Waar veel landen beroemd zijn om hun wijngaarden of whiskystokerijen, bezit Nederland een eeuwenoude en geheel eigen drankcultuur. Al sinds de middeleeuwen experimenteerden stokerijen met granen, kruidenmengsels en overzeese specerijen uit de handelsvloot. Dit leidde tot een rijk palet aan likeuren, bitters en distillaten die tot op de dag van vandaag worden geschonken in bruine kroegen en bij feestelijke tradities. Dit zijn de tien bekendste oer-Hollandse alcoholische dranken.
10. Citroenbrandewijn
Citroenbrandewijn, in de volksmond vaak liefkozend een ‘cb-tje’ genoemd, is een van de oudste zoete likeuren van eigen bodem. De basis bestaat uit neutrale brandewijn die op smaak wordt gebracht met de geraspte schillen van verse citroenen. Om de scherpe zuren van de citrusvrucht te verzachten, voegt de distilleerder suiker en een vleugje karamel toe, wat de drank zijn kenmerkende goudgele gloed geeft.
Waar de drank vroeger vooral op zondagen door grootmoeders werd geschonken in kleine likeurcoupes, beleeft citroenbrandewijn tegenwoordig een herwaardering als basis voor frisse mixdrankjes en zomerse cocktails.
9. Nobeltje
Nobeltje is een authentieke likeur die zijn oorsprong vindt op het Waddeneiland Ameland. De drank ontstond in de strenge winter van 1902 in het dorp Ballum. Na een barre arrensleewedstrijd op het ijs kwamen de deelnemers verkleumd binnen bij caféhouder Willem Barend Nobel. Omdat zijn voorraad drank snel slonk, besloot hij verschillende overgebleven dranken en kruiden met elkaar te mengen tot een verwarmend brouwsel.
Het geheime familierecept werd generaties lang uitsluitend op het eiland zelf geschonken. Pas toen de vierde generatie Nobel in de jaren tachtig besloot de likeur officieel te bottelen, veroverde de zoete, kruidige likeur met zijn alcoholpercentage van 32% ook de rest van Nederland.
8. Schelvispekel
In de Zuid-Hollandse haringstad Vlaardingen brouwden vissers al in de negentiende eeuw hun eigen hartversterker voor de barre tochten op de Noordzee. Schelvispekel is een krachtige kruidenbitter met een alcoholpercentage van 35%. De basis van gestookte brandewijn wordt op smaak gebracht met specerijen zoals kaneel, nootmuskaat en kruidnagel.
De opmerkelijke naam ontstond uit bittere noodzaak: vissers mochten van hun reders officieel geen sterke drank meenemen aan boord. Door de donkere vloeistof in houten pekelvaatjes te gieten en te labelen als vispekel, wisten de bemanningsleden de controleurs en douaniers jarenlang om de tuin te leiden.
7. Schrobbelèr
Tijdens het Brabantse carnaval is Schrobbelèr niet weg te denken uit de feestvreugde. Deze kruidenlikeur zag in 1973 het levenslicht in de huisbar van de Tilburgse ondernemer Jan Woutering. Omdat hij slecht tegen zware sterkedrank kon, mengde hij een likeur met een relatief bescheiden alcoholpercentage van 21,5% op basis van 43 verschillende kruiden.
De naam verwijst naar de ‘schrobbelaar’, een historische textielarbeider die in de Tilburgse lakenindustrie wol ontwarde en borstelde. Geserveerd in de karakteristieke aardewerken kruik en gedronken uit een klein kelkglas groeide de kruidige, zoete drank uit van een lokaal carnavalsritueel tot een landelijk verkrijgbare borrel.
6. Berenburg
Hoewel Berenburg tegenwoordig onlosmakelijk verbonden is met Friesland, ligt de wieg van het drankje aan de Amsterdamse Nieuwendijk. Daar handelde kruidenkoopman Hendrik Beerenburg in het midden van de achttiende eeuw in medicinale kruidenpakketjes. Friese schippers kochten zijn zakjes gedroogde kruiden en lieten die aan boord trekken op jenever of brandewijn als huismiddel tegen kwalen.
Friese distilleerders zoals Weduwe Joustra in Sneek en Sonnema in Dokkum perfectioneerden de receptuur tot de donkere, bittere kruidendrank die we nu kennen. Sonnema koos er destijds overigens bewust voor om de naam met één ‘e’ te spellen (Berenburg) om problemen rond het merkenrecht van de Amsterdamse familie te omzeilen.
5. Advocaat
Advocaat is een van de meest herkenbare likeuren ter wereld vanwege zijn opvallend dikke textuur. Echte advocaat wordt gemaakt van een emulsie van eidooiers, suiker en brandewijn of neutrale graanalcohol. Volgens strenge Europese wetgeving mag de drank geen melkbestanddelen bevatten en moet hij ten minste 140 gram zuiver eigeel per liter en een alcoholpercentage van minimaal 14% bevatten.
Door zijn lobbige dikte wordt advocaat traditiegetrouw niet gedronken, maar met een klein lepeltje gegeten uit een borrelglas, vaak gegarneerd met een toef slagroom. De drank geldt bovendien als een klassiek ingrediënt in traditionele desserts en gebak.
4. Oranjebitter
Geen nationale feestdag of koninklijke herdenking gaat voorbij zonder een glas Oranjebitter. De oorsprong van de drank gaat terug tot de vroege zeventiende eeuw, toen Hollandse distilleerders de overwinningen van prins Frederik Hendrik vierden door gedroogde schillen van bittere pomeransappels te laten trekken op brandewijn.
Aanvankelijk was de drank suikervrij en uitgesproken bitter van smaak. Pas na de inhuldiging van koning Willem I in 1815 en de opkomst van de zoetere ‘oranjelikeur’ werd het recept aangepast met suiker, zodat de feestelijke oranje borrel toegankelijker werd voor het grote publiek.
3. Vieux
Decennialang stond deze drank in Nederlandse cafés bekend als ‘Hollandse cognac’ of ‘koetsier-cognac’. Het betrof een betaalbaar alternatief voor de dure Franse wijndistillaten, gestookt uit neutrale graan- of melasse-alcohol waaraan karamel, suiker en een klein percentage authentieke Franse eau de vie of cognac werd toegevoegd.
Toen een internationaal handelsverdrag in de jaren zestig bepaalde dat de herkomstbenaming ‘cognac’ uitsluitend nog mocht worden gebruikt voor distillaten uit de gelijknamige Franse streek, moesten Nederlandse fabrikanten haastig op zoek naar een nieuwe naam. Distilleerderijen zoals Dujardin en Bols kozen voor het Franse woord Vieux (oud), waardoor het vertrouwde drankje met zijn zachte karamelsmaak en 35% alcohol gewoon op de toog kon blijven staan.
2. Korenwijn
Korenwijn geldt onder distilleerders als het absolute meesterstuk van de Nederlandse stookkunst. Waar gewone jonge jenever voor het merendeel bestaat uit neutrale landbouwalcohol, schrijft de wet voor dat korenwijn voor minimaal 51 procent moet bestaan uit ambachtelijke moutwijn: een zwaar, geurig distillaat van gerst, rogge en maïs.
Na het stookproces rijpt korenwijn vaak jarenlang op eikenhouten fusten, wat de vloeistof een lichtgele tot amberkleurige tint geeft en zorgt voor complexe tonen van vanille, hout en granen. Het resultaat is een zacht, volmondig distillaat met een alcoholgehalte van minimaal 38 procent, dat door kenners bij kamertemperatuur wordt gedronken als het Nederlandse antwoord op single malt whisky.
1. Jenever
Jenever is de vader van de Nederlandse drankencultuur en de directe voorloper van de wereldberoemde Engelse gin. Hoewel een populaire mythe beweert dat de Leidse arts Franciscus Sylvius de drank in de zeventiende eeuw uitvond als geneesmiddel, werd er in de Lage Landen al in de dertiende eeuw brandewijn met jeneverbessen gestookt.
De drank ontwikkelde zich in steden als Schiedam en Amsterdam tot een gigantische industriële exporttak. Tegenwoordig onderscheiden we vooral Jonge Jenever (maximaal 15% moutwijn, licht en neutraal van karakter) en Oude Jenever (minimaal 15% moutwijn, geler van kleur en uitgesproken granig van smaak). De eeuwenoude traditie om een borrelglas tot aan de rand vol te schenken zodat de drinker moet vooroverbuigen om de eerste slok te nemen (het ‘kopstootje’), maakt jenever tot het meest levende drinkicoon van Nederland.

Echt een leuke site voor mijn youtube video’s. ik gebruik deze site zeker vaker 🙂
In Ameland worden gemaakt? Klinkt heel bijzonder, gezien Ameland een eiland is zou het “op Ameland” moeten zijn.