Het beoordelen of rangschikken van historische pausen als ‘het meest corrupt’ of ‘meest berucht’ is subjectief en sterk afhankelijk van diverse historische perspectieven, bronnen en de politieke context van hun tijdperk. Veel verslagen over excessen, moorden en intriges zijn immers opgetekend door felle politieke rivalen of latere hervormers die er alle belang bij hadden om hun tegenstanders in een kwaad daglicht te stellen. In plaats van een absolute rangorde van schadelijkheid, biedt dit overzicht een feitelijke blik op tien pausen wier pontificaten in de geschiedschrijving bekendstaan om grootschalige simonie, nepotisme, gewelddadige machtsstrijd en diepe crises binnen de Rooms-Katholieke Kerk.
De geschiedenis van het pausdom kent periodes van grote vroomheid, maar ook eeuwen waarin de bisschop van Rome fungeerde als een wereldlijke vorst die legers aanvoerde, familieleden verrijkte en kerkelijke ambten verhandelde. Dit zijn tien van de meest omstreden pausen uit de kerkgeschiedenis, met de feiten en context op een rij.
10. Paus Innocentius VIII (1484 – 1492)

Giovanni Battista Cibo dankte zijn uitverkiezing als Paus in 1484 aan grootschalige omkoping door zijn beschermheer kardinaal Giuliano della Rovere. Eenmaal op de troon institutionaliseerde Innocentius VIII de handel in kerkelijke ambten: hij richtte speciale bureaus op binnen de Romeinse Curie met als enig doel het fabriceren en verkopen van pauselijke bullen en dispensaties aan de hoogste bieder om de schatkist aan te vullen.
Bovendien brak hij met het destijds gangbare decorum door zijn buitenechtelijke kinderen openlijk in het Vaticaan te ontvangen en hen te voorzien van aanzienlijke bruidsschatten en adellijke titels. Zijn zoon Franceschetto trouwde met de dochter van Lorenzo de’ Medici, waarna de paus als tegenprestatie Lorenzo’s pas dertienjarige zoon tot kardinaal benoemde.

Buiten Rome liet Innocentius VIII eveneens diepe sporen na: met zijn pauselijke bul Summis desiderantes affectibus (1484) gaf hij inquisiteurs vrij spel in Duitsland, wat leidde tot de publicatie van de Malleus Maleficarum (de Heksenhamer) en de verspreiding van grootschalige heksenvervolgingen.
9. Paus Julius II (1503 – 1513)

Buskruit, belegeringen en wapengekletter waren voor Giuliano della Rovere vertrouwder terrein dan het altaar. Na het conclaaf van 1503 in een recordtijd van enkele uren naar zijn hand te hebben gezet via toezeggingen en steekpenningen, ontpopte Julius II zich tot Il Papa Terribile.
Hij trok persoonlijk in wapenrusting te paard ten strijde aan het hoofd van pauselijke legers om steden als Bologna en Perugia terug te brengen onder het gezag van de Kerkelijke Staat. Om zijn troepen te versterken en zijn persoonlijke veiligheid te waarborgen, richtte hij in 1506 de Zwitserse Garde op. Hoewel hij als groot mecenas Michelangelo opdracht gaf voor het plafond van de Sixtijnse Kapel en begon met de nieuwbouw van de Sint-Pietersbasiliek, financierde hij zijn veldtochten en bouwprojecten door op grote schaal kerkelijke privileges en ambten te veilen.
8. Paus Sergius III (904 – 911)
De greep van de Romeinse adel op het pausdom bereikte in 904 een gewelddadig kookpunt toen Sergius III met behulp van buitenlandse troepen Rome binnenviel en de Heilige Stoel opeiste. Zijn twee directe voorgangers, paus Leo V en tegenpaus Christoforus, zaten op dat moment gevangen; volgens contemporaine kronieken liet Sergius hen kort na zijn aantreden in hun kerker wurgen om elke rivaliteit uit te sluiten.
Zijn zevenjarige bewind luidde het tijdperk in dat historicus Caesar Baronius later omschreef als het saeculum obscurum (de duistere eeuw), ook wel aangeduid als de pornocratie. Sergius leunde zwaar op de steun van senator Theophylactus en diens invloedrijke vrouw Theodora. De kroniekschrijver Liutprand van Cremona meldde dat de paus een verhouding onderhield met hun dochter Marozia, uit welke relatie de latere paus Johannes XI zou zijn geboren. Daarnaast heropende Sergius oude twisten door eerdere wijdingsbesluiten ongeldig te verklaren, waardoor tientallen priesters opnieuw gewijd moesten worden en de kerkelijke administratie in chaos raakte.
7. Paus Leo X (1513 – 1521)

Giovanni de’ Medici trad in 1513 aan met de overgeleverde woorden: “God heeft ons het pausdom geschonken, laten we ervan genieten.” De jonge paus maakte van het Vaticaan een kostbaar renaissancistisch hof vol theater, banketten met verguld servies en jachtpartijen. Hij hield er zelfs een witte Aziatische olifant genaamd Hanno op na, die bij ceremoniële optochten door Rome paradeerde. Binnen twee jaar had Leo X de reserves van zijn voorganger uitgegeven, waardoor de pauselijke administratie zware schulden opbouwde bij bankiers.
Om een bankroet af te wenden en de bouw van de nieuwe Sint-Pietersbasiliek te bekostigen, intensiveerde het Vaticaan de verkoop van aflaten. Gelovigen konden tegen betaling kwijtschelding van straffen voor zonden verkrijgen, ook voor overleden verwanten in het vagevuur. Dominicaanse predikers trokken met aflaatbrieven door Europa, wat leidde tot openlijke ergernis over de commercialisering van het geloof.
Deze praktijk was voor Maarten Luther in 1517 de directe aanleiding om zijn 95 stellingen te publiceren. Leo X deed de kritiek aanvankelijk af als een onbeduidende monnikentwist, maar excommuniceerde Luther in 1521 definitief. De verkoop van aflaten bleek daarmee de directe vonk die leidde tot de Protestantse Reformatie en de blijvende verscheuring van de westerse kerk.
6. Paus Urbanus VI (1378 – 1389)

Onder druk van een gewapende Romeinse menigte, die na de ballingschap in Avignon eiste dat er weer een Italiaan gekozen werd, wezen de kardinalen in 1378 Bartolomeo Prignano aan als paus Urbanus VI.
De voorheen stipte kerkjurist ontpopte zich na zijn inauguratie tot een opvliegende heerser. Hij schold kardinalen publiekelijk uit voor dieven en verraders, weigerde elk compromis en dreigde hen gevangen te zetten.
De voornamelijk Franse kardinalen vluchtten de stad uit, verklaarden de verkiezing onder dwang ongeldig en kozen een tegenpaus. Dit luidde het Westers Schisma (1378-1417) in, waardoor Europa decennialang te maken kreeg met twee concurrerende pausen. Toen zes van Urbanus’ eigen kardinalen in 1385 samenspanden om hem wegens mentale instabiliteit onder curatele te stellen, liet de paus hen arresteren en opsluiten in het kasteel van Nocera. Terwijl de prelaten werden gefolterd, liep Urbanus volgens getuigen in de binnentuin zijn gebeden te prevelen om het geschreeuw te overstemmen; vijf van hen overleefden de gevangenschap niet en verdwenen spoorloos.
5. Paus Bonifatius VIII (1294 – 1303)

Benedetto Caetani verkreeg de pauselijke troon in 1294 nadat hij zijn voorganger, de kluizenaar Celestinus V, had overtuigd om af te treden. Uit vrees dat tegenstanders de vrome kluizenaar als tegenpaus zouden gebruiken, liet Bonifatius VIII de oude man opsluiten in een toren, waar Celestinus na tien maanden gevangenschap bezweek. Bonifatius zette zijn ambt vervolgens in om zijn eigen familiebezit uit te breiden ten koste van de rivaliserende Colonna-clan, wier bezittingen hij innam en wier vestingstad Palestrina hij liet verwoesten.
Zijn heerschappij bereikte een breekpunt met de bul Unam Sanctam (1302), waarin hij stelde dat alle wereldlijke vorsten ondergeschikt waren aan de paus en dat verlossing uitsluitend mogelijk was via gehoorzaamheid aan Rome. Deze claim leidde tot een gewelddadig conflict met koning Filips IV van Frankrijk. Franse troepen overvielen in 1303 de pauselijke residentie in Anagni, waar Bonifatius fysiek werd belaagd en gevangengenomen.
Hoewel de lokale bevolking hem na enkele dagen ontzette, stierf hij kort daarna in Rome. Dante Alighieri plaatste Bonifatius later in zijn Inferno, in de hellekring van de corrupte geestelijken.
4. Paus Benedictus IX (1032 – 1048)
Theophylactus van Tusculum bezit een uniek historisch record: hij bekleedde het pausdom driemaal afzonderlijk én verkocht de positie letterlijk voor geld. Als telg uit een machtige Romeinse adellijke familie werd hij rond 1032 op jonge leeftijd via steekpenningen op de zetel van Petrus geplaatst.
Tijdgenoten beschreven zijn bestuur als gewelddadig en chaotisch. Nadat een volksopstand hem in 1044 had verjaagd, vocht hij zich terug, om het ambt in 1045 voor een aanzienlijke som zilver te verkopen aan zijn peetvader (die aantrad als Gregorius VI). Toen Benedictus kort daarna terugkwam op de verkoop en Rome opnieuw binnenviel, telde de stad drie concurrerende pausen. De Duitse koning Hendrik III greep in 1046 militair in op de Synode van Sutri en zette alle drie de pretendenten af.
3. Paus Stefanus VI (896 – 897)

In januari 897 vond in de basiliek van Sint-Jan van Lateranen een van de meest bizarre zittingen uit de middeleeuwse geschiedenis plaats. Stefanus VI weigerde te accepteren dat zijn politieke tegenstander en voorganger paus Formosus negen maanden eerder was overleden en begraven. Hij liet het rottende stoffelijk overschot opgraven, kleden in ceremoniële pausgewaden en vastbinden op een troon om terecht te staan voor een tribunaal van Romeinse geestelijken.
Tijdens deze Kadaversynode (Synodus Horrenda) werd een jonge diaken achter het lijk opgesteld om als advocaat namens de dode te antwoorden, terwijl Stefanus beschuldigingen van meineed en onwettige ambtsovername naar het lichaam schreeuwde. Formosus werd op alle punten schuldig verklaard.
De straf werd direct voltrokken: beulen trokken de gewaden van het lijk, kapten de drie zegenende vingers van de rechterhand af en sleepten het lichaam door de straten van Rome voordat het in de Tiber werd geworpen. De wandaad wekte zoveel weerstand bij het Romeinse volk dat Stefanus kort daarna werd afgezet, in een kerker werd opgesloten en daar in augustus 897 werd gewurgd.
2. Paus Johannes XII (955 – 964)

Octavianus van Tusculum was pas circa achttien jaar oud toen zijn vader, de heerser van Rome, hem in 955 liet benoemen tot paus Johannes XII. De jonge edelman combineerde de wereldlijke heerschappij over Rome met het geestelijke leiderschap van de kerk. Kroniekschrijvers uit die tijd, met name Liutprand van Cremona, maakten melding van zware corruptie: Johannes zou kerkgeld hebben vergokt, het Lateraans paleis hebben gebruikt voor feesten en vrouwen uit de Romeinse adel hebben lastiggevallen.
Om zijn positie te verdedigen tegen lokale rivalen kroonde hij de Duitse vorst Otto I in 962 tot keizer van het Heilige Roomse Rijk, maar sloot vrijwel direct daarna geheime bondgenootschappen met diens aartsvijanden. Otto keerde terug naar Rome en riep een synode bijeen die de paus afzette wegens meineed en moord. Nadat de keizerlijke troepen waren vertrokken, nam Johannes de stad opnieuw in en liet hij politieke tegenstanders verminken. Zijn pontificaat eindigde in 964 op 27-jarige leeftijd, volgens overleveringen doordat hij werd doodgeslagen door de echtgenoot van een vrouw met wie hij werd betrapt.
1. Paus Alexander VI (1492 – 1503)

Geen naam in de pauselijke geschiedenis is zo nauw verbonden met machtspolitiek en corruptie als die van Rodrigo Borgia. Tijdens het conclaaf van 1492 kocht de Spaanse kardinaal de Heilige Stoel naar verluidt openlijk af met landgoederen, zilver en lucratieve ambten. Als paus Alexander VI gebruikte hij de financiële en diplomatieke macht van het Vaticaan om zijn eigen familie op de Italiaanse troon te krijgen.
Alexander VI erkende openlijk zijn kinderen en zette hen in als politieke pionnen. Zijn zoon Cesare werd op achttienjarige leeftijd kardinaal, gaf zijn ambt later op en veroverde met grof geweld grote delen van Midden-Italië. Zijn dochter Lucrezia werd herhaaldelijk uitgehuwelijkt om allianties te smeden; zodra een bondgenootschap niet langer nuttig was, werd het huwelijk ontbonden of werd de echtgenoot door Cesare uit de weg geruimd.
Ook internationaal liet hij zijn invloed gelden: in 1494 verdeelde Alexander VI in een pauselijke bul de niet-Europese wereld tussen Spanje en Portugal via het Verdrag van Tordesillas. Interne tegenstand duldde hij niet; de Florentijnse boeteprediker Girolamo Savonarola, die openlijk ageerde tegen de corruptie in Rome, werd op bevel van de paus geëxcommuniceerd en in 1498 op de brandstapel gebracht. Hoewel latere verhalen over gifmoorden door vijanden zijn aangedikt, blijft Alexander VI het historische ijkpunt van het pausdom als wereldlijke dynastie.

Reageren