Top 10 Wetenschappelijke Klinkende Mythes Die Niet Waar Zijn!

8 min lezen
Maak ons je Google favoriet

Zodra een bewering begint met de woorden “de wetenschap heeft bewezen dat”, nemen we het al snel voor zoete koek aan. Toch zitten talloze hardnekkige ‘feiten’ die we op school hebben geleerd of in het café herhalen volstrekt verkeerd in ons collectieve geheugen.

Soms berust het misverstand op een foute vertaling van een historisch onderzoek, soms op een overhaaste conclusie van een militair experiment, en soms klinkt een theorie gewoon te mooi om te betwijfelen. Dit zijn tien populaire stellingen die vaak voor wetenschappelijke waarheden worden aangezien, maar door echt onderzoek allang naar het rijk der fabelen zijn verwezen.

10. Bananen groeien aan bomen

bananenboom

Vrijwel iedereen heeft weleens een foto gezien van een ‘bananenboom’ vol met trossen fruit. Botanisch gezien bestaat er echter helemaal geen bananenboom. De banaan (geslacht Musa) groeit aan een gigantische, eenzaadlobbige kruidachtige plant, wat betekent dat de bananenplant technisch gezien het grootste kruid ter wereld is.

Het verschil zit in de houtvorming. Een echte boom heeft een houtige stam die dikker wordt door jaarringen en bedekt is met bast. Een bananenplant heeft geen spatje hout in zijn stam: wat op een boomstam lijkt, is een zogeheten schijnstam (pseudostem), een compact opgerolde koker van strak over elkaar liggende bladstelen.

De plant kan binnen één seizoen tot wel tien meter hoog worden, maar zodra de vruchten geoogst zijn, sterft de hele schijnstam af en schiet er vanuit de ondergrondse wortelstok een nieuwe scheut omhoog. Dat bananen krom groeien heeft overigens te maken met zwaartekracht en zonlicht: de zware tros hangt naar beneden, maar de vruchten vertonen negatieve gravitropie en buigen tijdens het groeien tegen de zwaartekracht in omhoog naar het zonlicht.

9. Mensen zijn links- of rechtsbreinig

brein

In talloze managementtrainingen en zelfhulpboeken duikt het idee op: logische, analytische en ordelijke mensen zouden vooral met hun linkerhersenhelft denken, terwijl creatieve, intuïtieve en emotionele types gedomineerd worden door hun rechterhersenhelft.

Het klinkt aantrekkelijk, maar neurologen hebben deze theorie volledig ontkracht. Het misverstand ontstond in de jaren zestig na baanbrekend onderzoek van Roger Sperry bij patiënten van wie de hersenbalk (het corpus callosum) was doorgesneden om zware epilepsie te behandelen. Daaruit bleek dat bepaalde deeltaken, zoals taalproductie of ruimtelijk inzicht, sterker geconcentreerd zijn in één hersenhelft.

In gezonde hersenen is er echter nooit sprake van dominantie van één zijde. Een grootschalig hersenscan-onderzoek van de University of Utah onder meer dan duizend deelnemers toonde in 2013 onomstotelijk aan dat het netwerk van verbindingen aan beide zijden even intensief oplicht. Een wiskundige gebruikt zijn rechterhersenhelft net zo hard als een kunstenaar, en creativiteit vereist juist een naadloze samenwerking tussen beide helften via miljoenen zenuwvezels.

8. Vleermuizen zijn stekeblind

Vleermuizen

In Engeland  is “blind as a bat”  een van de bekendste gezegdes uit het dierenrijk, maar feitelijk klopt er niets van. Geen enkele van de ruim 1.400 bekende vleermuissoorten op aarde is blind. Sterker nog: veel vleermuizen hebben een uitstekend gezichtsvermogen.

Het misverstand ontstaat doordat kleinere vleermuizen (Microchiroptera) in het pikkedonker jagen en daarbij vertrouwen op echolocatie: ze stoten ultrasone kreten uit en vangen de echo op met hun grote oren om insecten tot op de millimeter nauwkeurig te lokaliseren. Toch gebruiken ook deze nachtjagers hun ogen overdag om roofdieren op te merken en zich op grote afstand te oriënteren.

Bij de zogeheten vliegende honden en fruitvleermuizen (Megachiroptera) ligt het nog simpeler: zij beschikken helemaal niet over echolocatie. Omdat zij in bomen naar rijp fruit en bloesem zoeken, zijn hun ogen juist uitzonderlijk groot en gevoelig voor schemerlicht en kleuren.

7. Alcohol doodt je hersencellen

alcohol

Na een avond flink doorzakken wordt vaak gegrapt dat er weer een paar duizend hersencellen zijn gesneuveld. Hoewel overmatig drankgebruik zonder twijfel een van de meest schadelijke verslavingen voor het lichaam is, sterven neuronen bij een avondje stappen niet massaal af.

Onderzoekers van het Bartholin Instituut in Denemarken vergeleken de hersenen van overleden zware drinkers met die van geheelonthouders en ontdekten dat het totale aantal zenuwcellen in de neocortex vrijwel identiek was. Alcohol breekt geen complete cellen af, maar tast wel de dendrieten aan: de vertakkende uitlopers waarmee neuronen onderling chemische signalen doorgeven.

Het verlies aan denkvermogen, geheugen en motoriek na zwaar drinken is dus geen massamoord op hersencellen, maar een verstoring van de communicatiekabels tussen de cellen. Bij chronisch alcoholisme kan daarnaast door een gebrek aan vitamine B1 (thiamine) het syndroom van Korsakov ontstaan, waarbij zenuwbanen wel onherstelbaar beschadigen.

6. De mens heeft slechts vijf zintuigen

5 zintuigen

Sinds de Griekse filosoof Aristoteles leren we op school dat de mens over vijf zintuigen beschikt: zien, horen, ruiken, proeven en voelen. Voor biologen en neurologen is dat rijtje hopeloos verouderd. Afhankelijk van de gehanteerde definitie telt de moderne wetenschap tussen de negen en meer dan twintig zintuigen.

Het klassieke ‘voelen’ is in werkelijkheid opgeknipt in totaal verschillende systemen met eigen receptoren. Thermoceptie registreert warmte en koude, nociceptie detecteert weefselschade en vertaalt dat naar pijn, en mechanoreceptie voelt fysieke druk en trillingen.

Daarnaast bezitten we zintuigen die volledig intern werken zonder dat we erbij stilstaan. Het evenwichtsorgaan in het binnenoor (equilibrioceptie) vertelt de hersenen continu of we rechtop staan, en proprioceptie (positiezin) zorgt ervoor dat je met gesloten ogen moeiteloos je eigen neus kunt aanraken omdat spierspoeltjes exact doorggeven waar je ledematen zich bevinden. Ook interoceptie, het zintuig dat bloeddruk, een volle maag of zuurstoftekort in het bloed meet, houdt ons dag en nacht in leven.

5. Je verliest de meeste lichaamswarmte via je hoofd

muts

Ouders en grootouders hameren er in de winter steevast op: zet een muts op, want veertig tot vijftig procent van al je lichaamswarmte ontsnapt via je hoofd. Wie naar de natuurkundige verhoudingen van het menselijk lichaam kijkt, ziet meteen dat dit cijfer onmogelijk kan kloppen.

Het menselijk hoofd beslaat slechts zo’n zeven tot negen procent van het totale lichaamsoppervlak. Een mens verliest warmte evenredig via elk onbedekt stuk huid. Wie in een zwembroek in de vrieskou staat, verliest via het hoofd dan ook simpelweg zeven tot negen procent van zijn warmte, precies evenveel als via een ontblote arm of been.

De mythe is te herleiden naar een fout geïnterpreteerd militair experiment van het Amerikaanse leger in de jaren vijftig. Vrijwilligers werden in extreem dikke poolpakken blootgesteld aan vrieskou. Omdat hun hele lichaam tot aan de nek potdicht was ingepakt en alleen hun hoofd onbedekt bleef, ontsnapte de warmte logischerwijs vrijwel uitsluitend via dat ene onbedekte lichaamsdeel. Wie met een muts op in zijn blote benen door de sneeuw loopt, verliest daarentegen de meeste warmte via de benen.

4. De Chinese Muur is zichtbaar vanaf de maan

chinese muur

Het is een van de meest herhaalde beweringen over de ruimtevaart: de Grote Chinese Muur zou het enige door mensen gemaakte bouwwerk zijn dat met het blote oog te zien is vanaf de maan. Deze mythe stamt al uit de jaren dertig van de vorige eeuw, decennia voordat de eerste raket überhaupt werd gelanceerd.

Vanaf de maan, op 384.000 kilometer afstand, is de aarde een kleine blauwwitte bol waarop continenten en wolkenvelden nauwelijks te ontwaren zijn. Een stenen muur van een meter of zes breed proberen te zien vanaf de maan staat gelijk aan het spotten van een mensenhaar op een afstand van vijf kilometer. Zelfs Apollo-astronauten bevestigden unaniem dat geen enkel aards bouwwerk vanaf die afstand zichtbaar is.

Zelfs vanuit een lage baan om de aarde (in het ISS op vierhonderd kilometer hoogte) is de muur met het blote oog niet te herkennen. De muur volgt de contouren van het landschap en is opgetrokken uit lokale stenen en aangestampte aarde, waardoor het bouwwerk optisch volledig opgaat in de omliggende bergkammen. Grote vliegvelden, snelwegen in de woestijn en verlichte steden zijn vanuit de ruimte daarentegen moeiteloos te zien.

3. De smaakkaart van de tong

tong weetjes

Generaties scholieren hebben het practicum moeten doen: suikerwater op het puntje van de tong druppelen en citroensap aan de zijkanten om de ‘smaakzones’ te controleren. Het idee dat je tong strak is opgedeeld in zones (zoet voorop, zout en zuur aan de zijkanten en bitter achterin) is echter complete fictie.

Deze mythe ontstond in 1942 door een slordige interpretatie van de Amerikaanse psycholoog Edwin Boring. Hij vertaalde een Duits proefschrift van onderzoeker David Hänig uit 1901. Hänig had ontdekt dat de gevoeligheid voor bepaalde basissmaken per zone een heel klein beetje kon variëren, maar Boring tekende dat in een grafiek zonder schaalverdeling, waardoor latere handboeken concludeerden dat smaken uitsluitend op vaste plekken werden waargenomen.

In werkelijkheid bevatten vrijwel alle smaakpapillen op de tong, het gehemelte en zelfs in de keelholte receptoren voor alle vijf de basissmaken: zoet, zuur, zout, bitter en umami (hartig). Je proeft een bittere espresso of een zoet snoepje dan ook met je complete tong.

2. Hersencellen kunnen zich nooit vernieuwen

hersencellen

Decennialang gold binnen de neurologie een ijzeren dogma: een mens wordt geboren met een vaste voorraad hersencellen, en vanaf je vroege volwassenheid sterven ze langzaam af zonder dat er ooit één nieuwe cel bijkomt. Wie een hersenbeschadiging opliep, had definitief pech.

In 1998 ontketenden de Zweedse neuroloog Peter Eriksson en de Amerikaanse professor Fred Gage een revolutie in de hersenwetenschap. Zij toonden onomstotelijk aan dat het volwassen menselijk brein wel degelijk in staat is om nieuwe neuronen aan te maken, een proces dat bekendstaat als volwassen neurogenese.

Met name in de hippocampus, het hersengebied dat cruciaal is voor het opslaan van herinneringen en het aanleren van nieuwe vaardigheden, worden dagelijks honderden nieuwe zenuwcellen geboren vanuit neurale stamcellen. Lichaamsbeweging, een uitdagende leeromgeving en voldoende slaap stimuleren deze aanmaak, terwijl chronische stress en slaaptekort het proces juist afremmen. Hoewel zware schade aan grote hersengebieden niet zomaar aangroeit, staat vast dat het brein tot op hoge leeftijd dynamisch nieuwe cellen aanmaakt.

1. Bliksem slaat nooit twee keer op dezelfde plek in

Bliksem

Het gezegde “de bliksem slaat nooit twee keer op dezelfde plek in” wordt vaak gebruikt om aan te geven dat een zeldzame ramp iemand niet tweemaal zal treffen. Natuurkundig gezien is het echter klinkklare onzin. Bliksem heeft geen geheugen en zoekt simpelweg de weg van de minste elektrische weerstand tussen de geladen onweerswolk en de aarde.

Hoge, puntige en metalen constructies worden daardoor juist voortdurend opnieuw geraakt. Het befaamde Empire State Building in New York wordt gemiddeld zo’n 25 keer per jaar door de bliksem getroffen, en tijdens één zware zomerstorm sloeg de ontlading zelfs acht keer binnen 24 minuten in op dezelfde bliksemafleider op de torenspits.

Ook een ander wijdverbreid advies berust op een gevaarlijke mythe: dat schoenen met rubberen zolen je beschermen tegen onweer. Een bliksemschicht die zojuist moeiteloos door drie kilometer lucht (een van de beste isolatoren in de natuur) is geknald, laat zich niet tegenhouden door een centimeter rubber onder je schoen. De enige veilige plek tijdens hevig onweer is binnen in een stenen gebouw of in een auto met een gesloten metalen kooiconstructie.

Meer in Wetenschap

Reacties (5)

5 reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Populair in Wetenschap & Tech