna AZ enkele maanden later ook landskampioen PSV met 0-4 klopte in de strijd om de Johan Cruijff-schaal.

5. Haarlem: 10 prijzen

Op de vijfde plaats staat Haarlem met tien prijzen, die vrijwel allemaal in de pioniersjaren van het Nederlandse voetbal werden veroverd. De Koninklijke HFC (opgericht door Pim Mulier in 1879) werd drie keer kampioen in de negentiende eeuw (1890, 1893 en 1895) en won daarnaast drie keer de KNVB-beker (1904, 1913 en 1915). HFC Haarlem voegde daar drie prijzen aan toe: één landstitel (1946, met legende Kick Smit) en twee KNVB-bekers (1902 en 1912). VV Schoten maakte het tiental compleet met de bekerwinst van 1921.

Zoals bij nummer 10 al werd genoemd, speelde RCH tot en met 1932 in Haarlem en zou de stad op basis daarvan eigenlijk op dertien prijzen komen. Daar staat tegenover dat het terrein van de Koninklijke HFC aan de Spanjaardslaan vanaf 1899 destijds op grondgebied van Heemstede lag, totdat een grenscorrectie in 1927 het veld weer bij Haarlem trok. RCH won dus drie prijzen in Haarlem die nu in Heemstede staan, terwijl de Koninklijke HFC drie bekers op toenmalige Heemsteedse bodem won die nu voor Haarlem tellen.

Sinds het faillissement van profclub HFC Haarlem in 2010 heeft de Noord-Hollandse hoofdstad geen club meer in het betaald voetbal; de Koninklijke HFC speelt als hoogste vertegenwoordiger in de Tweede Divisie van de amateurs.

4. Den Haag: 26 prijzen

HVV
Hugo van Gelderen / Anefo/CC0

In totaal gingen er 26 grote voetbalprijzen naar de Hofstad, verdeeld over maar liefst vijf verschillende clubs. HVV werd rond de vorige eeuwwisseling tien keer landskampioen en won één keer de KNVB-beker (1903). Quick werd één keer kampioen (1908) en won vier keer de beker. HBS veroverde drie landstitels en twee bekers, ADO Den Haag werd twee keer landskampioen (1942 en 1943) en won twee keer de KNVB-beker (1968 en 1975), en VUC pakte in 1927 één keer de beker.

Samen met Rotterdam deelt Den Haag het record van de stad met de meeste verschillende prijswinnende clubs (vijf stuks). Tegelijkertijd wacht de stad al sinds de bekerwinst van FC Den Haag in 1975, inmiddels ruim een halve eeuw geleden, op een nieuwe hoofdprijs. Omdat de Nederlandse Supercup pas in 1949 en structureel vanaf 1991 werd ingevoerd, ontbreekt de Johan Cruijff-schaal nog altijd in Den Haag.

3. Rotterdam: 48 prijzen

feyenoord
Bert Verhoeff voor Anefo/CC0

Met een flinke sprong komen we in de top drie bij Rotterdam, waar inmiddels 48 grote prijzen staan. Het overgrote deel werd binnengehaald door Feyenoord, dat na de landstitel van 2023 en de KNVB-beker én Johan Cruijff-schaal in 2024 op 35 nationale prijzen staat (16 kampioenschappen, 14 KNVB-bekers en 5 Johan Cruijff-schalen). Stadsgenoot Sparta voegt daar negen prijzen aan toe (zes landstitels en drie KNVB-bekers), allemaal gewonnen in de twintigste eeuw. Daarnaast won VOC twee keer de KNVB-beker (1905 en 1907), pakte CVV één beker (1920) en leverde Rotterdam met Concordia in 1889 de allereerste landskampioen uit de Nederlandse voetbalgeschiedenis.

Rotterdam is nog altijd de enige stad in Nederland met drie verschillende profclubs in de Eredivisie: Feyenoord, Sparta en Excelsior. De andere drie historische prijswinnaars verdwenen uit de top: VOC speelt bij de amateurs, CVV ging in 2001 op in een fusieclub en pionier Concordia hield al in 1893 op te bestaan.

2. Eindhoven: 55 prijzen

psv
Koen Suyk / Anefo/CC0

Op de tweede plaats staat Eindhoven met 55 grote prijzen, die door een reeks successen in de afgelopen seizoenen snel zijn opgelopen. Vrijwel de gehele oogst komt voor rekening van PSV: door de drie opeenvolgende landstitels in 2024, 2025 en 2026 staat de club inmiddels op 27 landskampioenschappen, aangevuld met 11 KNVB-bekers en een recordaantal van 15 Johan Cruijff-schalen (53 prijzen in totaal).

Stadsgenoot FC Eindhoven (destijds EVV Eindhoven) droeg twee grote prijzen bij aan het Eindhovense totaal door in 1937 de KNVB-beker te winnen en in 1954 het allerlaatste landskampioenschap vóór de invoering van het betaald voetbal te veroveren. Sinds 1977 speelt de blauw-witte club van de Aalsterweg echter onafgebroken op het tweede niveau in de Keuken Kampioen Divisie.

1. Amsterdam: 73 prijzen

ajax
Nationaal Archief

Met ruime voorsprong op nummer één staat onze hoofdstad Amsterdam met 73 grote nationale prijzen. Dat heeft de stad vooral te danken aan recordkampioen Ajax, dat in zijn eentje goed is voor 65 prijzen: 36 landskampioenschappen, 20 KNVB-bekers en 9 Johan Cruijff-schalen. RAP was daarnaast de dominante ploeg van de late negentiende eeuw met vijf landstitels (allemaal vóór 1900) en de allereerste KNVB-beker in 1899, waarmee het als eerste club ooit de dubbel won. DWS (kampioen in 1964) en De Volewijckers (kampioen in 1944) brengen het hoofdstedelijke totaal op 73.

Hoewel Ajax sinds de zesendertigste landstitel in 2022 een aantal magere seizoenen zonder nieuw zilverwerk doormaakte, blijft de voorsprong van Amsterdam op Eindhoven en Rotterdam voorlopig enorm. Van de oude stadsgenoten speelt alleen Ajax nog betaald voetbal: DWS en De Volewijckers komen uit in het amateurvoetbal, en pionier RAP fuseerde al in 1914 met Volharding tot de bekende Amsterdamse cricketclub VRA.

Meer in Voetbal

Reageren

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Populair in Sport