Top 10 angstaanjagendste onderwerelden uit de mythologie

7 min lezen
Maak ons je Google favoriet
onderwereld

Elke cultuur heeft een antwoord bedacht op de vraag wat er na de dood gebeurt, en opvallend vaak is dat antwoord niet geruststellend. De ene onderwereld straft, de andere vergeet je gewoon.

Wat die verhalen zo effectief maakte, is dat ze precies inspeelden op wat mensen het meest vreesden. Dit zijn tien onderwerelden uit de wereldmythologie, en wat de oorspronkelijke bronnen erover zeggen.

1. De Griekse onderwereld

Hades
Hades

Het rijk van Hades kende geen vlammen. Het was een schemerige vlakte waar de doden als schaduwen ronddwaalden, zonder kracht en zonder herinnering. Achilles zegt in de Odyssee dat hij nog liever dagloner op aarde zou zijn dan koning over alle doden, wat aardig samenvat hoe de Grieken erover dachten.

De veerman Charon eiste een munt voor de overtocht, die daarom bij de begrafenis in de mond van de dode werd gelegd. Wie onbetaald aankwam, dwaalde honderd jaar langs de oever. Cerberus bewaakte de poort, niet om de levenden buiten te houden maar om de doden binnen te houden.

Tartarus
Tartarus

Dieper lag Tartarus, gereserveerd voor wie de goden persoonlijk had beledigd. Sisyfus duwde er zijn steen, Tantalus stond tot zijn kin in water dat wegzakte zodra hij dronk. Er bestond ook een prettige uitzondering, het Elysium, maar daar kwam vrijwel niemand. Voor de gemiddelde Griek was de dood geen straf en geen beloning, alleen grijs.

2. Het Noorse Helheim

Valhalla is beroemd geworden, maar het was voor een kleine minderheid. Wie in de strijd viel, werd verdeeld: de helft ging naar Odin, de andere helft naar Freya’s veld Fólkvangr. Iedereen die stierf aan ouderdom of ziekte kwam bij Hel terecht, in het rijk dat naar haar genoemd is.

hel

Hel was een dochter van Loki. Snorri Sturluson beschrijft haar in de dertiende eeuw als half vleeskleurig en half blauwzwart, met een gezicht dat streng en grimmig staat. Haar rijk lag achter de rivier Gjöll, bewaakt door de hond Garm. Geen vuur, geen martelingen, alleen kou en stilte.

Wel een kanttekening: onze kennis komt bijna volledig uit teksten die eeuwen na de kerstening zijn opgeschreven, door christelijke auteurs. Hoe scherp de scheiding tussen Valhalla en Helheim in de beleving van de Vikingen echt was, weet niemand.

3. De Egyptische Duat

De Egyptische dood was een examen. De ziel reisde door de Duat, langs poorten en wachters, en moest onderweg de juiste formules kennen. Precies daarvoor kreeg de dode een Dodenboek mee: een spiekbriefje voor het hiernamaals.

Het beslissende moment was de weging van het hart. Voor tweeënveertig rechters moest de overledene zich vrijpleiten van tweeënveertig zonden, waarna zijn hart tegen de veer van Ma’at werd gewogen.

maat

Woog het te zwaar, dan wachtte Ammit: krokodillenkop, voorlijf van een leeuw, achterwerk van een nijlpaard, precies de drie dieren waar Egyptenaren het banger voor waren dan voor wat ook. Zij verslond het hart, en daarmee hield je op te bestaan. Egyptenaren noemden dat de tweede dood, en die was erger dan de eerste.

Ammit

4. Het Japanse Yomi

De oudste Japanse kroniek, de Kojiki uit 712, vertelt hoe de god Izanagi afdaalt naar Yomi om zijn gestorven vrouw Izanami op te halen. Ze staat hem te woord vanuit het donker en vraagt hem niet te kijken. Hij steekt een tand van zijn kam aan als fakkel, kijkt toch, en ziet een lichaam vol maden met acht donderwezens erop.

Izanami stuurt de shikome achter hem aan, afzichtelijke vrouwen uit de onderwereld. Izanagi vlucht, gooit onderweg zijn hoofdband en zijn kam weg die in druiven en bamboescheuten veranderen, en sluit de doorgang af met een rotsblok. Vanaf de andere kant zweert Izanami dagelijks duizend mensen te doden. Hij antwoordt dat hij er dan vijftienhonderd zal laten geboren worden.

Oni

De gehoornde oni die iedereen kent uit Japanse verhalen horen hier eigenlijk niet bij. Die kwamen later, met het boeddhisme mee, en bevolken de boeddhistische hellen. Yomi zelf is ouder en soberder: geen straf, geen duivels, alleen bederf.

5. Het Azteekse Mictlan

mictlan

Bij de Azteken bepaalde niet je gedrag maar je doodsoorzaak waar je heen ging. Verdronken mensen en door bliksem getroffenen kwamen in Tlalocan, het groene rijk van de regengod. Gesneuvelde krijgers en vrouwen die in het kraambed stierven begeleidden de zon. Al die anderen, verreweg de meesten, moesten naar Mictlan, geregeerd door het skeletpaar Mictlantecuhtli en Mictecacihuatl.

De reis duurde vier jaar en voerde langs negen niveaus: bergen die tegen elkaar sloegen, een pad van obsidiaanmessen, een wind die je huid afsneed. Helemaal alleen was je niet. Bij de rivier aan het begin wachtte een hond, en daarom werden er honden meebegraven. Aan het eind van de negende laag hield de ziel simpelweg op te bestaan, wat voor de Azteken geen ramp was maar een afronding.

6. Het Ierse Tech Duinn

Tech Duinn, het huis van Donn, wordt doorgaans vereenzelvigd met Bull Rock, een steile rots voor de kust van County Cork met een natuurlijke tunnel er dwars doorheen. Door dat gat, zeiden de verhalen, gingen de doden naar het westen.

Donn is in de middeleeuwse teksten de eerste van de Gaelen die op Ierse bodem stierf. Aan hem wordt de uitspraak toegeschreven dat allen na hun dood naar zijn huis zullen komen. Er is geen oordeel, geen straf en geen vuur. Vissers uit de streek geloofden tot in de negentiende eeuw dat je er beter niet langs kon varen, en dat stormen rond de rots de zielen waren die overstaken.

7. De Slavische Nav

Over de Slavische onderwereld weten we minder dan wie ook beweert. Er zijn nauwelijks bronnen van voor de kerstening, en veel van wat je erover leest is negentiende-eeuwse reconstructie. Wat overeind blijft: Nav was het domein van de doden, verbonden aan de god Veles, die ook over vee en magie ging.

Vyraj wordt er vaak mee verward, maar dat is iets anders: een warm land achter de zee waar de vogels overwinteren en waar de zielen van de rechtvaardigen heen gaan. Nav is de schaduwkant. Wie jong of gewelddadig stierf, kon volgens het volksgeloof blijven hangen tussen beide werelden en terugkeren als iets onaangenaams. Uit precies dat idee is het Slavische vampiergeloof gegroeid, dat later heel Europa zou veroveren.

8. Het Mesopotamische Irkalla

De oudste beschreven onderwereld is meteen een van de troostelozere. In Irkalla zaten de doden in het donker, gekleed in veren als vogels, met stof als hun brood en klei als hun voedsel. Er werd niemand gestraft en niemand beloond. Koningen en bedelaars kregen hetzelfde.

Ereshkigal heerste er, zuster van Inanna. In de Afdaling van Inanna, opgeschreven op kleitabletten van meer dan vierduizend jaar oud, gaat de godin van liefde en oorlog naar beneden en moet ze bij elk van de zeven poorten iets afstaan: haar kroon, haar sieraden, haar kleding. Naakt en machteloos komt ze aan, waarna ze wordt gedood en als kadaver aan een haak wordt gehangen.

irkalla

Ze komt uiteindelijk terug, maar alleen omdat er een vervanger achterblijft. Zelfs voor een godin geldt: de onderwereld laat niemand zomaar gaan.

9. Het Chinese Diyu

Waar de andere onderwerelden vaag blijven, is Diyu tot in detail uitgewerkt. Het is een bureaucratie: tien rechtbanken, elk met een eigen rechter en een eigen dossier, en daaronder achttien afdelingen met bijpassende straffen.

Diyu

Yanluo, de Chinese versie van de boeddhistische Yama, zit de eerste rechtbank voor met een register waarin elke daad staat opgeschreven. Leugenaars werd de tong uitgetrokken, wie geld had afgeperst ging in de olie. De straffen sloten aan bij het vergrijp, zoals een vonnis dat hoort te doen.

Eeuwig was het niet. Diyu is een tussenstation op weg naar de wedergeboorte, en hoe zwaarder je zonden, hoe langer het duurt. Vlak voor de terugkeer krijgt elke ziel een kom soep van de oude vrouw Meng Po, die alle herinneringen wist. Daarna begin je opnieuw, zonder te weten waarom.

10. De christelijke hel

hel

In het Nieuwe Testament blijft het opvallend vaag. Het woord dat met hel wordt vertaald is Gehenna, oorspronkelijk de naam van een vuilnisdal buiten Jeruzalem waar het altijd smeulde. Van gedetailleerde martelkamers is in de bijbelteksten geen sprake.

Die kwamen er in de eeuwen daarna bij, via visioenenliteratuur, preken en schilderkunst. Dante gaf het in 1320 zijn definitieve vorm met negen cirkels, waarbij de straf steeds bij de zonde paste. De onderste cirkel is opvallend genoeg geen vuur maar ijs: verraders zitten er vastgevroren, met Lucifer tot zijn middel in het meer.

Wat de christelijke hel onderscheidt van alle andere onderwerelden in dit rijtje, is de eeuwigheid. Geen wedergeboorte, geen uitwissing, geen vergetelheid. Alleen een straf die nooit ophoudt, en dat maakte hem eeuwenlang tot het krachtigste opvoedmiddel dat Europa kende.

Wat opvalt aan al deze onderwerelden is hoe zelden ze over goed en kwaad gaan. De Grieken, de Mesopotamiërs en de Azteken stuurden iedereen naar dezelfde plek, ongeacht hoe je had geleefd. Pas met Egypte, China en het christendom wordt het hiernamaals een rechtszaal, en dat zegt waarschijnlijk meer over hoe die samenlevingen waren ingericht dan over wat ze dachten dat er na de dood gebeurt.

Meer in Mythologie

Reageren

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Populair in Geschiedenis