10 Voetbalclubs die een stadion delen

7 min lezen
Maak ons je Google favoriet
maracana2

In Nederland is het een zeldzaamheid: twee rivaliserende profclubs die decennialang hetzelfde veld, dezelfde tribunes en dezelfde kleedkamers delen. De logistieke puzzel is immens en supporters voelen zich vaak niet echt thuis in een betonbak die de helft van het jaar in de kleuren van de aartsrivaal is gehuld.

In het buitenland is dit fenomeen echter aan de orde van de dag. Vaak dwingen torenhoge bouwkosten en gemeentelijke eigendomsconstructies aartsrivalen tot een verstandshuwelijk. Dit levert een fascinerende dynamiek op: clubs die elkaar op het veld naar het leven staan, maar onder hetzelfde dak moeten samenleven. Dit zijn de 10 meest spraakmakende voorbeelden van voetbalclubs die hetzelfde stadion delen.

10. IF Elfsborg en Norrby IF: Borås Arena (Zweden)

boras arena
stilrentfoto / Shutterstock.com

In de Zweedse textielstad Borås (circa 65.000 inwoners) verrees in 2005 een van de eerste moderne kunstgrasstadions van Scandinavië. De Borås Arena biedt plaats aan 16.200 toeschouwers en dient als gezamenlijke thuisbasis voor twee clubs met een totaal verschillend statuut.

IF Elfsborg is de absolute grootmacht van de stad: de geel-zwarten werden zes keer landskampioen van Zweden en zijn een vaste waarde in de Allsvenskan en Europese toernooien. Buurman Norrby IF, vernoemd naar een volkswijk van Borås, speelde in haar hele geschiedenis slechts één seizoen op het hoogste niveau (1955/56) en slijt haar dagen in de lagere divisies. Hoewel er van een echte sportieve vete nauwelijks sprake is door het standsverschil, moeten beide clubs wekelijks de trainings- en wedstrijdschema’s op elkaar afstemmen.

9. Atalanta Bergamo en UC AlbinoLeffe: Gewiss Stadium (Italië)

Stadio Atleti Azzurri d’Italia - shut
ph.FAB / Shutterstock.com

Het Stadio Atleti Azzurri d’Italia, geopend in 1928, vormde jarenlang het decor van een bijzondere Noord-Italiaanse co-existentie. Naast topclub Atalanta Bergamo maakte ook fusieclub UC AlbinoLeffe (afkomstig uit de naburige valleidorpen Albino en Leffe) gebruik van de monumentale arena.

De situatie veranderde ingrijpend toen de gemeente Bergamo het verouderde stadion in 2017 wilde verkopen. Zowel Atalanta als AlbinoLeffe bracht een bod uit, maar Atalanta trok aan het langste eind met een bod van ruim 8,6 miljoen euro. De Champions League-sensatie verbouwde het stadion tribune voor tribune tot een hypermoderne arena van 25.000 plaatsen (het Gewiss Stadium). AlbinoLeffe koos eieren voor haar geld en verhuisde eind 2021 naar een eigen, compact nieuwbouwstadion in het nabijgelegen Zanica.

8. SK Sturm Graz en Grazer AK: Merkur Arena (Oostenrijk)

De Oostenrijkse cultuurstad Graz herbergt een van de felste stadsderby’s van Midden-Europa. Zowel SK Sturm Graz als aartsrivaal Grazer AK (GAK) werkt haar thuiswedstrijden af in de Merkur Arena in de wijk Liebenau, een compact stadion dat plaats biedt aan 16.364 toeschouwers.

De scheidslijn in de stad is historisch diep geworteld: GAK (opgericht in 1902) gold van oudsher als de club van de gegoede burgerij en academici, terwijl Sturm Graz (1909) de trots was van de arbeidersklasse. Nadat GAK rond 2007 door financiële wanorde failliet ging en afzakte naar de achtste klasse, leek de derby voorgoed verleden tijd. GAK knokte zich echter divisie na divisie omhoog en promoveerde in 2024 weer naar de Oostenrijkse Bundesliga. Na zeventien jaar afwezigheid staat de beladen Grazer Derby weer op het hoogste niveau op het programma in hun gedeelde vesting.

7. Djurgårdens IF en Hammarby IF: 3Arena (Zweden)

tele2 arena
Atmosphere1 / Shutterstock.com

Toen in 2013 de hypermoderne Tele2 Arena (tegenwoordig 3Arena) verrees in Zuid-Stockholm, leidde dat tot enorme spanningen onder de supporters. Zowel Djurgårdens IF als Hammarby IF werd door de gemeente min of meer gedwongen hun historische, intieme stadions te verlaten en samen in te trekken in een multifunctionele arena met een schuifdak en 30.000 zitplaatsen.

tele2 arena 2
Stefan Holm / Shutterstock.com

De rivaliteit tussen beide clubs begon al in 1894 tijdens een wedstrijd touwtrekken en barstte in de arena direct los. De supportersgroepen hebben een compleet andere identiteit: Djurgården heeft haar historische wortels in het chiquere noordoosten van de stad, terwijl Hammarby de cultclub is van het ruige arbeiderseiland Södermalm. Op wedstrijddagen verandert het stadion van een blauw-gestreepte burcht in een groen-witte heksenketel, waarbij de akoestiek onder het dichte dak zorgt voor een van de luidste sferen in Noord-Europa.

6. Genoa CFC en UC Sampdoria: Stadio Luigi Ferraris (Italië)

In de havenwijk Marassi in Genua staat het oudste nog actieve voetbalstadion van Italië. Het Stadio Luigi Ferraris stamt uit 1911 en werd voor het WK van 1990 volledig herbouwd in een stijl die sterk doet denken aan klassieke Engelse stadions: vier markante rode bakstenen torens in de hoeken en tribunes die strak op de zijlijnen staan, goed voor 36.536 toeschouwers.

De arena is het strijdtoneel van de Derby della Lanterna, vernoemd naar de monumentale middeleeuwse vuurtoren van de stad. Genoa CFC is met oprichtingsjaar 1893 de oudste voetbalclub van Italië en won negen landstitels in de pioniersjaren. Sampdoria ontstond pas in 1946 uit een fusie en veroverde de harten van de jongere generaties met de legendarische titel in 1991. De derby staat bekend om gigantische choreografieën met rookbommen en vlaggen, waarbij de stad dagenlang compleet lamligt.

5. Hellas Verona en Chievo Verona: Stadio Marcantonio Bentegodi (Italië)

Het Stadio Marcantonio Bentegodi in Verona bood tussen 2001 en 2019 onderdak aan een van de vreemdste stadsderby’s van Europa: de Derby della Scala. Hellas Verona was de trotse volksclub met een fanatieke aanhang en de sensationele landstitel van 1985 op zak. Chievo Verona was niet meer dan een clubje uit een buitenwijk van amper drieduizend inwoners.

Toen Chievo rond de eeuwwisseling echter oprukte naar de Serie A en zelfs Europees voetbal afdwong, leidde dat tot enorme spot bij Hellas-supporters, die schamperden dat “ezels eerder zouden vliegen dan dat Chievo in de Serie A zou spelen”. Chievo omarmde die spot en doopte haar elftal om tot I Mussi Volanti (De Vliegende Ezels). De clubs speelden jarenlang op het hoogste niveau in hetzelfde stadion van 39.000 plaatsen, tot Chievo in 2021 door torenhoge belastingschulden failliet werd verklaard en van het profvoetbaltoneel verdween.

4. CR Flamengo en Fluminense FC: Maracanã (Brazilië)

maracana2
Celso Diniz / Shutterstock.com

Geen stadsderby ter wereld is zo overgoten met pure romantiek als het titanengevecht tussen Flamengo en Fluminense in Rio de Janeiro, kortweg Fla-Flu. Schrijver Nelson Rodrigues vatte de ontmoeting ooit treffend samen: “Fla-Flu begon al veertig minuten voor de schepping.”

maracana3
Celso Pupo / Shutterstock.com

Beide clubs hebben hun wortels in dezelfde wijk, maar Flamengo begon als roeiclub en Fluminense als elitaire voetbalvereniging. Nadat ontevreden Fluminense-spelers in 1911 overstapten naar de roeiers om een eigen voetbaltak op te richten, was de vete geboren. Tegenwoordig beheren beide giganten gezamenlijk het legendarische Maracanã (circa 78.800 plaatsen). Het stadion veranderde in 2023 nog in een gekkenhuis toen Fluminense er op eigen heilige grond voor het eerst in haar clubhistorie de Copa Libertadores veroverde.

3. Club Brugge en Cercle Brugge: Jan Breydelstadion (België)

In het Jan Breydelstadion in Brugge delen aartsrivalen Club Brugge en Cercle Brugge al sinds 1975 exact dezelfde grasmat. Het stadion werd oorspronkelijk gebouwd als het Olympiastadion en voor het EK van 2000 gemoderniseerd naar een capaciteit van ruim 29.000 zitplaatsen, vernoemd naar de veertiende-eeuwse Vlaamse volksheld.

De rivaliteit gaat terug tot de negentiende-eeuwse schoolstrijd: Cercle werd opgericht vanuit de katholieke Broeders Xaverianen, terwijl Club Brugge voortkwam uit vrijzinnige en liberale kringen. Hoewel Club Brugge qua toeschouwersaantallen en titels inmiddels veel groter is dan stadgenoot Cercle, is het samenwonen een bron van constante frustratie. Beide verenigingen proberen al bijna twintig jaar naar een eigen modern onderkomen te verhuizen, maar die plannen zitten muurvast in een doolhof van Vlaamse vergunningen en beroepsprocedures.

2. SS Lazio en AS Roma: Stadio Olimpico (Italië)

Stadio Olimpico
Alexandr Medvedkov / Shutterstock.com

Het Stadio Olimpico in Rome, met ruim 70.000 zitplaatsen, is het strijdtoneel van de meest explosieve en beladen stadsderby van Europa: de Derby della Capitale. De haat ontstond in 1927, toen dictator Benito Mussolini alle clubs in de hoofdstad dwong te fuseren tot AS Roma om de Noord-Italiaanse hegemonie te breken. Lazio-generaal Giorgio Vaccaro weigerde echter principieel, waardoor Lazio als enige club haar zelfstandigheid behield.

Stadio Olimpico 2
Mikolaj Barbanell / Shutterstock.com

Die weigering zette de toon voor een eeuw van vijandigheid. Tijdens derby’s wordt het stadion letterlijk in tweeën gespleten: de aanhang van Lazio bezet de Curva Nord, terwijl de supporters van Roma zich verzamelen op de Curva Sud. Beide clubs onderzoeken al jaren plannen voor een eigen stadion om te ontsnappen aan de tochtige sintelbaan van het gemeentelijke complex, maar voorlopig blijven de kemphanen veroordeeld tot elkaars gezelschap.

Stadio Olimpico 3
Mikolaj Barbanell / Shutterstock.com

1. AC Milan en Inter Milan: Stadio Giuseppe Meazza / San Siro (Italië)

Stadio Giuseppe Meazza 2
Bokic Bojan / Shutterstock.com

Het absolute kroonjuweel van gedeelde stadions staat in de wijk San Siro in Milaan. Met ruim 75.800 plaatsen is deze kathedraal van beton en staal de thuishaven van twee van de succesvolste voetbalbolwerken ter wereld: AC Milan en Internazionale.

De rivaliteit ontstond in 1908 toen een groep leden zich afsplitste van Milan omdat de club weigerde buitenlandse spelers op te stellen: FC Internazionale was geboren. De confrontatie tussen beide reuzen staat bekend als de Derby della Madonnina, vernoemd naar het gouden Mariabeeld boven op de Dom van Milaan. Het stadion past zich wekelijks naadloos aan de thuisploeg aan: de kleedkamers zijn strikt gescheiden en identiek ingericht in clubkleuren, en de uitingen in de catacomben wisselen razendsnel tussen rood-zwart en blauw-zwart.

ph.FAB / Shutterstock.com

Het stadion is officieel vernoemd naar Giuseppe Meazza, de legendarische tweevoudig wereldkampioen die voor beide Milanese clubs uitkwam. Hoewel beide verenigingen jarenlang zochten naar mogelijkheden voor een nieuw complex, zorgde de monumentale bescherming van de tweede ring ervoor dat de voetbaltempel behouden blijft. Nergens ter wereld delen twee meervoudig Champions League-winnaars met zoveel prestige en geschiedenis exact dezelfde grasmat.

Meer in Voetbal

Reacties (2)

2 reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Populair in Sport