Graaf Dracula is de beroemdste vampier uit de wereldliteratuur. Sinds de Ierse auteur Bram Stoker in 1897 zijn gotische griezelroman publiceerde, groeide de aristocratische bloedzuiger uit Transsylvanië uit tot een wereldwijd cultuuricoon. Van theaterstukken en klassieke griezelfilms tot moderne televisieseries: Dracula blijft generaties lezers en bioscoopbezoekers bezighouden.
Toch wijkt het beeld dat Hollywood van de graaf heeft geschapen op veel punten sterk af van de oorspronkelijke roman en de historische feiten.
1. Het op een na meest verfilmde literaire personage

Volgens het Guinness Book of World Records behoort Dracula tot de meest geportretteerde personages in de filmgeschiedenis. De sinistere graaf is in ruim 270 speelfilms, animaties en televisieseries vertolkt door tientallen verschillende acteurs, waarmee hij een vaste waarde werd in de geschiedenis van vampierenfilms. In de categorie van fictieve personages moet Dracula slechts één literaire figuur voor zich dulden: de Britse meesterdetective Sherlock Holmes, die het record aanvoert voor menselijke personages.
2. De mythe rond Vlad de Spietser

Vaak wordt aangenomen dat Stoker zijn personage rechtstreeks baseerde op de beruchte vijftiende-eeuwse vorst van Walachije: Vlad III, beter bekend als Vlad de Spietser. Deze heerser stond bekend om zijn meedogenloze terreur tegen het Ottomaanse Rijk en zijn gewoonte om krijgsgevangenen en politieke tegenstanders aan houten palen te spietsen.
Historisch en literair onderzoek toont echter aan dat de link tussen beiden veel oppervlakkiger is dan vaak wordt beweerd. Stokers oorspronkelijke werktitel voor de roman luidde namelijk simpelweg Count Wampyr. Pas in de zomer van 1890, tijdens een vakantie in de Engelse kustplaats Whitby, stuitte Stoker in de bibliotheek op een reisverslag van diplomaat William Wilkinson. Daarin las hij dat de Walachijse heersers de familienaam ‘Dracula’ droegen, wat in het Roemeens zowel ‘zoon van de draak’ als ‘duivel’ kon betekenen. Gefascineerd door de klank verving Stoker zijn werktitel, maar over de gruweldaden of veldslagen van de historische Vlad nam hij vrijwel niets op in zijn plot.
3. Gemodelleerd naar theatericoon Henry Irving

Het stereotiepe gedrag van Dracula als een elegante, intimiderende aristocraat met theatrale manieren is rechtstreeks ontleend aan een echte Victoriaanse beroemdheid: de Britse acteur Henry Irving. Stoker werkte bijna dertig jaar als zakelijk leider van het befaamde Lyceum Theatre in Londen, waar Irving de scepter zwaaide als de meest gevierde Shakespeare-vertolker van zijn tijd.
Irving was een dominante, charismatische man met een dwingende blik die zijn omgeving volledig naar zijn hand kon zetten. Stoker adoreerde zijn werkgever en baseerde Dracula’s trotse houding op hem. Tot Stokers grote verdriet weigerde Irving de rol ooit op het toneel te spelen; na een eerste voorlezing van het manuscript noemde de acteur het stuk kortaf “vreselijk”.
4. Eerdere literaire voorlopers

Hoewel Dracula geldt als de oervader van het genre, vond Stoker het vampierthema geenszins zelf uit. In de negentiende eeuw floreerde de vampierliteratuur in Groot-Brittannië al volop. De romantische arts John Polidori trapte de trend in 1819 af met The Vampyre, een kort verhaal dat hij baseerde op zijn reizen met Lord Byron. In de jaren 1840 volgde de immens populaire griezelreeks Varney the Vampire, een pulproman vol bloederige nachtelijke escapades die wekelijks als goedkope krantenbijlage werd verkocht.

De belangrijkste invloed op Stoker was echter het meesterwerk Carmilla (1872) van zijn landgenoot Sheridan Le Fanu. Dit verhaal over een vrouwelijke Oostenrijkse vampier introduceerde veel stijlelementen die Stoker later perfectioneerde: van angstaanjagende koetstochten door donkere bossen tot de sensuele, sluipende dreiging van de nachtelijke bezoeker.
5. Bescheiden verkoop en de illegale film Nosferatu
Toen Dracula op 26 mei 1897 verscheen bij uitgeverij Archibald Constable and Company, werd het boek positief ontvangen door recensenten, maar de verkoop bleef bescheiden. Het bracht Stoker tijdens zijn leven nauwelijks rijkdom op; toen de auteur in 1912 overleed in Londen, liet hij een bescheiden nalatenschap na en leek zijn roman langzaam in de vergetelheid te raken.
De wereldwijde doorbraak van Dracula was ironisch genoeg te danken aan een schending van het auteursrecht. In 1922 bracht de Duitse regisseur F.W. Murnau de expressionistische film Nosferatu: Eine Symphonie des Grauens uit. Murnau had geen filmrechten gekocht en veranderde daarom de namen van de personages: graaf Dracula werd graaf Orlok en Transsylvanië werd verplaatst naar Bremen.
Stokers weduwe Florence spande een slepende rechtszaak aan wegens plagiaat en kreeg van de rechter gelijk: alle filmrollen en negatieven moesten worden vernietigd. Enkele illegale kopieën overleefden de zuivering echter in het buitenland en bezorgden het verhaal een ongekende cultstatus in de filmwereld.
6. Bela Lugosi en de klassieker uit 1931
Het klassieke beeld van Dracula in smoking, met een zwarte cape, glad achterovergekamd haar en een zwaar Oost-Europees accent, is niet bedacht door Bram Stoker, maar door de Hongaarse acteur Bela Lugosi in de Universal-verfilming uit 1931.
Lugosi, die nauwelijks Engels sprak en zijn teksten aanvankelijk fonetisch uit zijn hoofd leerde, gaf de vampier een exotische, aristocratische dreiging die het bioscooppubliek tijdens de Grote Depressie ademloos achterliet. De film werd een gigantische kaskraker en lanceerde de iconische reeks Universal Monsters. Lugosi raakte zo vergroeid met zijn personage dat hij na zijn dood in 1956 op eigen verzoek werd begraven in zijn befaamde Dracula-cape.
7. Het uiterlijk in het boek: een witte snor en behaarde handpalmen
Wie Stokers oorspronkelijke roman leest, schrikt waarschijnlijk van het uiterlijk van de graaf. In tegenstelling tot de gladgeschoren filmversies van Christopher Lee of Gary Oldman, beschrijft advocaat Jonathan Harker Dracula in zijn dagboek als een oude man met een zware, borstelige witte snor, puntige oren, doorlopende wenkbrauwen en een angstaanjagend bleke huid. Bovendien bezit Dracula in de roman behaarde handpalmen, vlijmscherpe nagels en een adem die Harker omschrijft als die van een levend lijk. Naarmate de graaf zich in Londen voedt met vers mensenbloed, ondergaat hij echter een verjongingskuur: zijn witte haren worden langzaam donkerder en zijn ingevallen gelaat krijgt weer kleur.
8. Zijn bizarre krachten en de mythe van zonlicht
Stokers Dracula bezit een breed arsenaal aan bovennatuurlijke krachten. Hij beschikt over de spierkracht van twintig volwassen mannen, kan telepathisch communiceren met zijn slachtoffers en kan transformeren in een vleermuis, een wolf, een zware mistbank of dwarrelende stofdeeltjes in het maanlicht. In een van de griezeligste passages uit het boek ziet Harker hoe de graaf met zijn cape wapperend als een hagedis loodrecht met zijn gezicht omlaag langs de kasteelmuur kruipt.
Daartegenover staat een hardnekkige moderne misvatting: in het boek sterft Dracula niet door zonlicht. Het idee dat daglicht een vampier direct tot as verbrandt, werd pas in 1922 bedacht door de makers van de film Nosferatu. In de oorspronkelijke roman ontneemt zonlicht de graaf slechts zijn magische krachten en gedaanteverwisselingen, maar kan hij overdag gewoon levend en wel door de straten van Londen wandelen.
9. Hoe de graaf echt werd gedood
In populaire vampierverhalen sterft het monster steevast door een houten staak die met een hamer door zijn hart wordt geslagen. In de roman van Stoker wordt Dracula echter op een volkomen andere manier uitgeschakeld. Een houten staak komt in het boek uitsluitend voor bij de rituele verlossing van het slachtoffer Lucy Westenra in haar familiegraf. Tijdens de ontknoping in de Transsylvaanse sneeuw onderscheppen de jagers de houten kist waarin de graaf rust op aarde uit zijn vaderland. Terwijl Jonathan Harker met een Nepalees kukri-mes de keel van Dracula doorsnijdt, plant de Texaanse avonturier Quincey Morris gelijktijdig een enorm bowie-mes diep in het hart van de vampier. Direct daarna vergaat het lichaam van de graaf tot stof in het laatste zonlicht.
10. De mythe van Kasteel Bran en Transsylvanië

Dankzij Stoker staat de Roemeense regio Transsylvanië wereldwijd synoniem voor vampiers, donkere bossen en gotische burchten. De grootste toeristische trekpleister van het land is Kasteel Bran nabij Brașov, dat door reiskoepels en gidsen steevast wordt gepromoot als ‘het kasteel van Dracula’. Jaarlijks trekken honderdduizenden toeristen naar dit middeleeuwse fort om te griezelen in de kasteelgangen.
De realiteit is echter een nuchtere marketingtriomf. Bram Stoker heeft in zijn hele leven nooit een voet op Roemeense bodem gezet; al zijn geografische kennis haalde hij uit naslagwerken in de leeszaal van het British Museum in Londen.
Kasteel Bran heeft bovendien historisch gezien vrijwel niets met Vlad de Spietser te maken: de heerser verbleef er hooguit enkele dagen als gevangene. Het was het Roemeense staatsbureau voor toerisme dat het kasteel in de jaren zeventig vanwege zijn torentjes en dramatische ligging bombardeerde tot het officiële Dracula-kasteel om westerse toeristen te trekken.

Reageren