De Rode Lijst van de internationale natuurbeschermingsorganisatie IUCN kent een bijzondere categorie: uitgestorven in het wild. Het zijn diersoorten waarvan in de natuur geen enkel levend exemplaar meer rondloopt, maar die dankzij dierentuinen, fokkers of vorstelijke privécollecties nog wel bestaan.
Voor sommige dieren was gevangenschap het definitieve voorportaal naar uitsterven, maar voor andere bleek het juist een reddingsboei. Dankzij intensieve fokprogramma’s keren sommige soorten na decennia afwezigheid weer op eigen kracht terug in hun oorspronkelijke leefgebied. Dit zijn tien diersoorten die in het wild uitstierven, met de feiten over hun overleving en herstel.
10. Pater-Davidshert

Het Pater-Davidshert werd in 1865 door de Franse missionaris Armand David ontdekt in het keizerlijke jachtpark Nanhaizi bij Peking. In het Chinees heet het dier milu of sibuxiang, wat vier ongelijkheden betekent: het gewei van een hert, de nek van een kameel, de hoeven van een koe en de staart van een ezel. Buiten de keizerlijke omheining was de soort in China toen al door bejaging verdwenen.
In 1895 verwoestte een overstroming de lemen muren van het jachtpark, waarna hongerige boeren een groot deel van de ontsnapte dieren opaten. De laatste Chinese herten werden in 1900 tijdens de Bokseropstand afgeslacht door buitenlandse troepen. Vanaf dat moment was het dier in de natuur volledig uitgestorven.
De redding kwam uit Engeland. De elfde hertog van Bedford kocht de laatste achttien overgebleven herten op uit Europese dierentuinen en bracht ze onder op zijn landgoed Woburn Abbey. Vrijwel elk levend Pater-Davidshert stamt af van die achttien dieren. Vanaf 1985 keerden de herten terug naar China. Inmiddels leven er weer duizenden dieren in Chinese reservaten en parken, waarvan een deel zich zonder menselijke hulp voortplant.
9. Socorrotreurduif

De Socorrotreurduif leefde oorspronkelijk uitsluitend op Isla Socorro, een vulkanisch eiland zeshonderd kilometer voor de westkust van Mexico. De vogels zochten hun voedsel op de grond en hadden op het geïsoleerde eiland geen natuurlijke vijanden, waardoor ze elk spoor van angst voor roofdieren misten.
Dat veranderde in 1957 met de bouw van een Mexicaanse marinebasis. Verwilderde huiskatten die met de militairen meekwamen roeiden de weerloze duiven in rap tempo uit, terwijl loslopende schapen en geiten het dichte struikgewas kaalvraten. In 1972 werd de laatste wilde duif gezien.
Gelukkig had een Amerikaanse wetenschappelijke expeditie in 1925 al een groepje vogels verzameld voor gevangenschapskweek. Tegenwoordig leven er zo’n honderd tot tweehonderd Socorrotreurduiven in Europese en Amerikaanse dierentuinen. Omdat de schapen inmiddels van het eiland zijn verwijderd en de katten worden bestreden, staan natuurbeschermers klaar om de soort weer los te laten op zijn geboortegrond.
8. Wyomingpad
De Wyomingpad kwam uitsluitend voor in de drassige uiterwaarden van het Laramie-bekken in de Amerikaanse staat Wyoming. Tot in de jaren vijftig was de pad algemeen, maar dertig jaar later was de amfibie plotseling nergens meer te vinden. Zware insecticiden tegen muggen en de opkomst van de dodelijke chytrideschimmel hadden de populatie gedecimeerd. In 1980 werd de soort officieel doodverklaard.
Zeven jaar later, in 1987, stuitte een vogelspotter bij Mortenson Lake per toeval op een klein groepje overlevenden. Biologen vingen de laatste wilde exemplaren weg om te voorkomen dat ook die zouden bezwijken.
Sinds de jaren negentig worden er jaarlijks duizenden kikkervisjes en padden uit dierentuinen uitgezet in beschermde natuurgebieden rond Laramie. Zonder die voortdurende toevoer kan de populatie zich door de hardnekkige schimmel echter nog niet zelfstandig handhaven. De Wyomingpad leeft daardoor in een kunstmatige wildernis: hij zwemt buiten rond, maar blijft afhankelijk van menselijke kweek.
7. Berberleeuw

De Berberleeuw uit het Noord-Afrikaanse Atlasgebergte sprak eeuwenlang tot de verbeelding door zijn formaat en donkere, zware manen die doorliepen tot onder zijn buik. De Romeinen vingen ze bij duizenden om te laten vechten in het Colosseum.
Door de verspreiding van vuurwapens en premiejachten raakte de leeuw in Marokko en Algerije steeds verder in het nauw. Het laatste bekende wilde exemplaar werd in 1942 neergeschoten door een Franse kolonist bij de bergpas Tizi n’Tichka in Marokko.
Het populaire verhaal dat er in dierentuinen nog zuivere Berberleeuwen leven uit de privécollectie van de Marokkaanse koning Hassan II, klopt historisch en genetisch niet. Uitgebreid DNA-onderzoek toonde aan dat de dieren in gevangenschap door de decennia heen intensief zijn gekruist met leeuwen uit sub-Saharisch Afrika. Wat er in Europese parken rondloopt is een leeuw met het uiterlijk van een Berberleeuw, maar geen zuivere bloedlijn. Een herintroductie in de vrije natuur van het Atlasgebergte is daardoor uitgesloten.
6. Spix’ ara

Deze felblauwe papegaai leefde uitsluitend in het droge Caatinga-bos in het noordoosten van Brazilië. De vogels nestelden uitsluitend in oude caraibeira-bomen langs rivieroevers. Toen boeren die bomen kapten en stropers duizenden dollars neerlegden voor een vogel op de illegale markt, ging het snel bergafwaarts.
In het jaar 2000 verdween het allerlaatste wilde mannetje spoorloos, waarna de soort officieel werd gecategoriseerd als uitgestorven in het wild. De wereldwijde populatie bestond op dat moment uit een stuk of zestig vogels, verspreid over privécollecties en specialistische kweekcentra in Duitsland, Qatar en Brazilië.
Na twintig jaar zwaar gecontroleerde kweek groeide het aantal naar ruim tweehonderd exemplaren. In juni 2022 volgde de ontknoping: de eerste groep Spix’ ara’s werd vrijgelaten in een beschermd reservaat bij Curaçá. Inmiddels broeden de vogels weer in de Braziliaanse natuur en vliegen er voor het eerst in een kwartier eeuw weer wilde jongen rond.
5. Guamijsvogel

Op het eiland Guam in de Stille Oceaan heet deze felgekleurde vogel met zijn roestbruine kop de sihek. Duizenden jaren leefde hij ongestoord in de tropische bossen, tot er vlak na de Tweede Wereldoorlog een ongenode gast arriveerde: de bruine nachtboomslang, die waarschijnlijk meeliftte in militair vrachtvervoer vanuit Papoea-Nieuw-Guinea.
Omdat de vogels op Guam nooit met boombewonende slangen te maken hadden gehad, wisten ze niet hoe ze zich moesten verdedigen. De nachtactieve slangen aten vrijwel alle nesten leeg. Rond 1985 stond de teller van de Guamijsvogel op nul. Amerikaanse biologen vingen in allerijl de laatste 29 exemplaren uit het wild weg om de soort voor de ondergang te behoeden.
Omdat het hoofdeiland Guam nog altijd miljoenen slangen telt, was een terugkeer naar huis onmogelijk. In september 2024 bereikten natuurbeschermers een historische doorbraak: de eerste groep gekweekte siheks werd vrijgelaten op Palmyra Atoll, een slangvrij koraalatol duizenden kilometers ten zuiden van Hawaï. Daar bouwen ze nu aan een nieuwe, wilde toekomst.
4. Hawaiikraai

De Hawaiikraai, lokaal bekend als de alala, geldt als een van de intelligentste vogels op aarde. Samen met de Nieuw-Caledonische kraai behoort hij tot de weinige diersoorten die zelf takjes bewerken en als gereedschap gebruiken om larven uit dood hout te peuteren.
Ondanks die slimheid kon de kraai niet opboksen tegen door mensen meegebrachte plagen. Geïntroduceerde muggen brachten vogelmalaria naar de bossen, ratten plunderden de nesten en vee vertrapte de ondergroei. In 2002 stierven de laatste twee bekende wilde kraaien op het hoofdeiland Hawaï.
Dankzij kweekcentra op Hawaï en Maui groeide het bestand in gevangenschap aan tot meer dan 120 exemplaren. De weg terug naar de natuur blijkt echter lastig. Tussen 2016 en 2019 werden er tientallen vogels vrijgelaten in het Puu Makaala-reservaat, maar een groot deel viel ten prooi aan de io, de inheemse Hawaiiaanse sperwer. De overgebleven kraaien werden teruggevangen. Nieuwe projecten richten zich op het eiland Maui, waar de sperwer niet voorkomt.
3. Heilige drieklauwschildpad

De heilige drieklauwschildpad, ook wel de Bostami-schildpad genoemd, werd in 2002 door de IUCN officieel uitgestorven in het wild verklaard. De enige bekende exemplaren ter wereld leefden op dat moment in een ommuurde vijver bij het heiligdom van de soefi-heilige Hazrat Bayazid Bastami in het Bengaalse Chittagong.
Volgens een plaatselijke legende waren de schildpadden afstammelingen van boze geesten die door de heilige waren omgetoverd tot waterdieren. Pelgrims voerden de dieren decennialang met brood, bananen en gekookt vlees. Dat zorgde weliswaar voor bescherming tegen stropers, maar het water raakte zwaar vervuild en door het gebrek aan zandbanken konden de vrouwtjes hun eieren nauwelijks kwijt.
Biologen ontdekten later dat er ook in tempelvijvers in de Indiase deelstaat Assam nog kleine groepen overleefden. Natuurbeschermers besloten de handen ineen te slaan met de religieuze tempelbesturen. Eieren worden tegenwoordig kunstmatig uitgebroed, waarna de jonge schildpadden worden uitgezet in de beschermde wetlands van de Brahmaputra-vallei. Daardoor zwemt de soort voor het eerst in generaties weer in natuurlijke rivieren.
2. Algazel

Met zijn wit-bruine vacht en sabelvormige hoorns van meer dan een meter lang trok de algazel ooit in kuddes van duizenden tegelijk door de droge Sahel-zone. De dieren waren aangepast aan extreme droogte: ze konden maandenlang overleven op het vocht uit dauw en woestijnplanten.
Tegen de combinatie van zware vuurwapens en moderne terreinwagens bleek die evolutie niet opgewassen. Tijdens burgeroorlogen in Tsjaad, Niger en Mali werd de antilope massaal afgeschoten voor zijn vlees. Rond de eeuwwisseling verdween het laatste exemplaar in het wild en verklaarde de IUCN de soort officieel uitgestorven buiten gevangenschap.
Gelukkig hadden dierentuinen wereldwijd, aangevuld met omvangrijke collecties op ranches in Texas en de Verenigde Arabische Emiraten, duizenden dieren in stand gehouden. In 2016 startte in Tsjaad een ongekend herintroductieproject in het reservaat Ouadi Rime-Ouadi Achim. Met succes: inmiddels lopen er weer honderden algazellen vrij rond in de Sahel die zich zonder enige hulp voortplanten. In december 2023 leidde dat tot een unicum: de IUCN promoveerde de algazel van uitgestorven in het wild naar bedreigd, een overwinning die geen enkele andere grote diersoort ooit boekte.
1. Noordelijke witte neushoorn

Op de hele aarde leven nog precies twee exemplaren van de noordelijke witte neushoorn: het vrouwtje Najin en haar dochter Fatu. Ze grazen in het Keniaanse reservaat Ol Pejeta, waar zwaarbewapende rangers dag en nacht om hen heen staan. De laatste mannelijke soortgenoot, Sudan, overleed in maart 2018 aan ouderdomskwalen.
Decennia van meedogenloze stroperij in landen als Congo, Soedan en de Centraal-Afrikaanse Republiek brachten deze neushoorn aan de rand van de afgrond. Omdat noch Najin noch Fatu door fysieke afwijkingen een zwangerschap kan voldragen, is de noordelijke witte neushoorn in de praktijk functioneel uitgestorven. Natuurlijke voortplanting is uitgesloten.
De enige redding ligt in een laboratorium. Wetenschappers van het internationale BioRescue-consortium oogstten eicellen bij Fatu en bevruchtten die met ingevroren sperma van overleden mannetjes, wat een voorraad van tientallen levensvatbare embryo’s opleverde. In januari 2024 volgde een medische doorbraak: voor het eerst slaagden onderzoekers erin een ivf-zwangerschap tot stand te brengen bij een zuidelijke witte neushoorn als draagmoeder. Als die techniek de komende tijd wordt geperfectioneerd voor een noordelijk embryo, kan deze soort alsnog terugkeren uit de biologische dood.

Ik vond dit een beetje HA GEEEEEEEY
Hoi Ties,
Goed stukje. Misschien 1 opmerking als dat nog mag zo laat.
Ergens in je beschrijvingen bij een leeuw verwees je naar een dierentuin in Tsjechie, waar
2 leeuwen geboren zijn. Daar wilde ik op reageren. Ik heb zelf korte tijd in Tsjechie gewoond en gewerkt en ben ook heel snel weer terug gekomen. Voor mensen is het niet goed. Ziekenhuizen zijn verschrikkelijk voor de gewone mensen. Met wat ik gezien heb denk je aan een 3e wereld land. In Brno (2e stad Tsjechie) is er een wereld van expats (zoals ik was) en de gewone mensen die niets hebben en een paar extreem rijke Tsjechen die verdiend hebben aan grond verkoop aan internationale globalisten. De natuur is mooi, bijna ardennen achtig, mensen willen graag grote huizen bouwen om te laten zien dat het goed gaat wanneer ze kunnen. Globaliserende bedrijven bouwen in 3 maanden een compleet nieuw bedrijfs panden park op, maar het is allemaal schijn, kitch. Handig om belasting paradijzen te laten voortbestaan, waarvan de opbrengst nooit in Tsjechie terecht komt. Tsjechen kunnen hun eigen voedsel niet eens verkopen door de EU dominantie die met EU beslastingen en regels gepaard gaat. Tsjechie is in alleen in de EU om over Tsjechische ruggen winst te maken. Maar de belangrijke voorzieningen die mensen echt nodig hebben zoals ziekenhuizen, tandartsen, kleine winkels in de buurt, al die gewone dingen zijn er niet. Ik heb een keer meegemaakt in een ziekenhuis dat ‘st Anna’ heet in Brno, dat ik daar zat te wachten op een dokter die geen tijd had. 5 uren gewacht voor een simpele diagnose. Die laten mensen gewoon met pijn zitten. Als je niet direct met contant geld kan betalen als buitenlander, dan helpen ze je niet. ik zag een oude man uren lang op een 18e eeuwse brancard liggen met zijn hoofs in bloed en verband. Die zetten ze gewoon op de gang zonder begeleiding, hij lag daar op die brancard uren lang met pijn te wachten…. Ik geloofde mijn ogen niet en werd toen ook bang. Uiteindelijk is het goed gekomen met mijn vrouw, gelukkig vonden we later een prive arts. De ander dokters? Die zijn allang weg uit Tsjechie. En de dokter die gebleven is is gefrustreerd dat hij/zij niet ook weg kon. In weze wordt er zeer primitief gedacht door Tsjechen die ook nooit geleerd hebben om iets te organiseren. Keihard volk, totaal geen sympathie voor iets dat ze niet kennen. Ze hebben het niet geleerd. Ze hebben ook nooit iets anders gezien dan extremen. Eerst een communistische tijd tot aan de jaren 90, daarna extreme neoliberale misbruikers die na het vallen van de muur in 1990 hun kans schoon zagen een compleet volk met westerse vrijheid te misleiden. Met spiegeltjes en kraaltjes.
De gewonen mensen daar zijn er daar alleen slechter op geworden. Maar het is officieel een EU land, en in de media om ons heen in Nederland wordt Tjechie ook altijd gewoon op de kaart gezet, alsof het daar hetzelfde is als hier. Dat is een leugen.
Tsjechie is de afvalbak van de EU. Alles wat in de westerse wereld fiscaal verborgen moet blijven wordt daar naartoe verhuist.
Dixons, general electric, Brother, IBM, monsterboard, Pfizer (medicijnen fabrikant), infosys, etc etc etc….
Het zit er allemaal. EN HET IS NEP! HET IS ALLEMAAL SCHIJN!
Dan komen we op die dierentuin van jou. Ik weet dat er een grote dierentuin in de buurt van Praag is.
Daar ben ik zelf nooit geweest. Maar in Brno, (zoals gezegd 2e belangrijke stad), is de dierentuin dierenmishandeling. Je komt er binnen en je ziet alleen maar dieren in veel te kleine kooien. Ja, je hebt gelijk , ieder wild dier zo vrij moeten zijn, maar in Brno is er niets voor mensen op kritieke punten en zeker niet voor dieren……Maar de schijn wordt opgehouden kunstmatig, op de achtergrond, je ziet nooit wie het is en met welke macht, om zoveel onrecht weer steeds positief te draaien in onze media hier!
Met alle respect voor je stuk over de dieren, dat is geweldig.
Bijna niemand spreekt er Engels wanneer je in Brno rondloopt en wat wil vragen. Tegelijk zie je overal reklame in Engels, niet in Tsjechisch. Dat is wat Tsjechie is. Een grote berg ‘fake’.
Je voelt je niet veilig daar, puur omdat je aan alles aanvoelt dat het niet klopt…..
Maar een paar dagen als toerist is leuk hoor! Als je financien goed geregeld zijn in een ander EU land en je zit in een hotel, dan lijkt Brno een hitorisch leuk stadje, want je ziet de buitenwijken met kantoorpanden niet, die in geen verhouding passen bij was Brno eigenlijk was……..
En oja, bier kan je er dan nog wel krijgen. Maar als je weet dat er geen dokter is die je echt kan vertrouwen, is het biertje dan nog wel lekker?
Dag Dirk,
Bedankt voor je reactie, geeft toch een ander beeld van Tsjechië.
Ik ben slechts eenmaal in Praag geweest, maar volgens jouw beeld klopt dat niet met het werkelijke beeld van Tsjechië.
Dierentuinen zijn aan de ene kant goed, omdat ze bedreigde diersoorten van de ondergang redden en mensen kennis bijbrengen over diersoorten, maar aan de andere kant zou het veel beter zijn dat er geen dierentuinen zouden zijn, zodat de dieren kunnen leven waar ze thuishoren.