De laatste 10 presidenten van Amerika op een rij

7 min lezen
Maak ons je Google favoriet
witte huis

Wie de laatste tien presidenten van de Verenigde Staten op een rij zet, kijkt naar ruim een halve eeuw aan wereldgeschiedenis. Sinds het aantreden van Richard Nixon in 1969 wisselden zes Republikeinen en vier Democraten elkaar af in het Oval Office. Omdat Donald Trump na zijn verkiezingswinst in november 2024 als zowel de 45e als de 47e president de geschiedenisboeken ingaat, telt de lijst tien unieke personen die samen elf presidentschappen vertegenwoordigen.

Van het einde van de Vietnamoorlog en de val van de Berlijnse Muur tot de aanslagen van 11 september en de bestorming van het Capitool: dit zijn de laatste tien presidenten van Amerika, chronologisch aftellend naar het heden.

10. Richard Nixon (1969 – 1974)

960px Richard Nixon presidential portrait
Department of Defense. /Publiek Domein

Vijf inbrekers met afluisterapparatuur en zaklampen die in de nacht van 17 juni 1972 werden betrapt in het hoofdkwartier van de Democratische Partij in het Watergate-complex, luidden de ondergang in van de 37e president. De Republikein Richard Nixon probeerde maandenlang te verhullen dat zijn eigen herverkiezingscampagne achter de inbraak zat, maar geheime geluidsopnamen uit zijn eigen werkkamer bewezen dat hij de FBI actief had tegengewerkt. Vaak wordt gedacht dat Nixon formeel werd afgezet, maar hij nam op 9 augustus 1974 zelf ontslag, vlak voordat het voltallige Congres hem uit zijn ambt kon zetten.

Het schandaal overschaduwde een regeerperiode waarin Nixon op buitenlands vlak juist grote doorbraken forceerde. Hij bracht in februari 1972 een historisch staatsbezoek aan het communistische China van Mao Zedong, sloot wapenbeperkende verdragen met de Sovjet-Unie en beëindigde de directe Amerikaanse militaire deelname aan de Vietnamoorlog.

9. Gerald Ford (1974 – 1977)

ford
David Hume Kennerly /Publiek Domein

Geen enkele Amerikaanse burger heeft ooit in een landelijke verkiezing op Gerald Ford gestemd toen hij het Witte Huis betrad. De Republikeinse fractieleider uit Michigan werd eind 1973 eerst aangesteld als vicepresident nadat Spiro Agnew moest aftreden wegens belastingfraude, en schoof acht maanden later automatisch door naar het presidentschap toen ook Nixon opstapte. Zijn ambtstermijn van 895 dagen werd direct getekend door één omstreden besluit: op 8 september 1974 verleende hij zijn voorganger Nixon volledig en onvoorwaardelijk gratie voor alle mogelijke misdrijven. Hoewel Ford verklaarde dat hij daarmee een slepende nationale nachtmerrie wilde beëindigen, kelderde zijn populariteit direct en verloor hij in 1976 nipt de verkiezingen.

8. Jimmy Carter (1977 – 1981)

960px Jimmy Carter Official Portrait2 (3x4 cropped)
Department of Defense/publiek domein

Als voormalig pindaboer en gouverneur van de zuidelijke staat Georgia profiteerde de Democraat Jimmy Carter in 1976 van de diepe afkeer die kiezers na Watergate voelden jegens de politieke elite in Washington.

Zijn grootste diplomatieke triomf vierde hij in september 1978 op het presidentiële buitenverblijf Camp David, waar hij na dertien dagen onderhandelen een historisch vredesakkoord tot stand bracht tussen de Egyptische president Anwar Sadat en de Israëlische premier Menachem Begin. Binnenlands had hij de economische wind echter zwaar tegen door torenhoge inflatie en lange rijen bij Amerikaanse tankstations na de energiecrisis van 1979.

Toen Iraanse studenten op 4 november 1979 de Amerikaanse ambassade in Teheran bestormden en 52 Amerikanen precies 444 dagen lang gijzelden, verdween zijn kans op herverkiezing. Na zijn vertrek uit de politiek groeide Carter via zijn mensenrechtenwerk en de organisatie Habitat for Humanity uit tot een gewaardeerd oud-staatsman. Hij overleed op 29 december 2024 op de recordleeftijd van honderd jaar.

7. Ronald Reagan (1981 – 1989)

ronald reagan
Michael Evans/Publiek Domein

Slechts 69 dagen na zijn inauguratie werd de zeventigjarige Republikein Ronald Reagan buiten het Washington Hilton Hotel in zijn linkerlong geschoten door de verwarde schutter John Hinckley jr., die indruk wilde maken op actrice Jodie Foster. De voormalige Hollywood-acteur en gouverneur van Californië overleefde de aanslag ternauwernood en grapte op de operatietafel tegen de chirurgen dat hij hoopte dat ze allemaal Republikeinen waren. Die laconieke stijl en zijn retorische talent leverden hem de bijnaam The Great Communicator op.

Economisch brak Reagan met het verleden door onder de noemer Reaganomics de inkomstenbelasting voor de hoogste schijven fors te verlagen, sectoren te dereguleren en een staking van luchtverkeersleiders hardhandig te breken. Tegelijkertijd voerde hij de defensie-uitgaven zo ver op dat de economisch vastgelopen Sovjet-Unie de wapenwedloop niet meer kon bijbenen, waarna hij met Sovjetleider Michail Gorbatsjov het einde van de Koude Oorlog inluidde.

6. George H.W. Bush (1989 – 1993)

george h w bush
David Valdez /publiek domein

Zes woorden tijdens de Republikeinse partijconventie van 1988 zouden de 41e president zijn hele termijn blijven achtervolgen: “Read my lips: no new taxes.” Voormalig CIA-directeur en vicepresident George H.W. Bush zag de Berlijnse Muur vallen, leidde de Verenigde Staten beheerst door het uiteenvallen van de Sovjet-Unie en smeedde in 1991 een brede internationale coalitie die het Iraakse leger van Saddam Hoessein in honderd uur grondoorlog uit Koeweit verdreef. Hoewel zijn populariteit na die Golfoorlog opliep tot 89 procent, brak hem het innen van zijn verkiezingsbelofte op. Om het oplopende begrotingstekort te dempen ging hij akkoord met belastingverhogingen, waarna zijn eigen partijachterban hem tijdens de economische recessie van 1992 liet vallen.

5. Bill Clinton (1993 – 2001)

Clinton

Onder het bewind van de jonge Democratische gouverneur uit Arkansas beleefde Amerika de langste periode van onafgebroken economische groei in vredestijd uit zijn geschiedenis. Bill Clinton tekende het Noord-Amerikaanse vrijhandelsverdrag NAFTA, hervormde het bijstandsstelsel en wist aan het einde van de jaren negentig, geholpen door de opkomst van de internetsector, voor het eerst sinds 1969 een begrotingsoverschot te presenteren.

Zijn tweede termijn werd echter gedomineerd door de affaire met de 22-jarige Witte Huis-stagiaire Monica Lewinsky. Nadat Clinton aanvankelijk onder ede had ontkend een seksuele relatie met haar te hebben gehad, startte het Republikeinse Huis van Afgevaardigden eind 1998 een afzettingsprocedure wegens meineed en rechtsbelemmering. De Senaat sprak hem in februari 1999 vrij, waarna Clinton zijn ambtstermijn met onverminderd hoge populariteitscijfers uitzat.

4. George W. Bush (2001 – 2009)

Op de ochtend van 11 september 2001 zat George W. Bush in een basisschoolklas in Sarasota, Florida naar een voorleesverhaal over een geitje te luisteren, toen zijn stafchef hem in het oor fluisterde dat een tweede passagiersvliegtuig zich in het World Trade Center had geboord.

De zoon van oud-president George H.W. Bush had negen maanden eerder een van de meest omstreden verkiezingen ooit gewonnen, nadat het Hooggerechtshof een hertelling in Florida met 537 stemmen verschil in zijn voordeel had beslecht. Na de terreuraanslagen van Al Qaida, waarbij bijna drieduizend mensen omkwamen, veranderde hij zijn gematigde binnenlandse agenda direct in een wereldwijde oorlog tegen het terrorisme.

Na de inval in Afghanistan in 2001 viel Bush in maart 2003 ook Irak binnen op basis van de achteraf onjuiste bewering dat dictator Saddam Hoessein over massavernietigingswapens beschikte. De slepende oorlog in Irak, de trage overheidsreactie na orkaan Katrina in New Orleans in 2005 en het uitbreken van de wereldwijde kredietcrisis in het najaar van 2008 zorgden ervoor dat hij het Witte Huis met historisch lage waarderingscijfers verliet.

3. Barack Obama (2009 – 2017)

Barack Obama
ZB Photos / Shutterstock.com

Midden in de zwaarste financiële crisis sinds de jaren dertig werd senator Barack Obama uit Illinois op 20 januari 2009 beëdigd als de 44e en eerste zwarte president van de Verenigde Staten. Met een economisch stimuleringspakket van bijna 800 miljard dollar en reddingsoperaties voor de Amerikaanse auto-industrie wist zijn regering een nieuwe depressie af te wenden. Zijn belangrijkste binnenlandse erfenis werd de Affordable Care Act uit 2010, beter bekend als Obamacare, waarmee ruim twintig miljoen onverzekerde Amerikanen toegang kregen tot een zorgverzekering.

Op buitenlands terrein gaf Obama op 1 mei 2011 vanuit de Situation Room het bevel aan een eenheid van de Navy SEALs om Al Qaida-leider Osama bin Laden uit te schakelen in zijn schuilplaats in het Pakistaanse Abbottabad. Daarnaast herstelde hij na een halve eeuw de diplomatieke betrekkingen met Cuba en sloot hij in 2015 het atoomakkoord met Iran.

2. Joe Biden (2021 – 2025)

joe biden

Vijftig jaar nadat hij op zijn negenentwintigste als een van de jongste senatoren ooit werd gekozen, legde Democraat Joe Biden op zijn achtenzeventigste de eed af als de oudste president uit de Amerikaanse geschiedenis. De voormalige vicepresident onder Obama loodste het land door de nasleep van de coronapandemie en kreeg grote investeringswetten door het Congres voor het verouderde wegennet, de binnenlandse productie van computerchips en duurzame energie. Tegelijkertijd werd zijn termijn overschaduwd door de chaotische militaire terugtrekking uit de Afghaanse hoofdstad Kaboel in augustus 2021 en de hoogste inflatie in veertig jaar. Hoewel Biden zich aanvankelijk kandidaat stelde voor een tweede termijn, dwong zijn eigen partijtop hem in juli 2024 na een zwak televisiedebat om zich terug te trekken ten gunste van vicepresident Kamala Harris.

1. Donald Trump (2017 – 2021 en 2025 – heden)

leugens van trump
Jonah Elkowitz / Shutterstock.com

Meer dan een eeuw lang was de negentiende-eeuwse Democraat Grover Cleveland de enige Amerikaanse president die na een verkiezingsnederlaag wist terug te keren voor een tweede, niet-aaneengesloten termijn. De New Yorkse vastgoedmiljardair en voormalig tv-producent Donald Trump herhaalde dat kunststukje in november 2024 door zowel de 45e als de 47e president van de Verenigde Staten te worden.

Tijdens zijn eerste ambtstermijn (2017 – 2021) voerde de Republikein onder de leus America First importheffingen in, verlaagde hij de vennootschapsbelasting en benoemde hij drie conservatieve rechters in het Hooggerechtshof, wat in 2022 leidde tot het schrappen van het landelijke recht op abortus. Nadat hij de verkiezingen van 2020 verloor van Joe Biden en zijn aanhangers op 6 januari 2021 het Capitool bestormden, werd hij de enige president die tweemaal door het Huis van Afgevaardigden werd aangeklaagd in een afzettingsprocedure, al sprak de Senaat hem beide keren vrij.

Ondanks vier strafrechtelijke aanklachten, een veroordeling in New York en een schampschot aan zijn rechteroor bij een moordaanslag tijdens een campagnebijeenkomst in het stadje Butler in juli 2024, won Trump enkele maanden later alle zeven beslissende strijdstaten. Op 20 januari 2025 keerde hij terug in het Witte Huis voor zijn tweede termijn, waarin hij direct inzette op grootschalige deportaties van ongedocumenteerde migranten, verregaande importtarieven en het inkrimpen van de federale overheid.

Meer in Geschiedenis

Reageren

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Populair in Geschiedenis