Waar de Nederlandse mannen al in de jaren zestig over de wereldtop heersten, kende het vrouwenschaatsen in Nederland een geheel eigen opmars. Van de eerste successen van pioniers op open natuurijsbanen tot de huidige mondiale hegemonie op zowel de sprint- als de stayerafstanden.
Dit zijn de tien meest bepalende Nederlandse schaatssters aller tijden.
Bekijk ook: De 10 beste Nederlandse schaatsers (mannen) aller tijden
10. Ria Visser

Rond 1980 was Ria Visser het gezicht van het Nederlandse vrouwenschaatsen. Met haar vloeiende bochtentechniek en elegante stijl beheerste zij de nationale allroundtoernooien en pakte zij vijf allroundtitels op rij.
Haar sportieve kroon zette Visser op tijdens de Olympische Winterspelen van Lake Placid in 1980. Op de 1.500 meter snelde zij naar het olympisch zilver achter Annie Borckink, waarmee ze bewees dat Nederland zich ook op de Spelen met de mondiale top kon meten.
9. Renate Groenewold
In 2004 zorgde Renate Groenewold voor een historische doorbraak in het Noorse Hamar. Dertig jaar na Atje Keulen-Deelstra werd zij de eerste Nederlandse vrouw die de wereldtitel allround wist te heroveren.
Groenewold blonk uit door haar constante vermogen op de midden- en lange afstanden. Die taaiheid leverde haar twee zilveren olympische medailles op de 3.000 meter op (Salt Lake City 2002 en Turijn 2006) en een gouden medaille op diezelfde afstand tijdens het WK afstanden van 2008.
8. Stien Kaiser

Stien Kaiser was de grondlegger van het Nederlandse succes bij de vrouwen. In een tijd waarin vrouwenschaatsen door de bond nauwelijks serieus werd genomen, trainde zij onvermoeibaar door en dwong zij internationaal respect af.
Kaiser werd tweemaal wereldkampioen allround (1967 en 1968) en bekroonde haar pionierscarrière op 33-jarige leeftijd met olympisch goud op de 3.000 meter in Sapporo (1972).
7. Jutta Leerdam

Met haar krachtige slag en agressieve bochtentechniek bouwde Jutta Leerdam een imposant sprintpalmares op. Nadat zij in Beijing 2022 al olympisch zilver won op de 1.000 meter en tweemaal de wereldtitel sprint veroverde (2020 en 2022), voltooide zij haar sportieve missie tijdens de Winterspelen van 2026 door olympisch goud te pakken op haar favoriete afstand, vlak voor haar landgenote Femke Kok.
Met de felbegeerde olympische titel op zak bereikte Leerdam het ultieme einddoel van haar carrière, waarna zij openlijk hintte op een rustperiode of een mogelijk afscheid van de topsport. Met olympisch goud, olympisch zilver en meervoudige wereldtitels heeft zij haar erfenis op de schaatsmijl definitief veiliggesteld.
6. Femke Kok
Op de kortste en meest hectische afstand van het langebaanschaatsen doorbrak Femke Kok een barrière die voor Nederlandse vrouwen decennialang onneembaar leek. Na twee wereldtitels op de 500 meter (2023 en 2024) en een wereldtitel sprint schreef zij sportgeschiedenis door op de Winterspelen van 2026 als allereerste Nederlandse vrouw ooit olympisch goud te veroveren op de 500 meter.
Haar toernooi in 2026 werd nog indrukwekkender toen zij achter Jutta Leerdam ook het olympisch zilver op de 1.000 meter opeiste.
5. Marianne Timmer
‘Timmertje’ bezat de zeldzame gave om precies op het juiste moment in olympische topvorm te verkeren. Tijdens de Winterspelen van Nagano in 1998 verraste zij vriend en vijand door olympisch goud te winnen op zowel de 1.000 als de 1.500 meter.
Acht jaar later bewees Timmer haar uitzonderlijke klasse opnieuw door in Turijn (2006) wederom olympisch goud op de 1.000 meter op te eisen. Met drie gouden olympische medailles verdeeld over twee verschillende Spelen en een wereldtitel sprint in 2004 blijft zij de meest succesvolle toernooirijdster op de olympische sprintafstanden.
4. Atje Keulen-Deelstra

Als dertigjarige moeder van drie kinderen brak ‘Us Atje’ relatief laat door, maar haar dominantie in de jaren zeventig was overweldigend. Tussen 1970 en 1974 won zij vier wereldtitels en drie Europese titels allround.
Tijdens de Olympische Spelen van Sapporo in 1972 sleepte Keulen-Deelstra één zilveren en twee bronzen medailles in de wacht. Haar rauwe wilskracht en nuchtere instelling maakten haar tot een volksheldin en een van de meest geliefde schaatslegendes van Friesland.
3. Yvonne van Gennip
De Winterspelen van Calgary in 1988 leverden een van de grootste Nederlandse sportsensaties van de twintigste eeuw op. Vrijwel niemand gaf Yvonne van Gennip vooraf een kans tegen de oppermachtige Oost-Duitse schaatssters Karin Kania en Andrea Ehrig.
In een historische toernooiweek veegde Van Gennip alle tegenstand van het Canadese ijs door olympisch goud te winnen op de 1.500, 3.000 en 5.000 meter, inclusief twee fabelachtige wereldrecords. Haar ‘Calgary-trilogie’ staat nog altijd symbool voor ultieme sportieve branie.
2. Irene Schouten
Op de lange adem en in het tactische man-tegen-mangevecht was Irene Schouten jarenlang de absolute maatstaf. Haar sportieve meesterwerk volgde tijdens de Olympische Spelen van Beijing in 2022, waar zij met drie gouden medailles (3.000 meter, 5.000 meter en massastart) en één bronzen plak de Spelen domineerde.
Schouten koppelde een ijzersterke stayerinhoud aan een dodelijke eindsprint. Naast haar olympische triomfen veroverde zij de wereldtitel allround en talloze wereldtitels op de afstanden, alvorens zij in 2024 na een reeks gouden WK-medailles afscheid nam van de actieve wedstrijdsport.
1. Ireen Wüst

Met zes gouden, vijf zilveren en twee bronzen medailles is Ireen Wüst met afstand de meest succesvolle Nederlandse olympiër uit de geschiedenis. Zij presteerde het unieke huzarenstukje om op vijf opeenvolgende Olympische Winterspelen (van Turijn 2006 tot en met Beijing 2022) telkens minimaal één individuele gouden medaille te winnen.
Wüst grossierde daarnaast in allroundtitels met zeven wereldkampioenschappen en vijf Europese kampioenschappen, aangevuld met vijftien wereldtitels op afzonderlijke afstanden. Haar vermogen om over een periode van zestien jaar telkens te pieken op het allerbelangrijkste moment maakt haar ook na de Spelen van 2026 tot de grootste Nederlandse schaatsster ooit.

Reageren