Top 10 Beste Buitenlandse Voetballers in de Eredivisie Ooit

6 min lezen
Maak ons je Google favoriet
romario

De Nederlandse Eredivisie fungeert al decennia als een van de meest gewaardeerde springplanken van het internationale voetbal. Buitenlandse toptalenten kwamen naar Nederland om de finesses van het spel te leren, terwijl gevestigde wereldsterren de vaderlandse velden betoverden met pure klasse, branie en ongekende traptechniek. Hoewel de Noorse middenvelder Hallvar Thoresen met 152 competitiegoals voor FC Twente en PSV nog altijd de meest trefzekere buitenlander aller tijden is, brengt deze ranglijst de tien buitenlandse spelers met de allergrootste individuele kwaliteit, nalatenschap en erelijst bijeen.

10. Maxwell

Waar de meeste vleugelverdedigers het moeten hebben van loopvermogen en fysieke duels, bracht Maxwell Scherrer Cabelino Andrade pure Braziliaanse samba op de linkerflank. Ajax plukte de twintigjarige back in 2001 weg bij Cruzeiro. Met zijn fluwelen balaannames, verfijnde dribbels en aanvallende impulsen groeide hij in vijf seizoenen uit tot een publiekslieveling in Amsterdam.

Zijn absolute topjaar beleefde Maxwell in het seizoen 2003/2004: hij leidde Ajax naar het landskampioenschap en werd aan het einde van het seizoen bekroond met de Nederlandse Gouden Schoen voor Voetballer van het Jaar. Dat een buitenlandse verdediger die prestigieuze prijs won, was een unieke prestatie. Na 114 Eredivisiewedstrijden, twee landstitels en een KNVB-beker vertrok de vleugelverdediger naar de Europese absolute top, waar hij later met Internazionale, Barcelona en Paris Saint-Germain prijzen aaneenreeg.

9. Søren Lerby

960px Soren Lerby 1978c
Hans van Dijk voor Anefo/CC BY-SA 3.0 nl

Zonder scheenbeschermers en met opgerolde kousen belichaamde Søren Lerby de onverzettelijke winnaarsmentaliteit op het Nederlandse middenveld. De Deense linkspoot speelde tussen 1975 en 1983 maar liefst 206 competitiewedstrijden voor Ajax, waarmee hij vijf keer landskampioen werd en fungeerde als aanjager en aanvoerder. Na buitenlandse avonturen bij Bayern München en AS Monaco keerde hij in 1987 terug in Nederland bij PSV, waar hij direct nog twee landstitels én de historische Europa Cup I van 1988 aan zijn indrukwekkende palmares toevoegde.

8. Michael Laudrup

Hoewel Michael Laudrup slechts één enkel seizoen in de Eredivisie speelde, liet de Deense spelmaker een onuitwisbare indruk achter. Na wereldvermaarde periodes bij Juventus, het ‘Dream Team’ van Johan Cruijff bij Barcelona en Real Madrid, streek de 33-jarige maestro in de zomer van 1997 neer bij Ajax voor zijn zwanenzang als profvoetballer.

Wat volgde was een masterclass in spelinzicht en elegantie. Onder leiding van trainer Morten Olsen fungeerde Laudrup als de architect van een oppermachtig elftal dat de Eredivisie overrompelde met 112 doelpunten vóór en een doelsaldo van maar liefst plus 89. Laudrup scoorde zelf elf keer in 26 competitieduels, strooide met no-look passes en dirigeerde Ajax naar zowel het landskampioenschap als de bekerwinst (inclusief een historische 5-0 afstraffing van PSV in de finale).

7. Ove Kindvall

Ove Kindvall
foto: Verhoeff, Bert / Anefo

In de gouden jaren van Feyenoord fungeerde Ove Kindvall als het dodelijke eindstation van de Rotterdamse aanval. De Zweedse spits arriveerde in het najaar van 1966 in Rotterdam en ontpopte zich direct tot een meedogenloze doelpuntenmachine. Met zijn gevoel voor positie, timing bij voorzetten en ijskoude afronding was hij de plaag van elke defensie.

Kindvall werd driemaal topscorer van de Eredivisie (in 1968, 1969 en 1971) en schoot een indrukwekkend aantal van 129 competitiedoelpunten binnen in slechts 144 wedstrijden, een gemiddelde van bijna een doelpunt per duel. Met Feyenoord won hij twee landstitels en de KNVB-beker.

Zijn ultieme heldenstatus verwierf hij op 6 mei 1970 in het San Siro-stadion van Milaan, toen hij in de verlenging tegen Celtic de beslissende 2-1 binnenschoot en Feyenoord als eerste Nederlandse club ooit de Europa Cup I bezorgde.

6. Luc Nilis

Voor pure esthetiek en fluwelen balaannames moest men in de jaren negentig in het Philips Stadion zijn. De Belgische spelmaker en spits Luc Nilis bezat een traptechniek waarmee hij ballen met een kenmerkende zwaai in de bovenhoek kon krullen en teamgenoten blindelings voor open doel zette.

Nilis speelde zes seizoenen voor PSV (1994 tot 2000), werd tweemaal landskampioen en kroonde zich in 1995/1996 en 1996/1997 tweemaal op rij tot topscorer van de Eredivisie met in beide jaargangen exact 21 treffers. Zowel de jonge Ronaldo als later Ruud van Nistelrooij roemde Nilis openlijk als de meest complete en onzelfzuchtige aanvalspartner met wie ze in hun loopbaan hadden samengespeeld.

5. Luis Suárez

suarez

Luis Suárez combineerde een ongekende dadendrang met een meedogenloos neusje voor de goal. FC Groningen haalde de Uruguayaan in 2006 weg bij Nacional. Na een vliegende start in het hoge noorden verhuisde hij al na één seizoen naar Ajax, waar hij uitgroeide tot een absolute aanvalsleider.

Zijn productiefste jaar beleefde Suárez in het seizoen 2009/2010. Hij scoorde dat seizoen maar liefst 35 competitiedoelpunten in 33 wedstrijden, waarmee hij met grote afstand topscorer van Nederland werd. In 139 Eredivisiewedstrijden voor Groningen en Ajax kwam hij tot 91 doelpunten. Zijn onvermoeibare jagen op verdedigers, onvoorspelbare kapbewegingen en pure overlevingsdrang maakten hem een van de meest complete spitsen die Nederland ooit heeft gekend.

4. Zlatan Ibrahimović

Toen een negentienjarige Zlatan Ibrahimović in de zomer van 2001 in Amsterdam arriveerde, bracht hij een mix mee van taekwondolenigheid, straatvoetbalbravoure en een grenzeloze geldingsdrang. Ajax betaalde destijds een recordbedrag aan Malmö FF voor de Zweed, en hoewel zijn flamboyante stijl aanvankelijk botste met de Hollandse discipline, ontpopte hij zich tot een fenomeen van wereldformaat.

Zlatan leidde Ajax in 2001/2002 naar de dubbel (landskampioenschap en KNVB-beker) en veroverde in 2004 opnieuw de landstitel. In Europese topwedstrijden, zoals tegen Olympique Lyon en AS Roma, zette hij topverdedigers met fysieke kracht en hakballetjes te kijk. In 110 officiële duels voor de Amsterdammers was hij goed voor 48 doelpunten.

Zijn afscheidscadeau op 22 augustus 2004 tegen NAC Breda werd legendarisch: met een duizelingwekkende serie schijnbewegingen stuurde hij vijf verdedigers en de cameraman het bos in om rustig binnen te schuiven. De actie markeerde het begin van een wereldster die in Nederland zijn vleugels uitsloeg.

3. Ronaldo

Slechts twee seizoenen had de Braziliaanse tiener Ronaldo Luís Nazário de Lima nodig om de Nederlandse velden definitief te ontwrichten. PSV haalde de zeventienjarige aanvaller in 1994 naar Eindhoven nadat hij als wisselspeler met Brazilië de wereldtitel had veroverd in de Verenigde Staten. Wat het publiek vervolgens te zien kreeg, was een ongekende combinatie van explosiviteit, kracht en techniek: verdedigers werden simpelweg op pure versnelling voorbij gelopen.

In zijn debuutseizoen 1994/1995 schoot Ronaldo als achttienjarige 30 doelpunten binnen in 33 competitieduels, waarmee hij met overmacht topscorer van de Eredivisie werd. Ondanks knieproblemen in zijn tweede jaar sloot ‘Il Fenomeno’ zijn Eindhovense periode af met 42 competitiedoelpunten in 46 duels (en 54 treffers in 57 officiële wedstrijden), waarna FC Barcelona een destijds mondiaal recordbedrag neertelde om hem in te lijven.

2. Jari Litmanen

Ajax-supporters noemen hem liefkozend ‘de Tovenaar van Kampen’ en ‘Merlin’. Jari Litmanen was in de jaren negentig het tactische brein en de schaduwspits van het elftal van Louis van Gaal dat in 1995 ongeslagen de Champions League en de Wereldbeker veroverde.

Litmanen blonk uit in functionele eenvoud: een aanname, een snelle lichaamsschijnbeweging en een dodelijke steekpass of stiftje. In het seizoen 1993/1994 kroonde de Fin zich met 26 doelpunten tot topscorer van de Eredivisie. Hij werd viermaal landskampioen en won drie nationale bekers met Ajax.

Met 133 officiële doelpunten in 255 wedstrijden voor de Amsterdammers bewees Litmanen dat tactisch vernuft en scorend vermogen naadloos kunnen samenvallen. Tot op de dag van vandaag geldt hij als een van de meest gewaardeerde buitenlandse spelers die ooit op de Nederlandse velden heeft gespeeld.

1. Romário

Guus Hiddink verzuchtte ooit dat Romário op trainingen amper vooruit te branden was, maar zodra het zaterdagavond was en de schijnwerpers in het Philips Stadion aangingen, veranderde ‘O Baixinho’ (Het Kleintje) in een ongrijpbaar genie. De Braziliaanse spits arriveerde in 1988 na een glansrol op de Olympische Spelen van Seoel in Eindhoven en zette de Nederlandse competitie vijf jaar lang volledig naar zijn hand.

Romário bezat een aanname die de bal dood aan de voet liet vallen, een ongeëvenaarde versnelling vanuit stand en een punter waarmee hij doelmannen kansloos liet voordat ze konden reageren. Tussen 1988 en 1993 leidde hij PSV naar drie landstitels en twee KNVB-bekers. Hij werd driemaal topscorer van de Eredivisie (in 1988/1989 met 19 goals, in 1989/1990 met 23 goals en in 1990/1991 met 25 goals, gedeeld met Dennis Bergkamp). Met 98 competitiedoelpunten in 109 wedstrijden (en 165 treffers in 167 officiële duels) blijft Romário de meest virtuoze buitenlandse attractie die ooit in Nederland heeft geschitterd.

Meer in Voetbal

Reageren

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Populair in Sport