Rugnummers en startnummers zijn voornamelijk functioneel: je kunt hierdoor atleten vanaf de tribune snel te identificeren. In de loop der decennia zijn bepaalde getallen uitgegroeid tot ware culturele iconen. In de Noord-Amerikaanse sportwereld ontstond de traditie van het ‘retiren’: een nummer wordt voorgoed opgeborgen en door niemand anders binnen de club meer gedragen. In het Europese voetbal en de motorsport claimden supersterren hun nummer juist als een wereldwijd handelsmerk.
Dit zijn de 10 meest iconische rug- en startnummers uit de sportgeschiedenis.
10. Dale Earnhardt: Nummer 3

Coureur Dale Earnhardt Sr. was een van de succesvolste en meest gevreesde coureurs in de geschiedenis van NASCAR. Vanwege zijn compromisloze en agressieve inhaalstijl kreeg hij de toepasselijke bijnaam The Intimidator. Earnhardt won maar liefst zeven keer het NASCAR Cup-kampioenschap, een record dat hij deelt met legendes Richard Petty en Jimmie Johnson. Zijn gitzwarte Chevrolet met de kenmerkende witte nummer 3 werd een van de herkenbaarste racewagens op de Amerikaanse circuits.
Op 18 februari 2001 sloeg het noodlot toe toen Earnhardt in de laatste ronde van de Daytona 500 crashte en op 49-jarige leeftijd om het leven kwam. Na zijn fatale ongeluk werd nummer 3 uit respect dertien jaar lang niet ingezet in de hoogste NASCAR-klasse. Teameigenaar Richard Childress besloot het nummer pas in 2014 weer van stal te halen voor zijn kleinzoon Austin Dillon, die er in 2018 prompt de Daytona 500 mee won. Desondanks blijft de gestileerde ‘3’ voor miljoenen autosportfans voor altijd het symbool van Dale Earnhardt.
9. Valentino Rossi: Nummer 46

Met negen wereldtitels op zak geldt Valentino Rossi als een van de allergrootste motorcoureurs aller tijden. Waar het in de motorsport traditie is dat de regerend wereldkampioen het volgende seizoen rijdt met startnummer 1, weigerde de flamboyante Italiaan dat steevast. Rossi hield zijn hele loopbaan vast aan nummer 46, een eerbetoon aan zijn vader Graziano Rossi, die in 1979 met datzelfde nummer zijn allereerste grand prix won.
Rossi maakte van startnummer 46 in gifgeel een wereldwijd miljardenmerk. Circuittribunes van Assen tot Mugello kleurden decennialang felgeel van de vlaggen en petjes. Toen hij eind 2021 op 42-jarige leeftijd afscheid nam van de MotoGP, besloot raceorganisatie Dorna direct in te grijpen: in mei 2022 werd nummer 46 tijdens een officiële ceremonie in Mugello definitief teruggetrokken. Niemand mag in de koningsklasse van de motorsport ooit nog met 46 aan de start verschijnen.
8. Earvin “Magic” Johnson: Nummer 32
Met zijn lengte van 2,06 meter herdefinieerde Earvin “Magic” Johnson de positie van spelverdeler (point guard) in de NBA. Als dirigent van het legendarische Showtime-tijdperk van de Los Angeles Lakers in de jaren 80 vermaakte hij het publiek met spectaculaire no-look passes en vlijmscherpe fastbreaks. Samen met zijn aartsrivaal Larry Bird van de Boston Celtics zette hij het moderne professionele basketbal definitief op de wereldkaart.
Johnson won vijf NBA-titels en werd drie keer uitgeroepen tot Meest Waardevolle Speler (MVP) van de competitie. Zijn nummer 32, waarmee hij sinds zijn collegetijd bij Michigan State speelde, werd in 1992 door de Lakers plechtig gehesen in het stadion. Sindsdien is het nummer onaantastbaar binnen de franchise.
7. Manchester United & Cristiano Ronaldo: Nummer 7

In het Europese clubvoetbal worden rugnummers zelden definitief teruggetrokken. Bij Manchester United groeide nummer 7 juist uit tot een mythische erfenis die van generatie op generatie wordt overgedragen.
Het shirt werd gedragen door clubiconen zoals George Best, Bryan Robson, Eric Cantona en David Beckham. Toen een achttienjarige Cristiano Ronaldo in 2003 bij de club tekende, vroeg hij om nummer 28, maar manager Sir Alex Ferguson eiste dat hij direct het zware rugnummer 7 aantrok.
Ronaldo maakte de reputatie meer dan waar en bouwde er een wereldwijd imperium omheen onder de merknaam ‘CR7′. Ook bij Real Madrid en het Portugese nationale elftal werd het zijn vaste handelsmerk.
Na Ronaldo’s vertrek bleek het shirt bij United echter een loodzware last: grote aankopen zoals Memphis Depay, Alexis Sánchez en Ángel Di María bezweken allemaal onder de torenhoge druk die aan de legendarische 7 kleefde.
6. Babe Ruth: Nummer 3
George Herman ‘Babe’ Ruth Jr. veranderde het Amerikaanse honkbal eigenhandig van een tactisch tikspel in een kijkspektakel vol homeruns. In 1920 verkochten de noodlijdende Boston Red Sox hun sterspeler aan aartsrivaal de New York Yankees, een historische fout die decennialang bekendstond als The Curse of the Bambino. Bij de Yankees groeide Ruth uit tot de allergrootste sportceleb van de twintigste eeuw.
Toen de Yankees in 1929 als een van de eerste teams vaste rugnummers invoerden, kregen spelers hun nummer simpelweg op basis van hun plek in de slagvolgorde. Omdat Ruth als derde slagman aan slag kwam, kreeg hij nummer 3 toebedeeld (zijn ploeggenoot Lou Gehrig kreeg nummer 4). Ruth sloeg in zijn loopbaan 714 homeruns en won vier keer de World Series met de club. In juni 1948, kort voor zijn overlijden, werd nummer 3 officieel door de Yankees teruggetrokken.
5. Wayne Gretzky: Nummer 99
Bij ijshockey staat Wayne Gretzky op eenzame hoogte. The Great One speelde twintig seizoenen in de NHL en verpulverde vrijwel elk denkbaar aanvallend record. Hij is de enige speler in de geschiedenis die meer dan 200 punten in een enkel seizoen verzamelde (een kunststukje dat hij vier keer presteerde) en staat met 894 doelpunten en 1.963 assists fier bovenaan de eeuwige ranglijst.
Gretzky wilde als tiener eigenlijk spelen met nummer 9, het nummer van zijn jeugdidool Gordie Howe. Omdat een teamgenoot dat nummer al bezet hield, stelde zijn coach voor om met een dubbele negen te spelen: nummer 99 was geboren. De status van Gretzky is zo onaantastbaar dat de NHL bij zijn afscheid in 2000 een unieke maatregel nam: nummer 99 werd direct competitiebreed teruggetrokken voor alle teams in de NHL.
4. Pelé, Diego Maradona & Lionel Messi: Nummer 10

In het internationale voetbal is het rugnummer 10 van oudsher gereserveerd voor het creatieve meesterbrein dat wedstrijden beslist. Die magische status begon bij Pelé, die Brazilië in 1958 op zeventienjarige leeftijd naar de wereldtitel leidde en dat kunststukje in 1962 en 1970 herhaalde. Diego Maradona tilde de verering van het nummer naar een bijna religieus niveau toen hij Argentinië in 1986 op meesterlijke wijze wereldkampioen maakte.

De Argentijnse voetbalbond wilde nummer 10 in 2001 definitief terugtrekken ter ere van Maradona, maar wereldvoetbalbond FIFA verbood dat omdat selecties destijds verplicht met de nummers 1 tot en met 23 moesten spelen. Dat bleek een zegen: zo kon Lionel Messi jaren later in het iconische shirt stappen. Met zijn hoofdrol op het WK van 2022 in Qatar voltooide Messi het legendarische drieluik van tienen die het mondiale voetbal hebben gevormd. Bij Napoli (Maradona) en New York Cosmos (Pelé) werd het nummer op clubniveau wel voorgoed opgeborgen.
3. Michael Jordan: Nummer 23
Michael Jordan wordt vrijwel unaniem gezien als de beste basketballer aller tijden. Met de Chicago Bulls won hij in de jaren 90 zes NBA-kampioenschappen, waarbij hij alle zes keer werd uitgeroepen tot MVP van de finales. Dankzij zijn fenomenale sprongkracht en zijn commerciële succes via schoenenlijn Air Jordan werd rugnummer 23 wereldwijd het ultieme symbool voor sportieve grootsheid.
Jordan koos het nummer op de middelbare school omdat hij opkeek naar zijn oudere broer Larry, die met 45 speelde. Michael vond dat hij met de helft daarvan (afgerond naar 23) al heel tevreden mocht zijn. De impact van Jordan was zo gigantisch dat Miami Heat in 2003 besloot om nummer 23 terug te trekken uit respect voor zijn verdiensten voor de sport, ondanks het feit dat Jordan nooit een seconde voor die club had gespeeld.
2. Jackie Robinson: Nummer 42

Vanaf de jaren 1880 gold in het Amerikaanse profhonkbal een strikte rassenscheiding. Zwarte atleten mochten uitsluitend uitkomen in aparte competities, de zogeheten Negro Leagues. Aan die sportieve apartheid kwam op 15 april 1947 een historisch einde toen Jackie Robinson namens de Brooklyn Dodgers het veld betrad met rugnummer 42. Ondanks zware vijandigheid, doodsbedreigingen en racistische spreekkoren bleef Robinson stoïcijns overeind en werd hij prompt uitgeroepen tot Rookie of the Year.
Robinson groeide uit tot een sleutelfiguur in de Amerikaanse burgerrechtenbeweging. Vijftig jaar na zijn historische debuut, op 15 april 1997, nam de Major League Baseball een historisch besluit: nummer 42 werd voor alle honkbalclubs tegelijk teruggetrokken. Ieder jaar op 15 april viert de competitie Jackie Robinson Day, waarbij alle spelers, coaches en scheidsrechters in de hele MLB voor één speeldag met rugnummer 42 aantreden.
1. Johan Cruijff: Nummer 14
In het traditionele voetbal kregen basisspelers vroeger altijd de nummers 1 tot en met 11 toebedeeld, waarbij de spits standaard met nummer 9 speelde. Johan Cruijff doorbrak dat dogma op 30 oktober 1970 bij Ajax. Nadat hij net was hersteld van een blessure, kon ploeggenoot Gerrie Mühren voor de topper tegen PSV zijn gebruikelijke shirt met nummer 7 niet vinden. Cruijff gaf Mühren collegiaal zijn eigen shirt met nummer 9 en viste zelf willekeurig een reserveshirt uit de mand: nummer 14.
Ajax won de beladen wedstrijd met 1-0 en de bijgelovige Cruijff besloot het shirt nooit meer uit te trekken. Met nummer 14 leidde hij Ajax naar drie opeenvolgende Europa Cups I en veroverde hij met het Nederlands elftal op het WK van 1974 de harten van miljoenen voetbalfans met het revolutionaire Totaalvoetbal. Hoewel hij bij FC Barcelona door destijds geldende Spaanse regels tijdelijk weer met nummer 9 moest spelen, keerde hij bij zijn rentree in 1981 direct terug naar 14. Ter gelegenheid van zijn zestigste verjaardag in 2007 besloot Ajax het nummer definitief terug te trekken: niemand zal in Amsterdam ooit nog met nummer 14 spelen.

waar staat ronaldo