De Japandi-woonstijl is meer dan een trend; het is een blijvertje. En eerlijk is eerlijk: dat snappen we wel. Het is de perfecte mix tussen de knusse gezelligheid van Scandinavisch design (‘hygge’) en het minimalistische van Japan (‘wabi-sabi’).
Het resultaat? Een huis waar je rustig van wordt. En in een wereld die al druk genoeg is, is thuiskomen in een oase van kalmte precies wat we nodig hebben. Wil je die sfeer ook? Je hoeft echt niet direct je hele inboedel op Marktplaats te zetten, maar met deze 10 aanpassingen kom je een heel eind.
1. 50 Tinten Beige (en grijs)
Laten we bij de basis beginnen: kleur is taboe. Nou ja, felle kleuren dan. Als je een Japandi-basis wilt, moet je denken aan gebroken wit, zandtinten, havermout-kleuren en zachtgrijs.

Klinkt saai? Misschien. Maar het werkt wel. Door je muren en grote meubels neutraal te houden, creëer je rust in je hoofd.
2. Aaibare stoffen
Omdat je kleurenpalet zo rustig is, moet je oppassen dat je huis niet op een showroom of een ziekenhuis gaat lijken. De oplossing? Textuur! Je moet het willen aanraken.
Denk aan stoffen als bouclé (die schapenwol-look die je nu overal ziet), linnen en wol. Vooral bij eetkamerstoelen is dit belangrijk om de harde lijnen van een tafel te breken. Merken zoals Kick Collection hebben dat goed begrepen: die combineren die zachte stoffen met strakke ontwerpen, waardoor het wel warm aanvoelt maar niet rommelig oogt.

3. Weg met de rechte hoeken
Kijk eens rond in je kamer. Waarschijnlijk zie je vooral rechte lijnen: vierkante tafel, rechthoekige kast, strakke bank. Bij Japandi doe je het volledig anders, hier zijn rondingen belangrijk.
Organische vormen maken een ruimte vriendelijker. Een ronde eettafel of een bank met afgeronde hoeken doorbreekt die strakheid. Het zorgt voor een fijnere ‘flow’ in huis. Bijkomend voordeel, je stoot je heup ook niet meer aan die puntige tafelrand/
4. Form follows function
In zowel Japan als Scandinavië hebben ze een hekel aan nutteloze spullen. Een meubelstuk mag mooi zijn, maar als het niet lekker zit of werkt, heb je er niks aan.
Denk aan een draaibare eetkamerstoel. Dat klinkt als iets voor op kantoor, maar is ideaal aan de eettafel. Je draait gewoon weg als je opstaat, in plaats van dat gekras met poten over de vloer. Het is een klein detail, maar dat soort ‘gemak’ zorgt voor rust.
5. Hout, hout en nog eens hout
Je ontkomt er niet aan. Maar let op: we hebben het niet over glimmend gelakt mahoniehout. Kies voor lichte, matte houtsoorten zoals eiken of essen.

Je ziet tegenwoordig ook overal van die houten lattenwanden. Is het een hype? Ja. Werkt het? Absoluut. Het ziet er strak uit, geeft warmte aan een witte muur en het dempt het geluid. Win-win.
6. Vier de imperfectie (Wabi-Sabi)
Het Japanse concept ‘wabi-sabi’ betekent dat iets niet perfect hoeft te zijn. Een krasje, een deukje of een grillige vorm geeft een item juist een ziel.
Ga dus eens langs de kringloop of zoek naar handgemaakt keramiek. Een vaas die net niet helemaal rond is, is duizend keer interessanter dan zo’n perfect exemplaar van de lopende band.

7. Zak lekker onderuit
Japanners leven laag bij de grond. Nu hoef je niet op de grond te gaan eten, maar lage meubels doen wonderen voor je ruimtelijk inzicht.
Door te kiezen voor een laag bed of een bank met een lage rugleuning, lijkt je plafond ineens veel hoger. Het geeft een heel relaxt, ‘geaard’ gevoel. Lekker loungen dus.

8. Een snufje zwart
Als alles beige en hout is, wordt het al snel een beetje flets. Je hebt wat pit nodig. Gebruik zwarte accenten als de ‘eyeliner’ van je interieur.
Dit hoeft niet groots. Een zwarte kraan in de keuken, een zwart fotolijstje of dunne metalen pootjes onder een kastje zijn al genoeg. Het geeft net dat beetje contrast waardoor de rest van de lichte kleuren frisser oogt.
9. Takken, geen bloemen
Vergeet die hysterische, bonte bossen bloemen van het tankstation. In een Japandi-huis geldt: less is more.

Loop de tuin in, knip een mooie magnoliatak of een grote tak met blad af en zet die in een mooie vaas. Of kies voor wat gedroogde pluimen. Het gaat om de vorm, niet om de kleur. Het staat super chic en (bonus!) het gaat veel langer mee dan een bos tulpen.
10. Leegte!
Dit is voor veel mensen de moeilijkste stap. We hebben de neiging om elk hoekje te vullen met een plant, een stoel of een stapel tijdschriften. Doe het niet.
In Japan noemen ze dit ‘Ma’ (negatieve ruimte). Door plekken leeg te laten, krijgen de spullen die er wél staan meer aandacht. Bovendien geeft een opgeruimd huis echt een opgeruimd hoofd. Durf die muur dus gewoon kaal te laten!

Reageren